Veel consultants doen nutteloos werk – en dat weten ze zelf allang

In Arnhem maken ze er in de gemeenteraad een zooitje van. Raadsleden en wethouders beledigen elkaar, gebruiken grove taal, intimideren en schofferen. Een enkeling bedient zich zelfs van de middelvinger.

Hoogleraar Bestuurskunde Paul Frissen deed er onderzoek naar en concludeerde onder andere dat er in de stad een cultuur is van doelen die de middelen heiligen, van altijd gelijk hebben, van voldongen feiten en van straatvechten. Het advies van de onderzoekers: ‘Wie de samenleving normen voorhoudt, moet zichzelf daaraan houden.’

‘Dachten ze nu echt dat een patroon dat zich jaren heeft ontwikkeld zou veranderen door een rapport?

De gemeenteraad wil dat het college van burgemeester en wethouders vandaag in het openbaar reageert op het rapport van Frissen. Tot nu toe heeft het college alleen per brief laten weten het rapport met de gemeenteraad in een-op-eengesprekken te willen bespreken. De raad vond die reactie teleurstellend en ook Frissen is verbaasd over de brief van het college.

Ik ben op mijn beurt teleurgesteld en verbaasd over de reacties van de raad en de hoogleraar. Wat hadden ze dan gedacht? Dachten ze echt dat een patroon dat zich jaren heeft ontwikkeld zou veranderen door een extern rapport? Ja, want in het rapport is te lezen: ‘Om deze patronen te doorbreken moeten deze bevindingen vooral als een spiegel voor reflectie worden benut.’

Dankzij de psychologie kennen we de confirmation bias al bijna zestig jaar – en dankzij de Griekse historicus  Thucydides al sinds 400 voor Christus. Het is de neiging om informatie te zoeken, te interpreteren, voor te stellen en te herinneren op een manier die iemands bestaande overtuigingen bevestigt.

‘De hoogleraar wist al dat zijn rapport geen enkele zin gaat hebben.

Maar dankzij diezelfde confirmatieneiging denken veel onderzoekers, consultants en managers dat hun rationele methodes werken. Ze zijn ervan overtuigd dat het nuttig is om mensen te vertéllen wat ze fout doen en hoe ze het beter kunnen doen, ondanks wetenschappelijke studies en waarschijnlijk hun jarenlange eigen ervaring die het tegendeel bewijzen. De informatie uit die studies en ervaring hebben ze gezocht, geïnterpreteerd, voorgesteld en herinnerd op een manier die hun bestaande overtuigingen bevestigt.

Want als zij die informatie serieus zouden nemen, zouden zij de nagel aan hun eigen professionele doodskist zijn. En zo houden hele beroepsgroepen zichzelf in stand.

‘Weten en ernaar handelen zijn twee verschillende dingen.

In een NOS-bijdrage zegt Frissen over het college: ‘Je hoeft niet te erkennen dat je iets fout hebt gedaan, maar je zou kunnen zeggen: voor zover u zich beschadigd voelt door het gedrag dat we hebben vertoond, bieden we onze verontschuldigingen aan.’ ‘De hoogleraar heeft er een hard hoofd in dat het zover gaat komen vanavond,’ voegt de journalist van dienst toe.

De hoogleraar wéét dus eigenlijk al dat zijn rapport waarschijnlijk geen enkele zin gaat hebben. Maar weten en ernaar handelen zijn twee verschillende dingen. Maar als hij dat zou erkennen, zou hij zichzelf tegenspreken. Want om patronen te doorbreken hoeven bevindingen enkel als een spiegel voor reflectie te worden benut, is zijn devies.

Benut daarom de bevindingen in dit artikel als een spiegel om je eigen patronen te doorbreken. Dan zal je in de toekomst wel twee keer uitkijken voordat je iemand van loze raad voorziet.


Meer loze raad? M’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn staat er vol mee!


 

Advertisements

Waarom je een ander niet moet laten uitpraten

Te vaak laten we de ander uitpraten. Omwille van beleefdheid en harmonie. Zeggen we. Maar stiekem zit er een veel minder beschaafde reden achter: luiheid. Alleen kost uit laten praten uiteindelijk vaak meer energie. Dus doe jezelf en de ander een plezier en zeg er wat van.

‘Heb je een nieuwe gadget?’ vroeg ‘Dirk’ die mijn kamer was komen binnenlopen. Hij wees naar het zwarte doosje dat aan mijn laptop was gekoppeld met een USB-kabeltje. ‘Nee, hoor,’ zei ik, ‘ik heb ’m al een tijd. Ik zou dit ding juist veel vaker moeten gebruiken.’ Het ‘ding’ was een externe harde schijf die ik (te weinig dus) gebruik om een reservekopie te maken van mijn pc.

Dirk was dichterbij gekomen. Ik legde hem uit hoe ik zo’n reservekopie maakte. Zo wees ik hem waar je moet zijn bij Systeemvoorkeuren en op het teken van Time Machine in de menubalk. Hij leek geïnteresseerd. Hij schoof zelfs de muiscursor even aan de kant om het icoontje met het klokje beter te kunnen zien.

