Denk maar niet dat anderen je goede bedoelingen zien

We zijn vaak verbaasd als andere mensen niet enthousiast reageren als we iets positiefs doen of zeggen. Het voelt ondankbaar als mensen onze goede bedoelingen niet inzien. Maar we maken er vaak meer van dan het is. De meeste mensen zijn namelijk niet helderziend.

Vorige maand zat ik in een skilift in Oostenrijk. Naast mij zaten twee Zwitserse meisjes van eind twintig met elkaar te kletsen. Vlak vóór het uitstappen probeerde ik de beugel omhoog te doen zodat we eruit konden. Ik voelde weerstand en keek naar rechts. Ik zag dat het meest rechts zittende meisje haar arm had laten liggen op het deel van de beugel dat als leuning dienst doet. ‘Warten wir noch ein Bisschen?’ vroeg ik met een glimlach op mijn hoofd. De vriendin van de leunster reageerde met een koel en langzaam uitgesproken: ‘Kein Problem…’ Mijn glimlach bleef onbeantwoord.

Ik probeerde het weer. De beugel ging omhoog. Ik gleed met m’n snowboard naar links, de meisjes skieden naar rechts. De afstand tussen ons werd groter. Maar hij kon eigenlijk al niet groter worden dan hij was geworden op het moment dat we ons korte gesprekje hadden.

‘Had het rechter meisje een lichamelijke conditie waar ik geen weet van had?’

Wat had ik fout gedaan? Zag ik eruit als een viezerik die meisjes lastigviel in skiliften? Ik had m’n snowboardbril omhoog gedaan, dus daar kon het niet aan liggen. Had ik eerder hardop scheten gelaten waar ik me nu niet meer bewust van was? Had het rechter meisje een lichamelijke conditie waar ik geen weet van had? Eentje waardoor ze haar rechter arm alleen met heel veel pijn en moeite kon bewegen? Of was dit gewoon een stelletje ijskonijnen?

Het simpele antwoord is: mijn eerste en enige zin was een vriendelijk bedoeld grapje. En da’s tricky. Humor is cultureel bepaald. Sterker nog, humor is heel persoonlijk. Deze jongedames kwamen uit Zwitserland. Nu weet ik uit ervaring dat Zwitsers niet ons Hollandse gevoel voor humor hebben. Bovendien heb ik meermalen gehoord dat best wat mensen, waaronder veel Nederlanders, moeite hebben met inschatten wanneer ik een gebbetje maak en wanneer ik serieus ben. Ik ben lastig te peilen.

‘We denken vaak dat de ander ons maar moet begrijpen.’

We denken vaak dat de ander ons maar moet begrijpen. Die snapt toch wel wat we bedoelen? Als we met brede gebaren duidelijk proberen te maken dat iemand voor ons mag invoegen, waarom kijkt-ie dan zo gepikeerd? Als we iemand die lijkt te zoeken naar straatnaambordjes vragen of we hem kunnen helpen, waarom zegt-ie dan zo verschrikt en kortaf: ‘Nee, hoor, bedankt.’ En waarom doen mensen boos als we per ongeluk tegen ze op botsen? We doen het toch niet expres?

Feit is dat ze ons niet kennen en ons daarom enkel zien als het gedrag dat we vertonen. Er is zoiets als de actor-oberserver asymmetry. Die houdt onder andere in dat mensen als ze iets doen – als ze actor zijn – zichzelf beoordelen op hun intenties (ik bedoel het toch goed?) en als observator anderen beoordelen op hun gedrag (als je dat doet, móét je wel een lul zijn). Er zit dus een asymmetrie in hoe mensen oordelen. (En dit geldt niet alleen voor de mensen die ons gepikeerd aankijken, verschrikt en kortaf reageren of boos doen. Wijzelf hebben ook meteen een oordeel over die mensen op basis van hun gepikeerde, verschrikte of boze gedrag.)

‘Mensen beoordelen zichzelf op hun intenties en anderen op hun gedrag.’

Daarnaast hebben we een positievere indruk van mensen die we kennen, simpelweg omdat we ze kennen. Het mere exposure effect wordt dat wel genoemd. Door enkel blootstelling aan iets of iemand gaan we het of hem of haar in een gunstiger daglicht zien. Je zou dus kunnen zeggen dat we bij mensen die we nog nooit eerder hebben gezien last hebben van het no exposure effect: van hen hebben we per definitie geen positief beeld.

Kortom, het is eigenlijk gek dat ik de reactie van de Zwitserse skiester gek vond. Ze had enkel mijn ambigue vraag om op af te gaan. Verder niks. What was I thinking? De volgende keer ga ik gewoon nog een rondje met ze met de lift naar beneden en weer naar boven, tot we lang genoeg aan elkaar blootgesteld zijn. Dan kunnen ze mijn grappige vraag vast op waarde schatten en vind ik haar nuffige reactie aandoenlijk.


Nog meer weetjes over awkard situaties? In m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn vertel ik je hoe ze ontstaan en wat je eraan kunt doen.

