Over inburgeren gesproken…

Lodewijk Asscher wil een participatiecontract in het leven roepen voor álle immigranten. Twee dagen geleden was dit in het nieuws. De nieuws- en opiniemakers vielen over elkaar heen om te zeggen dat het puur symboolpolitiek was. Belangrijkste reden die ze daarbij gaven was dat het wettelijk niet af te dwingen valt, zeker niet voor EU-ingezetenen.

Het meest opvallende aan dit nieuws is wat beide kanten in dit verhaal gemeen hebben: het is blijkbaar normaal dat je participatie in een samenleving via juridische weg kan regelen. De minister komt met het idee om immigranten een contract te laten tekenen. Hij is de ene kant in dit verhaal. De ‘kritische pers’ is de andere kant. In plaats van dat zij het hele idee van het contract als instrument omver halen, is hun belangrijkste kritiek dat het contract niet afdwingbaar is. Iedereen vindt het blijkbaar normaal dat je een way of life, een cultuur, normen en waarden – geef het een naam – af kan dwingen door mensen hun handtekening onder een stukje tekst te laten zetten.

Bovendien, we hebben ook al het inburgeringsexamen. Het is iets minder vreemd, maar nog steeds best gek om te denken dat je mensen Nederlander maakt – whatever that may be – door ze de taal te leren en wat feitjes over Nederland bij te brengen in een klaslokaal. Waarom moeten we dingen die gaan over hoe mensen met elkaar op straat, in de winkel, op het werk of bij de dokter omgaan via een papiertje of in een afgesloten ruimte regelen? Wat is met dat (om het in goed ingeburgerd Nederlands te zeggen)?

Wat is er mis met het goeie ouwe gesprek? Als je iemand iets ziet doen dat je gek vindt, wees dan mans genoeg om op die persoon af te stappen en te vragen waarom ie dat doet. Niks is gemakkelijker én fnuikender voor de ‘integratie’ dan je mond houden en de ander stom vinden. Of je mond houden en een papiertje onder de neus van iemand stoppen dat ie moet tekenen, waarop staat dat zijn cultuur stommer is dan die van jou. Als je de ander probeert te snappen en durft te vertellen hoe jij erover denkt, dan krijg je onderling begrip en dán leef je samen.

Volgens mij zouden we het inburgeringsexamen moeten afschaffen en allemaal een gespreksexamen moeten afleggen.

Vliegt u economy of prison class?

Transavia heeft, in zijn verweer tegen schadeclaims van reizigers die vertraging opliepen met een vlucht van de luchtvaartmaatschappij, haar passagiers vergeleken met gedetineerden. Transavia stelde dat mensen die ten onrechte in de gevangenis of voorarrest hebben gezeten, een veel lager bedrag krijgen dan mensen die vertraging hebben. Voor elke nacht gevangenis krijg je 80 euro en voor voorarrest 105. Via EUclaim kun je schadevergoedingen krijgen van 250 tot 600 euro voor vluchten met een vertraging van meer dan drie uur.

Ik hoorde de CEO van EUclaim – ja, je kunt ook CEO zijn van een bedrijf van twaalf man – gisteren op de radio uitleggen waarom het argument van Transavia onterecht was: je kunt passagiers niet vergelijken met gedetineerden, omdat ze niet dezelfde rechten hebben. Passagiers hebben namelijk recht op, and I quote, “een ligbed op Fuertaventura.”

Nu kun je Transavia’s verweer flauw en ongepast vinden, maar ik vind in dit geval vooral EUclaim de nare vriend in het gezelschap. Allereerst is het al een ding dat er een bedrijf is, speciaal om mensen te helpen hun claims voor vertraging met hun vlucht in te dienen. Dat getuigt van een soort opportunisme dat klinkt als vrijheidsstrijder, maar ruikt als terrorist. Daarnaast is de schending van de rechten van mensen die onterecht vastzitten – wiens vrijheid ontnomen wordt – ondergeschikt maken aan de rechten van vakantiegangers – met bovenaan hun Bill of Rights: het recht op een “ligbed op Fuertaventura” – raar en respectloos.