‘Menig managementteam klaagt over de nutteloosheid van hun wekelijkse overleggen.

Nadat ik een minuut of wat uitleg had gegeven, zei hij: ‘Ja, ik heb zelf zo’n groot ding,’ hij onderbrak zichzelf om met zijn handen een wijde, draaiende beweging te maken. Uit zijn mond kwam een zoemend geluid. ‘En daarmee sla ik eens in de zoveel tijd alles op.’ ‘O, je weet dus waar ik het over heb?’ vroeg ik hem. ‘Ja. Ik wist alleen niet dat ze die dingen met één terabyte,’ hij wees op mijn externe harde schijf, ‘al zo klein maakten.’ ‘Dus al die uitleg van mij over het maken van reservekopieën was eigenlijk voor niks?’ zei ik lachend. ‘Inderdaad.’ ‘Waarom zei je dan niks?’ ‘Ik dacht: ik haal er wel uit wat nuttig is.’ Met een glimlach liep Dirk mijn kamer uit.

Ik verveel mensen regelmatig met een wedervraag als: ‘Hoe bedoel je?’ ‘Wat wil je precies weten?’ of ‘Waarom vraag je dat?’ Deze keer deed ik het een keer niet. Daar kreeg ik meteen spijt van.

Dit gesprek kostte een minuutje, maar hoe vaak zitten mensen niet een hele vergadering naar elkaar te luisteren, al meehummend en geïnteresseerd knikkend, terwijl dat wat ze horen helemaal niet interessant voor ze is, laat staan relevant? Ik ken menig managementteam waarvan de leden klagen over de nutteloosheid van hun wekelijkse overleggen of over de vaak vreemde ideeën die hun baas dan oppert. Maar zeggen ze dat ooit tíjdens zo’n overleg? Zegt iemand dan: ‘Eh, sorry, maar wat ik éígenlijk wil weten is…’? Nope.

‘Ik denk dat de belangrijkste reden luiheid is, aangeboren luiheid.

Waarom niet? Omdat we hebben geleerd dat iemand onderbreken in iets wat-ie graag vertelt onbeleefd is? Of zijn we bang dat we een onprettige discussie krijgen omdat de ander zijn punt niet kan maken? Behouden we eigenlijk liever de harmonie?

Maar hoe beleefd is het om interesse te veinzen? Hoeveel respect toon je iemand als je je echte gevoel over wat hij of zij zegt niet uit?

Ik denk dat de belangrijkste reden niks te maken heeft met beleefdheid of angst. Ik denk dat de belangrijkste reden luiheid is, aangeboren luiheid.

Geen enkel dier verspilt graag energie. En dat is logisch. Als je wilt overleven, kun je beter zo min mogelijk brandstof verbruiken. Want die zou je wel eens nodig kunnen hebben om te vluchten of te vechten of in tijden dat je geen voedsel kunt vinden.

Iemand onderbreken en leiden naar je eigenlijke interesse of vraag kost energie. Waarom je energie verspillen aan het gedoe dat ontstaat van zeggen wat je echt vindt? Je kunt tijdens een vergadering beter je e-mail checken of in gedachten verzonken zijn. Scheelt je later weer tijd.

‘Allemaal excuses om een minder geciviliseerd deel van onze dierlijke aard te maskeren.

En Dirk had vanuit evolutionair oogpunt ook gelijk: waarom zou hij de moeite nemen om mij vragen te stellen als hij erop kon vertrouwen dat ik toch wel ergens in mijn verhaal van een minuutje de info zou geven die hij zocht? Hij haalde er wel uit wat nuttig was.

Een fijne bijkomstigheid van dit alles is dat we beleefd overkomen en ogenschijnlijk de harmonie bewaren. Maar dat zijn slechts excuses om een minder geciviliseerd deel van onze dierlijke aard te maskeren. We zijn liever lui dan moe.

Dat is allemaal prima. We zijn nou eenmaal allemaal slechts mensen. Maar als je jezelf meer moeite wilt besparen in de toekomst, doe dan een kleine investering in het heden. Denk even na over je vraag voordat je er eentje stelt die nét niet is wat je bedoelde, want mensen gaan met je foute vraag aan de haal (een wedervraag stellen kost die ander immers ook weer energie). Wees eerlijk tegen je partner over dat bezoekje aan je schoonouders. Voor je het weet, zie je ze elke week.

En stop – in naam van alle lieve dingen – met nutteloze vergaderingen. Heb de moed om je collega’s te vertellen dat je er niks aan hebt. Dat scheelt iedereen, naast een hoop tijd, veel frustratie en stress. En dát zijn pas de echte energievreters.

Epiloog
Grappig: ik zocht na het schrijven van deze post voor een training de Covey-matrix – je weet wel, urgentie vs. belang. ‘Meetings’ stond op verschillende resultaten van Google Images in kwadrant 3 (urgent-niet belangrijk). In een andere versie stond bij dat kwadrant: ‘Avoid. Illusion + deception. Minimize investment.’ Kortom, we weten het dus allang maar zijn echt te lui om er iets mee te doen.