Lakse mensen manage je door ze niet te managen

Ik word een ander mens als ik met mijn gezin op vakantie ga. Bedenk, beslis en doe ik in mijn werk eigenlijk alles zelf, als we op vakantie gaan verander ik in een onkundig en onwillig sujet. Wat er dan met mij gebeurt, staat symbool voor hoe vaardige, enthousiaste medewerkers veranderen in onhandige zeurpieten.

Het begint allemaal met het feit dat ik me een stuk minder druk maak om wat er allemaal geregeld kan worden voor een buitenlandtrip dan mijn vriendin. Bovendien begin ik me later druk te maken.

Als ik nog midden in het alledaagse leven zit, is zij al bezig met het feit dat we weken later een week weg gaan. Naarmate de dagen vorderen, beginnen de lijstjes met niet-te-vergeten-dingen in het huis te verschijnen. Ze verzamelt alvast spullen voor onze dochter, zichzelf en mij, denkt na over de etenswaren die we onderweg nodig hebben en boekt een hotelletje waar we halverwege kunnen overnachten. Had het aan mij gelegen, dan had ik (een paar van) dit soort voorbereidingen een dag of wat van tevoren getroffen en had ik gedacht: zolang we maar onze portemonnee en paspoort bij ons hebben, kan er eigenlijk nooit iets echt fout gaan.

‘Mijn ego krijgt er een andere zorg bij. Dat wordt namelijk niet gezien.’

Omdat het al jaren zo gaat en we al jaren – tot grote irritatie van de ander – aan de ander proberen te bewijzen dat onze eigen instelling de beste is, hebben we het de laatste keren anders geregeld: zij doet haar ding en ik volg haar orders op. En dat werkt goed. Zij kan haar voorbereidingen treffen en ik hoef me nergens druk over te maken. Precies zoals we het allebei willen.

Nou ja… bijna precies.

Vroeger, toen ik nog vrijgezel was, ging ik ook op vakantie. En dat waren leuke tripjes waar ik zelf alles voor regelde. Met andere woorden, ik kan best m’n eigen boontjes doppen. En ik heb ook een eigen wil. Mijn trots en wil krijgen door de gezinsvakantieaanpak een deuk te verwerken. Ja, ik heb geen zorgen over de reis, maar mijn ego krijgt er een andere zorg bij. Dat wordt namelijk niet gezien. Om gezien te worden, laat het van zich horen. En vooral met scepsis: ‘Gaat het allemaal lukken zo?’ ‘Dat past toch nooit allemaal in de auto?’ ‘Heb je hier wel goed over nagedacht?’ En het wordt lui. Ik doe echt níks meer tot ik een order krijg. Want dat was toch de afspraak? ‘Wat moet ik nu doen, baas?’ hoor ik mezelf nu soms zeggen.

Wat bij dat laatste ook meespeelt is dat ik mijn vriendin niet voor de voeten wil lopen. Ik wil haar de ruimte geven om de verantwoordelijkheid te nemen. Dat maakt mijn passiviteit en afwachtendheid alleen maar groter.

‘Mijn vakantierecalcitrantie is niks anders dan de wisselwerking tussen managers en medewerkers.’

Mijn vakantierecalcitrantie is in wezen exact hetzelfde als het effect van de wisselwerking tussen managers en medewerkers. Managers zijn vaak in een managementpositie gekomen omdat ze zich drukker en eerder druk maakten om de dingen die eraan zaten te komen. Initiatief en verantwoordelijkheid nemen, noemen ze dat op het werk. Dat wordt gewaardeerd.

De mensen die op een gegeven moment hun medewerkers werden hadden dat net ietsje minder. Die maakten zich net iets minder en later druk dan hun opgeklommen collega. En toen werd diezelfde collega ook opeens hun manager. Die stelde zich al van nature net iets verantwoordelijker op, en sindsdien werd er ook nog van hem vanwege zijn functie verwacht dat-ie meer verantwoordelijkheid nam.

‘De truc om zelfstandige mensen uit hun laksheid te krijgen is ze niet managen.’

Mensen die prima hun eigen boontjes kunnen doppen en een eigen wil hebben veranderen zo in sceptische luie donders. De truc om ze uit hun terughoudende laksheid te krijgen is simpel om te zeggen maar voor geboren managers niet gemakkelijk te doen: manage ze niet. Als je mensen die prima hun eigen boontjes kunnen doppen en een eigen wil hebben gewoon hun boontjes laat doppen op hun eigen manier, doen ze fantastische dingen.

Zo heb ik laatst een topwintersport gehad. En die had ik met veel plezier helemaal zelf geregeld, tot aan het  kopen van eten voor onderweg en het inpakken van m’n koffer aan toe. Hoe dat kon? Ik ging niet met m’n gezin maar met een paar vrienden.


Disclaimer
Natuurlijk heb ik de anekdotes over mijn vriendin (een beetje) aangedikt voor het effect. Wat ik over mezelf heb geschreven is daarentegen helemaal waar.