Bovendien, ook al voert Transavia dit soort verweer puur uit eigenbelang en is ook dit bedrijf opportunistisch, wat is er mis met wat relativering? Wachten op je vliegtuig ís toch niet erger dan in de gevangenis zitten? En als we met z’n allen zo graag supergoedkoop op zonvakantie willen, dan kan het voorkomen dat je vliegtuig niet helemaal in orde is op het moment van vertrek. Sowieso, wat is dan drie uur wachten? Je gaat toch op vakantie? Je hebt toch tijd? Ik ken weinig mensen die 200 euro per uur netto verdienen, maar als je een vlucht naar Fuertaventura boekt en je hebt de mazzel dat je drie uur vertraging hebt, verdien je in die drie uur 600 euro. En dat in je vakantie.

IKEA vs. Apple – part II

Een paar mensen spraken mij aan op mijn post van 13 februari. Ze waren het niet met me eens, zeiden ze. Ze vroegen zich af hoe je ooit iets nieuws kan leren als je nooit iets zou doen wat je niet kunt. Goeie vraag. Maar deze (retorisch bedoelde) vraag is nog geen bewijs dat je het niet met me eens bent.

Ik kan genieten van mensen die iets doen wat ze echt goed kunnen. En ik kan niet tegen mensen die iets doen wat ze echt niet kunnen. Dat is wat ik heb gezegd. Daarmee zeg ik niet dat mensen niet iets nieuws mogen proberen wat ze niet kunnen. Je moet eerst iets doen, voordat je tot de conclusie kan komen of je het kunt of niet. Waar ik niet tegen kan – en waar ik dus eigenlijk gewoon tegen ben – zijn mensen die iets niet kunnen en dat toch gewoon blijven doen, zónder zich erbij neer te leggen dat ze het niet kunnen.

Moed is alles durven wat je kan. Moed is ook alles laten wat je niet kunt. Je hebt lef nodig om afscheid te nemen van de dingen die je niet kunt, omdat je daarmee moet toegeven dat je het niet kunt. Daar staat tegenover dat je moed nodig hebt om te kiezen voor waar je goed in bent. Niks is gemakkelijker dan doen wat iedereen gaaf vindt en laten wat iedereen stom vindt. Het nadeel is alleen dat je dan grijze eenheidsworst krijgt. Iedereen doet hetzelfde op een gemiddeld laag niveau. De wereld wordt kleurrijker én beter als mensen de moed hebben om te durven wat ze kunnen en te laten wat ze niet kunnen.

Happy Birthday 2 Her

Gisteren was mijn vriendin jarig. Ze werd 30. Een verjaardag die veel mensen met veel feest gepaard laten gaan – ofwel om deze mijlpaal te vieren, ofwel om zo veel te drinken dat ze nog even iets langer kunnen negeren dat ze die mijlpaal bereikt hebben. Mijn vriendin deed dat niet. Haar gezondheid is niet optimaal op het moment, dus een groots feest met veel mensen en drank zat er niet in. Dat vond ze zelf echt heel jammer – dat van de mensen, niet van de drank.

Ik wilde ervoor zorgen dat ze toch zou voelen hoe veel mensen er op zo’n dag aan haar dachten. Na mijn goede ervaringen op 25 januari jl. (zie mijn post Happy Birthday 2 Me), waarna ik de strijdbijl met Facebook voorgoed heb begraven, bedacht ik een plan. Ik heb alle mensen, die mijn vriendin kennen of hebben gekend en wiens mailadres ik kon bemachtigen, een mail gestuurd. Daarin vroeg ik ze een filmpje op te nemen en dat te posten op een Facebook-pagina die ik speciaal voor haar verjaardag had aangemaakt. Uiteraard moest dit allemaal poepgeheim blijven voor mijn vriendin.

De eerste reacties via de mail waren positief. Toch was het een paar dagen vóór de Grote Dag nog vrij stil op de verjaardagspagina. De teller bleef rond de tien steken. Ik werd er een beetje zenuwachtig van. Tot afgelopen woensdag. Binnen twee dagen posten zo’n 60 mensen op de pagina. En de meesten met filmpje. Op donderdagavond stonden er 68 berichten voor haar klaar.

