In too deep – wat er gebeurt als je te lang in de Trump train zit

De media zitten bovenop opnames die tien jaar geleden gemaakt zijn dankzij een hot mic van Donald Trump in en rond een bus van het entertainmentprogramma Access Hollywood. (Voor wie geen tv, internet of vrienden heeft: zie hier.) Na de bekendmaking van de opschepperij dat de presidentskandidaat vrouwen ongevraagd kust en betast, stromen bovendien de verhalen binnen van vrouwen die ook zeggen onzedelijk door hem te zijn benaderd in het verleden. Veel vooraanstaande Republikeinen hebben zich inmiddels van hem gedistantieerd.

De manier waarop er in talkshows over Trump wordt gesproken geeft aan hoe gek het is geworden. Vorig jaar kon iedereen nog om hem lachen. Hij was een verfrissende verschijning. Een beetje lomp, oké, maar vooral een clown. Nu lijken mensen als John Oliver (Last Week Tonight), Seth Meyers (Late Night), Stephen Colbert (Late Show) en Trevor Noah (Daily Show) echt pissed. De grapjes zijn zuurder, de toon is serieuzer en het woord fuck valt een stuk vaker.

Billy Bush, de presentator van Access Hollywood die met hem op de beruchte bus zat, heeft het ook niet gemakkelijk. Zijn werkgever NBC heeft hem voor onbepaalde tijd op non-actief gesteld. En behalve zijn advocaat heeft niemand meer een goed woord voor hem over.

‘Vooraanstaande Republikeinen hadden niet genoeg aan alle dingen die Trump het afgelopen jaar al heeft gezegd om hun handen van hem af te trekken.

Het is toch gek dat die vooraanstaande Republikeinen schijnbaar niet genoeg hadden aan alle dingen die Trump het afgelopen jaar al heeft gezegd in zijn race om het presidentschap om hun handen van hem af te trekken. Veel van zijn woorden en beleidsvoorstellen zijn immers beledigend voor (onder andere) Afro-Amerikanen, gehandicapten, homoseksuelen, joden, Mexicanen, moslims en vrouwen. Veel van zijn uitspraken en ideeën gaan werkelijk helemaal nergens over. En dan bedoel ik dat letterlijk: ze betékenen helemaal niks of zijn simpelweg niet mogelijk. Toch was dat niet genoeg voor belangrijke leden van de Grand Ol’e Party om hem de rug toe te keren. Sterker nog, vaak verdedigden ze hem er ook nog voor.

Maar nu hun kandidaat iemand blijkt te zijn die vunzige dingen zegt over vrouwen – of beter gezegd: nu ze er niet meer onderuit kunnen dat hun kandidaat zo iemand is – is het opeens genoeg. Vaak geven ze er dan ook nog een onoriginele en weinig overtuigende reden voor: ik heb zelf ook een (klein)dochter/vrouw/zus/(groot)moeder. Een betere reden zou zijn: omdat geen enkel mens, dus ook geen vrouw, respectloos behandeld dient te worden.

Het gekste is dat wat duidelijk gemaakt wordt dankzij Billy Bush. Die komt er ook niet goed af in de opnames. Als ik NBC was zou ik hem ook waarschijnlijk op z’n minst een stevige waarschuwing geven. Maar dat is het punt niet. Het punt is dat iemand die een entertainmentshow presenteert zijn baan verliest voor (giechelen om) ontuchtige uitspraken en dat iemand die de president kan worden van het invloedrijkste land ter wereld in het ergste geval daar een beetje aanhang door verliest. Nog steeds steunen veel bobo’s in de Republikeinse partij de hooiharige miljonair en nog steeds zeggen een hele hoop Amerikanen op hem te (gaan) stemmen. (De gecombineerde polls geven the Donald nu 41,4 procent van de stemmen, 6,7 procent minder dan Hillary. Sinds het vrijkomen van de tapes heeft Trump maximaal 2,5 procent verloren.)

‘Iemand die een entertainmentshow presenteert verliest zijn baan voor (giechelen om) ontuchtige uitspraken en iemand die president kan worden verliest daar een beetje aanhang door.

Ergens is iets raars aan de hand. Want, zeg nou zelf, zou de verontwaardiging er niet al zo breed hebben moeten zijn toen Trump zei dat er een database moet komen waar alle Amerikaanse moslims in staan? Of toen hij zei dat er continue surveillance moet zijn van moskeeën? Of om het feit dat hij bij herhaling zegt dat er een muur langs de grens met Mexico moet komen, waarvoor Mexico gaat betalen? En waar zouden schunnige opmerkingen meer passen: in de entertainmentwereld of in het Witte Huis?

Het kan liggen aan het feit dat het erg lastig is om Trump nu nog te stoppen, zelfs al zouden de Republikeinen dat willen (zie hier). Dus ze zitten aan hem vast. En wie weet redt hij het tóch nog. Hij heeft immers al vaker voor verrassingen gezorgd. Zo had niemand ooit gedacht dat hij het tot de eindronde zou halen. Misschien willen Republikeinen een mooi baantje eraan overhouden. Dan kunnen ze Trump beter te vriend houden. Dat zou kunnen verklaren waarom niet álle Republikeinse hoge omes Donald laten vallen.

Ik denk dat het ook aan iets anders, iets veel simpelers ligt: they’re in too deep.

Waar de Johns, Seths, Stephens en Trevors van de late night talkshows gemakkelijk afstand kunnen nemen van oom Donald, omdat ze toch altijd al van de Democratische kant waren, kunnen de Republikeinen die hem vanaf het begin hebben gesteund dat niet. Aanvankelijk dachten ze vast in Trump een breath of fresh air te hebben maar toen dat bleef tegenvallen, konden ze hun steun niet meer zo maar intrekken. Dat zou hun publieke imago en vooral hun zelfbeeld aantasten.

Hoe kun je immers het ene moment – laat staan een jaar lang – volmondig zeggen dat je iemand steunt en het andere moment – laat staan na een jaar – dat volledig tegenspreken? Dat kán een mens simpelweg niet. Het past niet in zijn hoofd. (De enige die dat zou kunnen is the Donald himself. Die krijgt álles uit z’n mond en houdt bij álles een ongekreukt zelfbeeld.) Zoals ik al vaker heb gezegd: in plaats van hun beeld van zichzelf aan te passen als ze informatie vinden die niet past bij hun zelfbeeld, passen mensen hun beeld van de wereld aan. En dus is Trump in het hoofd van zijn early supporters niet gek, maar zijn alle andere mensen dat.

‘Ik denk dat het aan iets anders, iets veel simpelers ligt: they’re in too deep.

Want, ter verdediging van de volhardende Trump-aanhangers, wees eerlijk: hoe vaak zitten mensen niet vast in een baan die alle energie van ze afsnoept of in een relatie die stiekem niet meer klopt? Er zijn situaties genoeg waarvan anderen van een afstandje kunnen zeggen dat ze belachelijk zijn maar waar je niet meer uitkomt, als je het maar vaak genoeg hebt gerechtvaardigd en er lang genoeg in zit.

Dan was het dus voor sommigen heerlijk dat er een bus stopte met een vunzige Donald erin die zulke dingen zei dat zelfs je (klein)dochter/vrouw/zus/(groot)moeder snapt dat je opeens je steun moet intrekken. Voor anderen die echt te lang en te veel in de Trump train hebben gezeten of nóg minder zelfreflectief vermogen lijken te hebben (zoals voormalig New York-burgemeester Rudy Giuliani en gouverneur van New Jersey Chris Christie) is het een kwestie van uitzitten, tot het einde van de verkiezingen.

Of tot het einde van de wereld. En dat komt gelukkig snel als Trump verkozen wordt.


Overigens verklaart dit nog niet waarom nog steeds 4 op de 10 Amerikanen op hem willen stemmen. Ik denk dat van hen een groot deel echt alleen maar wil horen wat het wil horen, namelijk dat Donald Amerika weer great gaat maken, dat hij de banen terughaalt naar Amerika. Veel Amerikanen verlangen nou eenmaal terug naar de glorietijd die duurde van de Tweede Wereldoorlog tot eind jaren zeventig, waarin grote Amerikaanse bedrijven groeiden en groeiden en waarin iedereen werk had, ook laagopgeleiden.

Advertisements

Waarom ons hart sneller gaat kloppen als we iemand kunnen helpen

Deze zomer ben ik met de trein van en naar Oostenrijk gereisd. Vrouw, kind en hond bleven daar terwijl ik een maand home alone in Nederland mocht zijn. Het was heerlijk, dat internationaal treinen. Het eerste stuk van Oberstdorf tot Keulen kon ik blijven zitten in dezelfde trein. Zeven uur lang dromen, staren, peinzen, lezen, nog wat meer peinzen en staren, en vooral: helemaal niks denken… top!

Ergens halverwege stapte een wat oudere man in – ik schat midden zeventig – met een grote koffer. Hij sleepte hem op wieltjes achter zich aan. Aangekomen bij zijn zitplaats keek hij beurtelings naar het bagagerek boven de stoelen en naar zijn koffer. Hij trok wat aan het hengsel van het gevaarte om te peilen of hij het ding zelf omhoog kon hijsen. Hij kreeg het valies wel van de grond maar het boven zijn hoofd tillen leek hem zwaar te vallen.

‘Wat ís dit? vroeg ik me af. Hier stond een oude man te klungelen met zijn koffer en ik kon hem heel simpel helpen. Waarom gaf me dat stress?

Het tafereel speelde zich een paar rijen stoelen voor mij af. Ik kon me er dus niet aan onttrekken. Terwijl ik ernaar keek merkte ik dat mijn hart merkbaarder begon te kloppen. Ik voelde spanning in m’n lichaam komen. Wat ís dit? vroeg ik me af. Hier stond een oude man te klungelen met zijn koffer en ik kon hem heel simpel helpen. Waarom gaf me dat stress?

Vóór ik me over mezelf heen had gezet en op gestaan was, had de man met een uiterste krachtinspanning zijn koffer op de stellage boven zijn hoofd geduwd. Met een diepe zucht ging hij zitten.

Ik vroeg het me nog een keer af: wat ís dit? Waarom was ik niet gewoon opgestaan, had ik de man niet met een charmant ‘darf ich Ihnen helfen?’ benaderd en had ik zijn bagage niet soepel op het rek gezwaaid? Wat maakte zoiets voor mij een stressvolle belevenis?

Nou ben ik als tiener en begin-twintiger best onzeker geweest, dus ergens zal het in mijn aard zitten om me meer dan gemiddeld druk te maken over dit soort situaties. Maar inmiddels heb ik veel trainingen, workshops en lezingen gegeven, ben ik op genoeg borrels-met-onbekenden geweest en ben ik ook gewoon volwassen geworden. Ik zou toch ongevoelig(er) moeten zijn geworden voor dit soort simpele sociale situaties? Blijkbaar zit er diep vanbinnen iets in mij dat ook dit soort simpele sociale situaties beoordeelt als potentieel gevaarlijk – want waarom zou ik anders tekenen krijgen van stress, nature’s way om aan te geven dat er gevaar dreigt?

‘Geen grote angst, maar angst niettemin. Noem het sociale miniatuurangst.

Ik denk dat ik wat dit betreft niet heel veel anders ben dan anderen. Wellicht krijg ik sterkere signalen dat ik iets spannends ga doen als ik op wil staan om iemand te helpen, maar ik denk dat het overgrote deel van ons toch even een emotionele drempel over moet om een ander te helpen. Zeker als er derden bij zijn. Onbewust spelen er allerlei onzekerheden in ons achterhoofd (of beter gezegd: in ons ‘binnenhoofd’ omdat ons angstencentrum in de binnenkant van onze hersenen verstopt zit): Wat zullen anderen wel niet van me denken? Die vinden me vast een strebertje. Kom ik wel zelfverzekerd over? Wil die man wel geholpen worden? Wat als-ie me afwijst? Gaat het mij wel lukken om die koffer zonder moeite op te tillen? Wil niet iemand anders ook helpen en krijgen we dan geen awkward situatie waarin we staan te hannesen wie gaat helpen en hoe?

Angst om buiten de stilzwijgende groep te vallen die je samen vormt met de bewoners van een treincoupé, angst om afgewezen te worden, angst om een flater te slaan; het klinkt misschien overdreven maar het is echt angst die ons vaak tegenhoudt om een ander te helpen. Geen grote angst, maar angst niettemin. Noem het sociale miniatuurangst.

De volgende keer bedenk ik me daarom wel twee keer als ik een ander veroordeel voor het niet-helpen van iemand die overduidelijk hulp nodig heeft. Die zit daar vast in spanning naar z’n hart te luisteren. En ik hoop maar dat ik me de volgende keer over m’n eigen miniatuurangst heen zet als ik zo iemand zie worstelen.


Can’t get enough van dit soort verhalen? In m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn staan er nog véél meer.