Een wereld zonder verzekeringen…

Sinds een paar weken is op tv een reclame te zien van het Verbond van Verzekeraars (ziehier). ‘In een wereld zonder verzekeringen durft geen slager nog je vlees te snijden,’ is de boodschap. Vanaf de eerste keer dat ik het filmpje zag was ik verbaasd, verward en ook een beetje boos.

Verbaasd, omdat ik het niet zag aankomen. Heb ik iets gemist? Heeft iemand een aanslag gepleegd op het hoofdkantoor van Nationale Nederlanden of Univé? Zijn miljoenen mensen op de been gekomen om te protesteren tegen verzekeringsextremisme? Naast het missen van een aanleiding, zag ik er ook geen reden voor. Dat verwarde me. Waarom is het nodig om dit te doen? Wie heeft tegen de heren van het Verbond van Verzekeraars gezegd dat we het nut niet inzien van verzekeren? Nederland behoort tot de landen met de hoogste verzekeringsgraad ter wereld. Boos werd ik er een beetje van, omdat de reclame een soort van onbenul bij de kijker veronderstelt. Alsof we door dit soort absurdistische, groteske taferelen pas snappen waarom verzekeren soms zinnig is.

Maar het ergste werden mijn verbazing, verwarring en boosheid gevoed door de inhoud van het filmpje. Het suggereert namelijk dat een slager bewust nadenkt over het risico dat hij de gezondheid van zijn klanten in gevaar brengt door het gebruik van messen. Dat een slager zich tegenwoordig druk maakt over voedselvergiftiging en daaraan gerelateerde claims van klanten, dat zal wel waar zijn. Dat is al erg genoeg. Maar dat hij zich zou moeten of willen indekken voor schadevergoedingen voor het aanbrengen van verwondingen aan klanten, dat schept een wereldbeeld dat mij niet helemaal zint. Ik zou überhaupt het liefst in een wereld wonen waar aansprakelijkheidsverzekeringen niet nodig waren, omdat we allemaal te goeder trouw waren en eerlijk genoeg om de ander op wat voor manier dan ook terug te betalen.

Ik vermoed dat het het idee van het Verbond van Verzekeraars was om mensen te laten zien hoe normaal verzekeren is; dat zelfs de slager, een man met zo’n gezellig typisch volks beroep, er aan doet. Ik denk alleen dat ze het tegengestelde effect ermee sorteren, namelijk dat mensen gaan nadenken over de grenzen van waar ze zich voor willen verzekeren: ‘Als zelfs de slager bang moet zijn voor claims, omdat zijn klanten hem niet meer vertrouwen met z’n messenset, dan hebben we een grens bereikt!’ Bovendien tonen de verzekeraars hiermee des te meer aan wat ze waarschijnlijk juist wilde ontkrachten: de financiële wereld staat mijlenver van de realiteit af.


Als je mijn blog waardeert, laat dat dan zien: volg dit blog of like Fellow Man op Facebook. Dank je!

Een briefje achterlaten voor jezelf

Afgelopen voorjaar parkeerde ik achteruit in op een parkeerplaats bij het ziekenhuis in Blaricum in de Citroën C1 van mijn vriendin Kim. Althans, ik probeerde in te parkeren. Mijn lease-auto, die ik net had ingeleverd omdat ik voor mezelf was begonnen, had park assist en de C1 niet. Voordat ik doorhad dat ik bij dit autootje moest kijken en niet luisteren of ik nergens tegen aanreed, hoorde ik het geluid van indeukend blik.

Ik reed weer een stukje vooruit en stapte uit om te kijken wat ik had aangericht. De Mercedes A-klasse naast me had overduidelijk krassen op zijn linker voordeur en -bumper. De C1 was er wonderbaarlijk ongeschonden vanaf gekomen. Na het overduidelijke tweemaal te hebben onderzocht en geconstateerd, namelijk dat ík de schade aan de Mercedes had veroorzaakt, schreef ik een briefje dat ik achter de ruitenwisser van de andere auto klemde: ‘Beste, Ik ben tegen uw auto aan gereden. Duizendmaal excuus. U kunt me bereiken op [e-mail-adres] en [telefoonnummer]. Hartelijke groet, Olav de Maat.’ Met een mengeling van schaamte en trots liep ik samen met Kim het ziekenhuis in; schaamte voor m’n knullige parkeerwerk en trots voor het feit dat ik had gekozen voor de high road van het briefje achter de ruitenwisser.

Pas geleden liep ik de Albert Heijn in Soest uit. Bij mijn, inmiddels met eigen geld aangeschafte, auto aangekomen ontdekte ik dat iemand te trots was geweest om de schaamte voor z’n rijgedrag te bekennen. Er zaten een paar forse schrammen op de linker achterkant en geen briefje achter de ruitenwisser. Ik keek meer voor de vorm dan dat ik er iets van verwachtte rond of er niet iemand zich met piepende banden of schaamrode kaken uit de voeten maakte. Geen verdachte bewegingen. Met mijn gehavende Renault verliet ik het parkeerterrein, wetende dat ik de papierwinkel van verzekeraar en Waarborgfonds tegemoet kon zien.

Dit voorval deed me beseffen dat niet iedereen briefjes achter voorruiten achterlaat en vooral dat het goed is dat ik dat wel heb gedaan. Voor de duidelijkheid, ik ben niet zo naïef dat ik niet begrijp waarom mensen hun gegevens niet achterlaten na schade te hebben veroorzaakt bij een ander. Ik snap wat de consequenties zijn voor de dader: sociaal ongemak, gedoe en extra kosten. Je moet immers met een onbekende in contact komen. Dat is voor veel mensen al een fikse drempel. Bovendien moet je die onbekende ook nog eens vertellen dat je je auto zo slecht onder controle hebt, dat het je niet gelukt is de zijne te ontwijken. Dat vereist nederigheid. En als stank voor dank krijg je dan een setje formulieren in te vullen met als klap op de vuurpijl minstens een jaar lang extra premie betalen dankzij het bonus-malus-systeem. Daar sta je dan met je goeie gedrag. En dat terwijl doorrijden heel simpel is en de pakkans zeer laag. Zo’n parkeerplaats van een grote supermarkt of een ziekenhuis is immers lekker anoniem.

Ik snap het wel. Ik geef toe, het duiveltje op mijn schouder heeft me ook heel even doen twijfelen. Toch vind ik het goed dat ik wel een briefje heb achtergelaten. En niet eens per se voor de vanzelfsprekende reden, namelijk dat ik die ander niet met onnodig gedoe en eventueel zelfs kosten opzadel. Ik ben ook blij dat ik het heb gedaan voor mezélf, in ieder geval om een van de redenen dat anderen het niet doen. Het sociaal ongemak is namelijk erg beperkt. Sterker, er is zelfs sociale winst te behalen.

De dame tegen wiens Mercedesje ik was aangereden, belde me vrij snel na het gebeurde op. Over het feit dat ik zo klunzig haar auto had geschampt zei ze alleen maar dat dat iedereen kan overkomen. Ze was vooral blij en dankbaar dat ik mijn naam en nummer had gegeven. De manier waarop ze erover sprak leek er eerder op te duiden dat ze mij iets schuldig was dan andersom. Niks nederigheid van mijn kant. Het was juist goed voor m’n ego. Zij was míj erkentelijk.

Ook moet je de sociale winst van het “de-anonimiseren” van anonieme plekken als grote parkeerplaatsen niet onderschatten. Door jezelf kenbaar te maken via een briefje achter een ruitenwisser ga je het idee tegen dat er alleen maar gezicht- en identiteitsloze wezens ronddolen in de publieke ruimte. Dat klinkt wereldverbeteraarachtiger dan het is. Ook dat is iets dat je niet alleen doet voor de ander met de beschadigde auto. Dat doe je ook voor jezelf. Als de wezens met wie je de publieke ruimte deelt opeens mensen met een gezicht worden, voelt dat prettiger, veiliger, minder alleen. Daar komt geen geitenwollen sok bij kijken. Dat is gewoon hoe wij mensen werken. We zijn sociale dieren, geen eenlingen. Samen zijn voelt nou eenmaal prettiger in onze sociale hersenen.

Als het gaat om dat gedoe, dat is een lichtzure appel waar je doorheen moet bijten. Die papierwinkel valt best mee. Als je één keer een aanrijdingsformulier hebt ingevuld, doe je die andere binnen tien minuten. En ook daar geldt de kracht van onze sociale kant: als je moeite doet voor een ander, krijg je daar een beloning voor in je hersenen (meer zelfs dan voor een egoïstische daad, zo blijkt uit onderzoek). Sociaal doen, doe je voor jezelf. Laat dus wat vaker een briefje achter. Voor jezelf.


P.S.

Voor wat betreft die kosten, tja, daar moet je inderdaad je hogere sociale vaardigheden voor aanspreken. Het systeem dat daarachter zit spreekt ons primair-dierlijke brein niet aan.

Het Waarborgfonds (WBF) vergoedt nu zo’n 6% van alle geclaimde schades (tussen de vijftig en zestig miljoen van ca. negenhonderd miljoen). De financiering van het WBF komt voor de helft van de verzekeraars. De andere helft wordt bijgelegd door de overheid. Indirect betalen we daar dus allemaal aan mee. Financieel zijn de anonieme doorrijders daarom altijd beter af. Zij betalen misschien via verzekeringspremies en belasting wel mee aan het WBF, maar ze behouden hun no claim-korting. Misschien denken ze zelfs wel: ‘Als ik er dan toch aan meebetaal, dan wil ik er ook de vruchten van plukken.’ Terugvallen op de zogenaamde no claim-ladder kan tussen één euro en tientallen euro’s per maand premie kosten. Op de lange termijn hebben helaas alleen de mensen die ook echt (dus niet alleen voor de verzekering) schadevrij rijden voordeel bij briefjes achterlaten. Want als schades gedurende langere tijd altijd netjes op de juiste personen verhaald worden, betalen vooral die juiste personen voor de reparatie. Het WBF hoeft dan steeds minder uit te keren en dus steeds minder bij de verzekeraars en overheid op te halen en die zullen hun premies respectievelijk belasting verlagen.

Ook hier kan ik dus alleen maar een beroep op de sociale kant van de potentiële doorrijder. Die zal zijn financiële behoeften ondergeschikt moeten maken aan zijn sociale. Die zal moeten willen leven in een vertrouwde en eerlijke wereld, waar mensen elkaar kennen en een ieder de lasten draagt waar hij voor verantwoordelijk is en zich niet hoeft te schamen voor z’n (door)rijgedrag. Ík ben ervan overtuigd dat bevrediging van die sociale behoeften op termijn meer oplevert. Maar ja, ik heb het geld dan ook niet uitgevonden.


Als je mijn blog waardeert, laat dat dan zien: volg dit blog of like Fellow Man op Facebook. Dank je!