Net voordat ik de deur vrijdag (gisteren, dus) achter me dichttrok om naar m’n werk te gaan, riep ik naar m’n vriendin dat ze maar even op de iPad moest kijken. Ik had ervoor gezorgd dat ze haar verjaardagspagina zou zien als ze hem aanzette. Het resultaat was er naar. Na vijf minuten belde ze me in de auto. “Wat is dit?,” vroeg ze, terwijl ze door de lijst met posts heen scrollde. Al doende begon ze te beseffen wat ‘dit’ was. Ik hoorde door de telefoon de verbazing en emotie in haar stem.

Toen ik ‘s middags thuis kwam, hebben we samen de hele lijst bekeken. En ik had dezelfde ervaring als op m’n eigen verjaardag, maar dan 20 keer sterker: ik werd er blij van. En belangrijker nog, mijn vriendin werd er blij van. Ze heeft zich in jaren niet zo jarig gevoeld. Het deed haar écht goed. Ze heeft wel tien keer gezegd hoe geweldig het was. Het feit, dat veel mensen (minstens) een paar minuten hadden genomen om een filmpje op te nemen met een boodschap voor haar en die te posten, was genoeg.

En dan zijn er vast nog stééds zure mensen die vinden dat dit te gemakkelijk is. Dat er niks gaat boven echt, persoonlijk contact. Ik vind dat die mensen moeten ophouden. Juist dankzij Facebook is dit mogelijk geworden. Zonder Facebook was deze dertigste verjaardag relatief stil voorbij gegaan. Het gaat niet om het medium of de manier waarop mensen hun boodschap overbrengen. Het gaat om de intentie en – vooral – om het gevoel dat de ontvanger krijgt.

Mijn vriendin was minder dan een jaar geleden nog fel tegen Facebook om alle redenen die zure mensen aandragen. Vandaag zei ze dat ze zich rijk voelt dat ze zo’n cadeau heeft gekregen – en toen had ze het niet over de voederbak die ik haar had gegeven voor onze nieuwe hond.

IKEA vs. Apple

Psycholoog Dan Ariely zegt: “…labor enhances affection for its results.” Hij omschrijft hiermee wat hij en zijn collega’s van Duke University het IKEA-effect noemen. Je bent meer aan iets gehecht als je het zelf hebt gemaakt. Je vindt het mooier. Klinkt logisch, toch? En voorbeelden genoeg. Het projectteam dat zijn kansloze project niet wil stoppen. De moeder die haar kind het slimst vindt van allemaal en geen kritiek van de leraar duldt op zijn schoolprestaties. De help-mijn-man-is-klusser-klusser die een half-affe, foeilelijke, slecht geconstrueerde badkamer laat zien en aan John Williams vertelt dat het helemaal goed gaat komen, terwijl zijn vrouw in tranen de ravage met lede ogen met dikke wallen d’r onder bekijkt.

Het besef dat er zoiets is als een IKEA-effect levert wel wat mededogen op voor al die doe-het-zelvers die door knutselen met hun projectje. Dat is goed. Mededogen is goed. Dat is ook een van de goede dingen aan het feit dat Ariely ons het begrip ‘IKEA-effect’ heeft gegeven.

Maar, ik zou er voor willen pleiten hier te stoppen met enkel mededogen te tonen. We moeten stoppen om hoofdschuddend, met liefdevolle blik de knutselaars te laten doorprutsen. Mededogen is goed. Prutsen niet. Ariely zegt dat werk de affectie voor het resultaat van het werk vergroot? Ik zeg dat vakmanschap de waarde van het resultaat vergroot. Ik zou daarom tegenover het IKEA-effect het Apple-effect willen zetten.

Steve Jobs had van zijn (stief)vader geleerd dat je, als je een kast maakt, ook de achterkant van mooi kwaliteitshout moet maken – en dus niet van dat buigbare, goedkope perspex zoals bij een IKEA-kast. Daarom zorgde Steve er voor dat zelfs de printplaten in Apple-pc’s mooi zijn bevestigd. En daarom kun je een Apple-product niet zomaar zelf openmaken. Je moet respect hebben voor het vakmanschap, de liefde voor het product en het streven naar perfectie, vond Steve. En dat ben ik met Steve eens. Wat je ook van Apple vindt, ik vind dat je die houding moet waarderen en dus ook het resultaat ervan.