Want more? Check m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn.


 

Zet een hulplijn in en vergroot je netwerk (en werk ondertussen aan je vertrouwen in de mensheid)

Als je je geloof in de mens wat op wilt beuren (of gewoon plat iets aan je netwerk wilt doen), vraag om hulp. Je zult verrast staan.

Sinds maart 2014 ga ik door het werkende leven als Fellow Man. In die drie en een half jaar heb ik een loyale ‘fanbase’ opgebouwd, mensen die graag met me samenwerken. Het is echter een relatief kleine fanbase.

Ik doe daardoor vaak voor dezelfde organisaties opdrachten. Dat is leuk en goed. Het is fijn om met mensen samen te werken die me goed kennen en vertrouwen. En omdat ik de organisaties en mensen goed ken, kan ik extra snel tot de kern van een vraagstuk komen. I count my blessings.

‘Ik ben meer van Charlie Brown en Phil Collins. (Dat is vast ook een reden dat mijn fanbase maar heel langzaam groeit.)

Tegelijkertijd is mijn bereik hiermee beperkt. Ik heb een missie met Fellow Man: het werkende leven menselijker maken. Als ik telkens door dezelfde organisaties word ingehuurd, help ik dáár misschien wel mee aan een menselijker werkend leven maar daar heeft de rest van de wereld, die ik níét help, niks aan.

Dus tijdens de zomer heb ik besloten wat aan mijn ‘bereik’ te gaan doen. Nou ben ik niet goed in reclame maken voor mezelf. En op netwerkborrels m’n kaartje rond laten slingeren is ook niet echt m’n ding. Ik ben meer van Charlie Brown (‘to know me, is to love me’) en Phil Collins (‘you can’t hurry love’). (Dat is vast ook een belangrijke reden dat mijn fanbase maar heel langzaam groeit.) Daarom heb ik besloten het anders aan te pakken.

Ik heb de zakelijke relaties die ik vertrouw, mijn fans zogezegd, gevraagd of ze me willen helpen. Met samengeknepen billen en gekruiste vingers heb ik ze de vraag gesteld of ze me wilden vertellen wat ze nou zo goed aan me vinden, en aan wie in hun netwerk ze me wilden voorstellen. In ruil daarvoor, zei ik, nam ik ze graag mee uit eten – op mijn rekening, uiteraard.

‘De reacties hebben m’n billen en vingers volledig laten ontspannen.

De reacties hebben m’n billen en vingers volledig laten ontspannen. Sterker nog, om in de lichamelijke metaforen te blijven: het was hartverwarmend. Iedereen die ik vroeg was blij verrast met mijn hulpvraag en maakte graag tijd om het over mij te hebben.

De eerste dinerdate heb ik er inmiddels op zitten. Ik werd overdonderd door hoe serieus mijn disgenoot mijn vraag behandelde. Niet alleen had hij van tevoren de antwoorden voorbereid en is hij van plan me te gaan voorstellen aan een bestuurslid van een grote Nederlandse onderneming, hij was ook nog eens heel dankbaar dat ik hem had gevraagd. Dankbaar! Dat ik hém had gevraagd!

Ik ging er niet eens van naast m’n schoenen lopen, van al die positieve aandacht. Ik werd vooral gewoon heel blij van de goedheid die een mens blijkbaar in zich heeft.

Want – belangrijker dan de handige acquisitietip die in dit verhaal zit – is dát voor mij de echte les van deze ervaring: mensen zijn over het algemeen echt blij als ze kunnen helpen. En ik ben niet de enige die dat heeft ervaren.

‘Dat anderen er in de eerste plaats voor zichzelf zijn is een hardnekkige gedachte.

Uit allerlei onderzoek blijkt dat om hulp vragen, mensen helpen en geholpen worden een positieve uitwerking heeft die verder gaat dan het simpele praktische feit dat je niet langer met een probleem zit. Zo is een leuk feitje uit dit soort onderzoeken dat mensen positiever denken over mensen die hun hulp vragen dan over mensen die dat niet doen.

Het stomme is dat we allemaal impliciet of expliciet het tegenovergestelde hebben geleerd: dat anderen er in de eerste plaats voor zichzelf zijn en dat we onszelf moeten kunnen redden. En dat zijn hardnekkige gedachten. Al jaren weet ik van die onderzoeken hierboven en toch voelde ik me kwetsbaar toen ik die hulpvraag stelde.

Gelukkig ben ik ook een mens en had ik de erváring nodig die me ervan overtuigde dat ik ongelijk had. Want dat wijzen de feiten ook uit: mensen worden niet overtuigd door feiten, ook al denken ze vaak van wel, maar door hun eigen ervaring.


Nog meer feiten én tips voor ervaringen die je vertrouwen in de mensheid vergroten? Check m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn.