Algemene regels van behoorlijk bestaan

De PvdA maakt zich zorgen over de forse toename van het aantal belastingadviseurs. In vijf jaar tijd is het totaal aantal adviseurs met een kwart toegenomen tot bijna 5.400. Financieel woordvoerder van de PvdA Ed Groot liet niet zo lang geleden op BNR weten: ‘Ik denk dat er alle aanleiding is voor de Belastingdienst om strenger te gaan controleren. Wat we zien is dat de controlecapaciteit achterblijft bij de kennis die in de markt is van belastingwetgeving.’ Volgens de PvdA zoeken veel nieuwe kantoortjes de randen van de wet op en heeft de Belastingdienst te weinig capaciteit om te controleren. Het feit, dat er meer zelfstandigen bij gekomen zijn, dat de belastingwetgeving te ingewikkeld is en dat dat zorgt voor een toenemende behoefte aan belastingadviseurs, neemt de heer Groot niet mee in zijn overweging.

Op 1 januari is de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking getreden. Gemeenten hebben een flinke taak, en dus flink wat geld, erbij gekregen om de zorg in hun verantwoordelijkheidsgebied te regelen. Dat zou de zorg dichterbij en onder de “regie” van de cliënt brengen en simpeler moeten maken. Maar, omdat de rijksoverheid, zorgverleners en zorgverzekeraars ook nog een stukje van het werk en de verantwoordelijkheid hebben, wordt het er niet gemakkelijker op. In een voorbeeld waarvan ik hoorde had iemand met elf instanties te maken om de zorg rondom zijn zieke vrouw en kinderen te regelen, om van het aantal kastjes en muren maar te zwijgen.

Een van de soorten spelers die de redding moeten worden van het lokale zorggebeuren zijn de mantelzorgers, mensen die voor vrienden, familieleden of geliefden zorgen zonder daarvoor betaald te worden. Op een symposium over mantelzorg hoorde ik een gemeentefunctionaris praten over die mantelzorgers. ‘Wij hebben geld gekregen om hen te helpen. Wij móeten die mensen vinden,’ zei ze, met onbegrip in haar stem over het feit dat niet al ‘die mensen’ zich zomaar bij de gemeente melden om geholpen te worden.

Deze voorbeelden geven aan hoe veel politici en ambtenaren denken en werken. Zou het ooit in het hoofd van Ed Groot op zijn gekomen om te zoeken naar de oorzaak van de groei in belastingadviseurs? Snapt de wetgever wel wat ze zegt als ze de zorg dichtbij de cliënt en simpel wil organiseren? Weet zo’n mevrouw van de gemeente dat mensen die voor hun geliefden zorgen ook gewoon mensen kunnen zijn die voor hun geliefde willen zorgen en geen ‘mantelzorger’ willen heten? Waarom ingewikkelde regels met meer controle bestrijden, terwijl minder en gemakkelijker regels de oplossing zijn? Waarom een afstandelijke en ingewikkelde praktijk organiseren, terwijl de bedoeling dichtbij en simpel was? Waarom mensen hulp opdringen, terwijl ze geen hulp nodig hebben?

Het antwoord is dat politici en ambtenaren gewend zijn dingen te bereiken door regels uit te vaardigen respectievelijk na te leven. Zelfs de meest liberale politicus gebruikt regels als referentie voor de vrijheid. Denk aan oud-VVD-politicus en nu-ambtenaar Gerrit Zalm. Die geeft alle leden van de top van ABN Amro een tonnetje erbij als ‘tijdelijke vaste beloning,’ omdat hij geen variabele beloning meer mag geven. In een reactie op commentaar dat dit niet de schoonheidsprijs verdient, zegt Gerrit dat het volgens de regels van de wet is. Het mag, dus dan klopt het, redeneert Zalm.*

Je moet altijd regels hebben, zo denkt de politicus. Als er geen wetten worden uitgevaardigd, wat is dan het bestaansrecht van een volksvertegenwoordiger? Wetten, maatregelen, verordeningen en regels zijn de core business, de primaire producten van de politiek. Je moet altijd de regels naleven, dan is het goed, denkt de ambtenaar. De gedachte achter de bureaucratie is per slot van rekening dat er zonder aanziens des persoons wordt gehandeld. Om dat te doen zijn onpersoonlijke regels nodig, die nageleefd en gehandhaafd worden. En daar is een apparaat voor nodig.

Kortom, als politici nu ineens zouden gaan regelen dat er minder en simpeler wetten zijn, dat de rijksoverheid echt geen rol heeft in de organisatie van de zorg en dat ambtenaren mensen niet lastig vallen als ze daar niet om vragen, dan zouden diezelfde politici en ambtenaren zichzelf aan het opheffen zijn. Die gedachte is zo ondenkbaar, dat ze niet eens in hun hoofden opkomt.

* Overigens hebben toevallig vandaag de bestuurders bekend gemaakt dat ze toch afzien van de loonsverhoging. Ziehier. Dat neemt echter niks weg van de oorspronkelijke redenatie van Zalm. Bovendien was het niet Zalm, maar waren het zijn bestuursleden zelf die besloten tot het niet accepteren van het “tonnetje van Zalm”.


Als je mijn blog waardeert, laat dat dan zien: volg dit blog of like Fellow Man op Facebook. Dank je!

Advertisements