Ik kon vroeger al niet goed tegen de meisjes die giechelend tijdens gymles de basketbal uit hun handen lieten glippen of stuntelig de bal drie meter onder de basket wisten te gooien bij een poging te scoren (FYI: een basket hangt op een hoogte van 10 voet, dus 3,048 meter). Dat ze het niet konden, vond ik niet erg. Dat ze erbij giechelden, dát vond ik erg. Ik kon jaren geleden ook niet goed tegen mezelf toen ik, na zes jaar niet meer te hebben getennist, weer probeerde te tennissen en er geen reet van bakte. Ik heb het even geprobeerd, maar ik ben er snel weer me gestopt. En ik heb er niet bij gegiecheld.

Ik kan genieten van mensen die iets doen wat ze echt goed kunnen. En ik kan dus niet tegen mensen die iets doen wat ze echt niet kunnen. Niet omdat ik een naar mens ben (denk ik), maar omdat ik geloof dat mensen die iets doen wat ze niet goed kunnen, andere mensen én zichzelf gefrustreerder maken, het leven onhandiger en de maatschappij ingewikkelder. En vooral geloof ik dat mensen die iets doen wat ze echt goed kunnen de wereld een beetje beter maken. Of het nou een tastbaar product is, een dienst of overheidsbeleid. Als mensen iets goed kunnen, doen ze iets goeds. Die mensen maken andere mensen blijer, het leven prettiger of de maatschappij menselijker. Bovendien worden ze er zelf ook beter van: het vóelt goed om iets goed te doen.

Dus, prima dat IKEA mensen in huis laat knutselen en ik ben IKEA dankbaar dat ze er zo voor zorgen dat zelfs prutsers mooie meubels kunnen maken. Maar laten we het daarbij laten.

Een smerig zaakje?

Vrijdag stond er een bericht op AD.nl: “Gezin verkeersdode draait op voor schoonmaak weg.” Bij een dodelijk verkeersongeluk tussen een scooter en een tram was het wegdek ‘verontreinigd’ en de kosten van de reiniging daarvan door de gemeente Rotterdam waren 2961 euro. Iemand moest dat betalen. En die iemand was de familie van de man die het wegdek had verontreinigd, vond de gemeente.

De gemeente Rotterdam gaf als reactie dat het ‘normale procedures’ zijn. Bovendien vergoelijkten ze hun actie door te zeggen dat ze de schadeclaim via de verzekeraar hadden verstuurd en niet rechtstreeks naar de nabestaanden. Ja, dat getuigt inderdaad van mededogen. Rechtstreeks sturen, dát is pas onmenselijk.

Bij de Costa Concordia was het de procedure dat niemand van de bemanning startte met evacueren, tot de kapitein daartoe het sein gaf. Bovendien had iemand onthouden dat hij een head count moest doen, voordat de mensen in de reddingsloepen mochten waar hij de leiding over had. Dat kostte een kwartier. Dankzij die procedures helde het schip al zo ver over toen men begon met evacueren, dat drie van de sloepen niet meer te water gelaten konden worden. Dat betekende dat zo’n 400 mensen het zelf maar uit moesten zoeken. Dat had de kapitein immers ook gedaan. Die dacht waarschijnlijk (in het Italiaans): “Tja, de procedure zegt dat ik als laatste het schip verlaat, maar hier gaat het om iets dat helemaal niet past in een procedure.” (Uit opgenomen gesprekken met de kustwacht bleek dat kapitein Schettino al ruim vóór de laatste passagier als een rat het schip had verlaten.)

Bij de Wehrmacht ten tijde van WOII was het procedure dat mannen die hun eenheid kwijt waren, en zich niet direct meldden bij de eerste de beste officier, geëxecuteerd werden. Om die reden werden in 1945 bijvoorbeeld drie jonge manschappen in het Oosten van Duitsland gefusilleerd. Oké, denk je misschien. Fair enough. Het was oorlog. Het was echter één of twee dagen vóór de capitulatie van nazi-Duitsland, toen iedereen wel wist dat het leger geen drol meer voorstelde en het Derde Rijk instortte. Bovendien was dat deel van Duitsland toen al bijna volledig in de macht van de Bolsjewieken. Dan zeggen dat het de procedure is, is een beetje een zwaktebod als het drie mensenlevens kost.

