Waarom de FNV niet blij is als Jumbo-medewerkers een goede deal krijgen

Als we geconfronteerd worden met iets dat in strijd is met ons zelfbeeld, passen we niet ons zelfbeeld aan. In plaats daarvan passen we ons beeld aan van dat wat of degene die ons zelfbeeld dreigt aan te tasten. De FNV heeft dat ook weer bewezen.

Debbie van Leiden, eerste onderhandelaar Jumbo distributiecentra bij de FNV, wil weer actie gaan voeren. Dat vertelde ze gisteren op de radio. Omdat ze met het bestuur van de Jumbo om tafel wil. Ondanks dat ze zelf vindt dat in het voorstel van het bestuur voor nieuwe arbeidsvoorwaarden veel staat van wat de vakbond al de hele tijd wil. En ondanks het feit dat de Jumbo haar en haar vakbond buitenspel had gezet.

De supermarktketen heeft namelijk bekendgemaakt dat ze uit de cao stapt. Daarmee is het geen vakbondsding meer. Jumbo gaat in plaats daarvan met de eigen ondernemingsraad om tafel om een nieuw arbeidsvoorwaardenpakket samen te stellen. De nieuwe voorstellen zal zij ook voorleggen aan groepen vertegenwoordigers van werknemers om ze te toetsen.

‘Het werd duidelijk dat de FNV is uitgespeeld en tóch gaat de FNV haar leden weer tot actie aanzetten.’

Uiteraard confronteerde de radiopresentator van dienst haar met deze feiten. De reacties hierop van mevrouw Van Leiden begonnen telkens met een langgerekt ‘ehm’. En áls ze inhoudelijke antwoorden wist te formuleren, klonk het gezocht. Kortom, het werd duidelijk dat de FNV is uitgespeeld. En tóch eindigde de FNV-ster met de dreigende boodschap dat ze haar leden weer tot actie zou aanzetten.

Wat wilde Debbie nog bereiken? De werknemers krijgen een stem in de totstandkoming van het nieuwe arbeidsvoorwaardenpakket. Dus taak één van de vakbond, de stem van de werknemer vertegenwoordigen, is afgedekt. En ze krijgen aangeboden wat ook de FNV goed voor hen vindt. Daarmee is taak twee ook ingevuld, onderhandelen ten behoeve van de werknemer. En toch wilde de eerste onderhandelaar weer de barricades op. Om aan tafel te komen…

Vorig jaar viel me een soortgelijk geval op in het nieuws. Zo langzamerhand wordt het wel wat koddig, vind ik, het gewurm van belangenbehartigers om gehoord te worden. Zoals we weten, een kat in het nauw maakt rare wurmbewegingen. En instituten als vakbonden zíjn in het nauw. Het ledental bij vakbonden daalt gestaag sinds 1999.

‘We gaan steeds meer zien dat we elkaars belangen ook kunnen dienen door daar gewoon rechtstreeks met elkaar over te praten.’

We ontdekken namelijk dat het allemaal niet zo groots en negatief hoeft. Werkgevers en werknemers gaan steeds meer zien dat ze elkaars belangen ook kunnen dienen door daar gewoon rechtstreeks met elkaar over te praten. Met andere woorden, die belangen waar de mevrouwen Van Leiden van deze wereld zo hard voor willen vechten, worden tegenwoordig ook beschermd zonder dat daar een instituut tussen hoeft te zitten. Alleen dat is een wereld waar mevrouw Van Leiden en haar FNV niet voor gemaakt zijn.

Dus wat moet ze dan? Een rationeel mens zou zeggen: ‘Top! Fijn! De belangen zijn behartigd! Mission accomplished! Ik kan het wat rustiger aan gaan doen. Misschien moet ik zelf maar ‘s een andere werkgever gaan vinden.’ Maar rationele mensen, die bestaan niet. Dus we mogen ook niet verwachten van Debbie dat zij de eerste in haar soort wordt.

‘Haar ratio geeft de beurt terug aan het deel van haar hersenen waar de ratio niet woont.’

Als (fictieve) rationéle mensen geconfronteerd zouden worden met feiten die hun zelfbeeld aantasten, zouden ze hun zelfbeeld aanpassen. Maar dat doen normále mensen niet. Die passen hun beeld van de ander aan. Dus in het hoofd van Debbie zijn zij en haar FNV niet gek, het bestuur van de Jumbo moet de boel niet omdraaien! Niet met de vakbond om tafel? Zijn ze helemaal gek geworden? Zo zit de wereld niet in elkaar!

En als je haar dan vraagt waarom ze zo graag om tafel wil en haar met de feiten confronteert, dan is het niet zo gek dat ze begint met een langgerekt ‘ehm’. Dat is haar ratio die moet passen, omdat er geen zinnig antwoord op is. En die geeft de beurt terug aan het grootste deel van haar hersenen, daar waar de ratio niet woont.

Ik zou dus willen vragen aan de Debbies van deze wereld – en aan iedereen eigenlijk: als je net iets te vaak ‘ehm’ zegt als reactie op iemand die simpelweg de feiten aan je voorlegt, wees dan even stil. Ga eerst eens bij jezelf te rade waarom je niet meteen een antwoord hebt. Misschien ben je wel iets onnodigs in stand aan het houden. Je zelfbeeld bijvoorbeeld.


Weten hoe andere instituten en mensen zichzelf onnodig in stand houden? Lees m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn.


Een eed afleggen zorgt voor minder integer gedrag

Sinds 1 april 2016 moeten veel medewerkers van financiële instellingen de zogenaamde bankierseed afleggen. Dat zou hen moeten aanzetten tot integer gedrag. Maar onderzoek wijst uit dat dit juist averechts werkt.

Een paar van mijn voormalig opdrachtgevers zijn financiële instellingen. Dankzij de poep die in 2008 in de financiële ventilator kwam, wordt van dit soort bedrijven verwacht dat ze de bankierseed afleggen. In de woorden van de Autoriteit Financiële Markten (AFM): de eed is ‘een moreel-ethische verklaring die moet worden afgelegd door beleidsbepalers en (een bepaalde groep) werknemers van een financiële onderneming. De eed bevat verklaringen op het gebied van onder meer het centraal stellen van het klantbelang, geen misbruik maken van kennis, geheimhouding van hetgeen is toevertrouwd en het maken van een zorgvuldige belangenafweging’.

De tekst van de eed is voorgekauwd door de wetgever. Mensen die hem willen afleggen, hoeven hem, na te hebben gekozen voor eed of belofte en het invullen van de naam van de onderneming, alleen maar uit te spreken en te ondertekenen. In de bedrijven die ik ken zweert en belooft men tijdens speciaal daarvoor georganiseerde ceremonies met getuigen en bescheiden feestelijkheden.

Mooi. Fijn. Goed dat-ie er is, hoor ik je denken. Op deze manier kunnen we die onbetrouwbare financiële mensen in het gareel krijgen!

‘Mensen die hun intenties publiek maken voelen zich juist mínder gehouden voelen aan hun intenties.’

Of denk je dat niet? Mooi, want dat denk ik met je mee. En niet alleen omdat de meeste financiële mensen betrouwbaar zijn.

Uit onderzoek van NYU-psycholoog Peter Gollwitzer blijkt namelijk dat mensen die hun intenties publiek maken zich juist mínder gehouden voelen aan hun intenties. De reden is dat door publiekelijk uit te spreken dat zij bepaalde ethische principes aanhangen mensen zich een identiteit aanmeten van iemand die die principes aanhangt. Het is precies die overtuiging die maakt dat mensen zich in hun gedrag minder houden aan die ethische principes. Ze zijn toch al principieel? Dat hebben ze immers net verklaard. Waarom zouden ze daar dan extra hun best voor gaan doen?

Dit effect ontstaat zelfs als mensen het voor zichzelf houden dat ze lovenswaardige principes hooghouden. Proefpersonen van een onderzoek van Northwestern University moesten bijvoorbeeld iets over zichzelf schrijven in termen als zorgend, gul en vriendelijk. Zij waren minder bereid om geld te doneren voor een goed doel dan mensen die in neutrale woorden iets over zichzelf schreven.

‘Voor veel mensen is een reputatie van ethisch zijn belangrijker dan het ethisch zijn zelf.’

Een cynische reactie die ik wel eens hoor op iets als de bankierseed is: denk je echt dat mensen hun gedrag aanpassen omdat ze iets hebben ondertekend op een stukje papier? Tegen deze cynici zou ik willen zeggen: ja, ze passen hun gedrag écht aan! Ze gaan zich namelijk hoogstwaarschijnlijk slechter gedragen na het afleggen van de eed.

Organisatiepsycholoog Adam Grant, schrijver van het boek Give and Take (aanrader), adviseert om mensen niet te laten zéggen dat ze bepaalde principes huldigen maar om ze te overtuigen zich te gaan gedrágen alsof ze die principes huldigen. Als mensen bij herhaling constateren dat ze in het klantbelang handelen, dan zullen ze van zichzelf gaan denken dat ze het klantbelang centraal stellen. En dát geeft een fijn gevoel dat ze willen onderhouden door het nog vaker te doen. Fake it ’til you make it, zoals ik eerder al zei.

Dus, een oproep aan de zojuist aangetreden wetgevers in de Tweede Kamer: laat bankiers en verzekeraars alsjeblieft niet meer zweren of beloven dat ze integer, afgewogen, klantgericht, open en vertrouwenwekkend zijn. Overtuig ze ervan dat ze zich zo moeten gedragen. Hoe, vraag je je af?

Voor veel mensen is een reputatie van ethisch zijn belangrijker dan het ethisch zijn zelf. Maak daarom gedrag van financiële medewerkers openbaar. Laat klanten hen openbaar beoordelen. En laat de AFM niet toezicht houden op het naleven van het afleggen van een eed. Laat haar de meest integere, afgewogen, klantgerichte, open en vertrouwenwekkende bankiers en verzekeraars belonen, met goede publiciteit. Organiseer geen ceremonies voor mensen die iets beloven, maar voor mensen die iets presteren.


Krijg je niet genoeg van dit soort inzichten? In m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn staan er nog veel meer.


Nawoord
Uiteraard had ik het hier net zo goed kunnen hebben over de eed die advocaten, artsen, notarissen en andere eedafleggende beroepsgroepen afleggen. De bankierseed is simpelweg de meest actuele. Maar: ja, je kunt je inderdaad afvragen of we bijvoorbeeld na 2.400 jaar de Eed van Hippocrates niet eens moeten afschaffen…