Deze zomer ben ik met de trein van en naar Oostenrijk gereisd. Vrouw, kind en hond bleven daar terwijl ik een maand home alone in Nederland mocht zijn. Het was heerlijk, dat internationaal treinen. Het eerste stuk van Oberstdorf tot Keulen kon ik blijven zitten in dezelfde trein. Zeven uur lang dromen, staren, peinzen, lezen, nog wat meer peinzen en staren, en vooral: helemaal niks denken… top!

Ergens halverwege stapte een wat oudere man in – ik schat midden zeventig – met een grote koffer. Hij sleepte hem op wieltjes achter zich aan. Aangekomen bij zijn zitplaats keek hij beurtelings naar het bagagerek boven de stoelen en naar zijn koffer. Hij trok wat aan het hengsel van het gevaarte om te peilen of hij het ding zelf omhoog kon hijsen. Hij kreeg het valies wel van de grond maar het boven zijn hoofd tillen leek hem zwaar te vallen.

‘Wat ís dit? vroeg ik me af. Hier stond een oude man te klungelen met zijn koffer en ik kon hem heel simpel helpen. Waarom gaf me dat stress?

Het tafereel speelde zich een paar rijen stoelen voor mij af. Ik kon me er dus niet aan onttrekken. Terwijl ik ernaar keek merkte ik dat mijn hart merkbaarder begon te kloppen. Ik voelde spanning in m’n lichaam komen. Wat ís dit? vroeg ik me af. Hier stond een oude man te klungelen met zijn koffer en ik kon hem heel simpel helpen. Waarom gaf me dat stress?

Vóór ik me over mezelf heen had gezet en op gestaan was, had de man met een uiterste krachtinspanning zijn koffer op de stellage boven zijn hoofd geduwd. Met een diepe zucht ging hij zitten.

Ik vroeg het me nog een keer af: wat ís dit? Waarom was ik niet gewoon opgestaan, had ik de man niet met een charmant ‘darf ich Ihnen helfen?’ benaderd en had ik zijn bagage niet soepel op het rek gezwaaid? Wat maakte zoiets voor mij een stressvolle belevenis?

Nou ben ik als tiener en begin-twintiger best onzeker geweest, dus ergens zal het in mijn aard zitten om me meer dan gemiddeld druk te maken over dit soort situaties. Maar inmiddels heb ik veel trainingen, workshops en lezingen gegeven, ben ik op genoeg borrels-met-onbekenden geweest en ben ik ook gewoon volwassen geworden. Ik zou toch ongevoelig(er) moeten zijn geworden voor dit soort simpele sociale situaties? Blijkbaar zit er diep vanbinnen iets in mij dat ook dit soort simpele sociale situaties beoordeelt als potentieel gevaarlijk – want waarom zou ik anders tekenen krijgen van stress, nature’s way om aan te geven dat er gevaar dreigt?

‘Geen grote angst, maar angst niettemin. Noem het sociale miniatuurangst.

Ik denk dat ik wat dit betreft niet heel veel anders ben dan anderen. Wellicht krijg ik sterkere signalen dat ik iets spannends ga doen als ik op wil staan om iemand te helpen, maar ik denk dat het overgrote deel van ons toch even een emotionele drempel over moet om een ander te helpen. Zeker als er derden bij zijn. Onbewust spelen er allerlei onzekerheden in ons achterhoofd (of beter gezegd: in ons ‘binnenhoofd’ omdat ons angstencentrum in de binnenkant van onze hersenen verstopt zit): Wat zullen anderen wel niet van me denken? Die vinden me vast een strebertje. Kom ik wel zelfverzekerd over? Wil die man wel geholpen worden? Wat als-ie me afwijst? Gaat het mij wel lukken om die koffer zonder moeite op te tillen? Wil niet iemand anders ook helpen en krijgen we dan geen awkward situatie waarin we staan te hannesen wie gaat helpen en hoe?

Angst om buiten de stilzwijgende groep te vallen die je samen vormt met de bewoners van een treincoupé, angst om afgewezen te worden, angst om een flater te slaan; het klinkt misschien overdreven maar het is echt angst die ons vaak tegenhoudt om een ander te helpen. Geen grote angst, maar angst niettemin. Noem het sociale miniatuurangst.

De volgende keer bedenk ik me daarom wel twee keer als ik een ander veroordeel voor het niet-helpen van iemand die overduidelijk hulp nodig heeft. Die zit daar vast in spanning naar z’n hart te luisteren. En ik hoop maar dat ik me de volgende keer over m’n eigen miniatuurangst heen zet als ik zo iemand zie worstelen.


Can’t get enough van dit soort verhalen? In m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn staan er nog véél meer.


 

Advertisements

One thought on “Waarom ons hart sneller gaat kloppen als we iemand kunnen helpen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s