Ik kan wel een tijdje doorgaan met mensen die schermen met procedures, die niks doen omdat de procedure dat zegt of die juist meer doen dan nodig omdat dat procedure is, maar ik denk dat het duidelijk is: mensen vergeten vaak te denken als er procedures zijn. Dat is in principe goed. Daar zijn ze voor gemaakt. Als elk bemanningslid van een cruiseschip voor zichzelf gaat bedenken wanneer het een goed moment is om te evacueren, zouden er weinig reddingsloepen meer over zijn na een jaartje varen. En als elke officier in oorlogstijd volledig op basis van zijn eigen inzicht besluit over leven en dood van eigen manschappen, zou er snel weinig over zijn van de strakke hiërarchie. Maar, procedures ontslaan niemand van de plicht om te beoordelen of een situatie standaard is – waar procedures voor bedoeld zijn – of een uitzondering.

Overigens is de gemeente Rotterdam volgens mij niet per se de grootste boeman (alhoewel de procedure van de gemeente belachelijk is, die zouden dit soort gevallen uit de algemene middelen moeten betalen). De verzekeraar is ook verdacht. Die strijkt met de eer. De gemeente had namelijk de verzekeraar, Unigarant, aansprakelijk gesteld, omdat de verzekerde scooter olie had gelekt. Dat professionals bij de gemeente en de verzekeraar zo’n geval afhandelen om de burger te ontlasten, vind ik helemaal niet zo gek. Unigarant heeft volgens het AD het geld uitgekeerd aan Rotterdam, “om de familie een discussie met de gemeente te besparen.” Dat klinkt heel netjes, maar je kunt je afvragen of het echt zo is. Logischer lijkt het dat de overleden man gewoon all risk-verzekerd was.

Die zin over de ‘coulance’ van Unigarant komt zo echter wel lekker in de krant. Dat maakt hem waarschijnlijk tot held in de ogen van de AD-lezer. In diens beleving staat Unigarant met z’n arm om de schouder van de nabestaanden van de overleden scooteraar, terwijl de verzekeraar bestraffend kijkt naar de gemeente. Als ze bij Unigarant echt een held waren geweest, hadden ze de zaak onderling met de gemeente geregeld en was de brief, die waarschijnlijk ‘uit procedureel oogpunt’ naar de familie is gestuurd, nooit verstuurd. Dat had de familie een hoop leed bespaard. Maar ja, dan was Unigarant niet gratis in de krant gekomen.

En wat dacht je van het AD? Die doet ook aan lijkenpikkerij. Of de dochters van de scooteraar, Felicia en Giulia Giordano? Die staan parmantig op de foto in de krant, de brief van Unigarant in de hand. Zou jij dat doen als je vader net dood was? Of ga ik nu te ver?

M’n punt is: we reageren erg snel en erg automatisch. Daardoor doen we dingen volgens procedure waar we even hadden moeten nadenken. Én, we hebben ons oordeel meteen klaar. De gemeente Rotterdam is de bad guy, de bloedjes van dochters Felicia en Giulia zijn het slachtoffer en Unigarant is de held. En dat allemaal op basis van een krantenberichtje van een paar regels. Just another case of WYSIATI, y’all.

Corporate na-apen

Gisteren heb ik met groeiende verbazing geluisterd naar iemand die weigerde toe te geven dat Amerikanen en Europeanen anders zijn. De man was corporate partner van de Nederlandse vestiging van het Amerikaanse advocatenkantoor Jones Day. Hij werd geïnterviewd op Business News Radio (BNR) door Paul van Liempt. Van Liempt probeerde tot vier keer toe om de man te laten zeggen dat er inderdaad verschil is in stijl tussen de Amerikaanse advocaten van Jones Day en de Europese. De man vertikte het te doen.

Ik vond de vraag van Van Liempt niet raar of aanstootgevend. Het antwoord ligt bovendien nogal voor de hand. Amerikanen en Europeanen zíjn anders. Dat kan elke gemiddelde Europeaan of Amerikaan die wel eens in Amerika respectievelijk Europa is geweest je zeggen. Maar deze meneer bleef volhouden dat de advocaten op beide continenten hetzelfde zijn in alles. Ze hebben binnen Jones Day allemaal hetzelfde DNA, zei hij. En juist, doordat deze corporate partner stelselmatig weigerde het voor de hand liggende antwoord te geven, raakte ik geïntrigeerd. Of eigenlijk, ik raakte achterdochtig. Wat is hier aan de hand…? Waarom kon de beste man niet gewoon een simpele vraag met het obvious antwoord beantwoorden? Je maakt jezelf er niet geloofwaardiger op als je dat soort vragen gaat behandelen als impertinent. Het is alsof je ontkent dat je vader ouder is dan jij. Iedereen wéét dat ie ouder is en niemand vindt het erg, ook je vader niet.

Het gedrag van deze advocaat leidde tot allerlei beelden in m’n hoofd van bedrijfspresentaties en -trainingen, gegeven door Amerikanen in pak zonder humor, waarbij unity of purpose (volgens de website een van de basic values van Jones Day) als een monotoon mantra herhaald wordt, totdat je als medewerker niet alleen unity of purpose hebt, maar ook unity of purpose bent. Dit is (waarschijnlijk) een karikatuur van de werkelijkheid, maar het idee van een soort van assimilatie van alle Jones Day-kantoren over de wereld laat me niet los. De corporate meneer die bij BNR te gast was, leek er zo trots op dat ie bij die grote Amerikaanse familie hoort. Hij wilde dat zijn vader in de VS geen enkel moment zou twijfelen over de vraag of hij een trouwe zoon is.

Het is een heel simpel, onschuldig voorbeeld van iets dat veel ernstiger vormen aan heeft genomen op andere manieren in het bedrijfsleven, vooral van dat van grote, corporate bedrijven. Ik moet denken aan een anecdote die psycholoog Daniel Kahneman beschrijft in zijn boek Ons Feilbare Denken. Hij vertelt daarin over een lezing die hij zou geven voor beleggingsadviseurs. Ter voorbereiding daarop had hij van het bedrijf een overzicht gekregen van de beleggingsresultaten van 25 adviseurs over acht jaar. Kahneman deed een statistische analyse van die resultaten en kwam tot de conlusie dat er geen enkel verband was tussen de afzonderlijke prestaties van een adviseur. Met andere woorden, de winsten of verliezen die de beleggingsadviseurs maakten waren allemaal het gevolg van toeval. (Dit correspondeert trouwens met wat beursgorilla Jacko al heeft bewezen (www.beursgorilla.nl/). Deze aap heeft in twaalf van de dertien jaar dat hij belegt beter gepresteerd dan de AEX en een positief rendement van 49% op zijn beleggingen gehaald, enkel door bananen te kiezen die elk staan voor een beursfonds.)

Het leuke was dat deze adviseurs elk jaar een bonus kregen als ze goede resultaten haalden. Toen Kahneman de resultaten van zijn analyse met een van de topmanagers van deze adviseurs deelde, deed de man alsof er niks aan de hand was. De bonussen worden waarschijnlijk as we speak nog steeds betaald. Ook de adviseurs zelf werd het statistische bewijs geleverd, maar ook zij reageerden laconiek.

Wat heeft dit te maken met de meneer van Jones Day? Welaan, mensen die in (grote) bedrijven werken, waar geld en status de waarde van dingen bepalen, raken hun gevoel voor realiteit kwijt. Je kunt ze 20 keer vragen of ze echt geen verschil zien tussen Europeanen en Amerikanen, je kunt ze met alle harde bewijs om de oren slaan dat hun mensen heel veel betaald krijgen voor werk dat letterlijk door een aap gedaan kan worden, maar ze zíen het niet meer. Ze maken zichzelf belachelijk, maar ze vóelen dat niet zo. Het enige dat zij zien zijn de persoonlijke voordelen die ze ermee behalen. Het enige dat zij voelen is de warme deken van hun corporate vrienden die hun bevestigen in hun tunnelvisie – omdat die vrienden zelf net zo veel tunnelvisie hebben. Bovendien, zelfs áls ze hun ogen zouden openen, zou de waarheid zo onwelkom zijn, dat ze alsnog blind werden. Of, zoals Kahneman himself het zegt: “Feiten die zulke fundamentele aannames ter discussie stellen – en bedreigend zijn voor het bestaan en de eigenwaarde van betrokkenen – worden domweg niet geaccepteerd. De geest kan ze niet verwerken.”