Just say hello

Elke week ren ik een paar keer een rondje door het bos bij ons huis. Ik kom dan altijd over een weggetje – voor de kenners: de Zwarteweg naar de Hilversumsche Golf Club, die afsplitst van de Stulpselaan, als je vanaf De Kuil de Hoge Vuurseweg hebt overgestoken – die, ondanks het feit dat ie geasfalteerd is, iets afgelegens heeft. Vaak staan er her en der een paar auto’s langs de weg geparkeerd. Die geven een verlaten indruk. Alsof de eigenaars door het bos verslonden zijn of, maar dat zal mijn verziekte geest zijn, ze in dat bos dingen aan het doen zijn die het daglicht niet kunnen verdragen. Ik vermoed dat veruit de meeste mensen hun auto daar parkeren om een wandelingetje te maken.

Op een van mijn hardlooprondes rende ik weer over de Zwarteweg. Vóór mij, op honderd meter van mij vandaan, stapte een man uit zijn auto. Het was een grote, jonge vent, met een bomber jack en kistjes aan. Hij stond rechtop, maar had van nature een soort voorover gebogen aanvallende houding. Dat kwam denk ik doordat hij zijn handen tot vuisten geklemd voor zijn heupen hield en fronsend om zich heen keek (probeer maar eens te staan zoals ik het beschrijf, dan snap je denk ik wat ik bedoel). ‘This guy is trouble,’ dacht ik. Al snel daarna dacht ik: ‘Nee, Olav. Je had je voorgenomen om iedereen gedag te zeggen als dat enigszins mogelijk zou zijn.’ Dus, toen ik dicht bij de man was, zei ik: ‘Hallo!,’ op opgewekte toon.

Het was of er zich voor mijn ogen een metamorfose voltrok. De man zei met een vrolijke, vriendelijke, bijna lieve stem hallo terug. En niet alleen zijn stem verraste me, ook zijn hele houding veranderde. Hij liet z’n armen losjes langs z’n lichaam hangen en glimlachte. En door het veranderen van zijn houding, leken ook dat typische bomber jack en die kistjes niet meer zo typisch. Het waren gewoon de kleren van een vriendelijke jongeman.

Dit alles gebeurde in een mum van tijd, maar het liet mij iets wezenlijks zien: de meeste mensen reageren vriendelijk op vriendelijkheid, alhoewel allerlei vooroordelen op basis van uiterlijk ons regelmatig iets anders influisteren. Fuck vooroordelen. Lang leve hallo zeggen!

Advertisements

Herman van Veen, Frits Bolkestein en de zwarte arm

Herman van Veen treedt al vijftig jaar op met zijn grote vriend en pianist Erik van der Wurff. En dat vierden zij in Carré, met een optreden waar hij, Erik en vijf jongere muzikanten alleen maar verzoeknummertjes speelden. Afgelopen maandag mocht ik het spektakel bijwonen. Ik had er zin in, maar verwachtte ook weer niet heel veel. Misschien ook niet zo gek, want het beste wat ik kende van Herman waren Hilversum 3, Spetter, pieter, pater en Als hij kon toveren. Het moet gezegd, meneer Van Veen weet van wanten. Al vanaf het eerste lied was ik betoverd. Wat kan die man mooi mooie teksten zingen!

Na een paar uur hadden Herman en band heel Carré ingepakt. Warmte en dankbaarheid heersten toen hij tegen het einde van het programma het publiek bedankte, na een mooi, klein liedje te hebben gezongen, met alleen Erik van der Wurff op piano. Het zaallicht was aan. Het applaus en gejoel was bijna weggestorven en de staande ovatie ging zitten. In de stilte die ontstond riep een man, die vanuit mijn gezichtspunt op Frits Bolkestein leek, vanaf het balkon linksvoor: ‘Herman! Zo’n kraan voor je neus vergalt je hele avond!’ Tussen de man, die ik voor het gemak Frits noem, en het podium had de hele avond een camerakraan gestaan van een meter of vijf lang, die heen en weer zwaaide om mooie plaatjes te schieten van de onvergetelijke avond.  De uitroep van Frits werd gevolgd door een geroezemoes uit het publiek dat een mengeling was van irritatie en gemaakt medeleven. De oude Herman was een paar seconden stil en reageerde toen ad rem: ‘Volgend seizoen staan we hier weer. Dan bent u bij de eerste voorstelling. Dan staat er geen camera hier. Kunt u alles perfect zien.’ Applaus beloonde Hermans reactie en deed de opmerking van Frits snel vergeten. Maar niet bij mij.

Wat wilde deze meneer Bolkestein? Wat bezielde hem? Was ie dronken? Had ie het idee dat zijn mening en kijkplezier zo belangrijk zijn dat alle 1.755 andere toeschouwers ervan moesten weten? En zelfs zo belangrijk dat hij de warme, dankbare sfeer moest bezoedelen met zijn kleine leed? En dat hij de jubilerende Herman van Veen persoonlijk en en public moest vertellen welk een ongeluk hem was overkomen? Had hij het syndroom van Tourettes? Kon hij de woorden niet onderdrukken? Móest hij het zeggen?

Het moge duidelijk zijn, ik snapte Frits niet. Let wel, ik snap zijn ongenoegen. Ik zou ook balen als ik bij een jubileumvoorstelling in Carré de hele avond moest kijken naar een lelijke zwarte arm die zwiepte in mijn blikveld. Het is niet gratis en je komt om de artiesten te zien. Anders kun je ook thuis naar de cd luisteren en je eigen arm laten zwiepen. Wat ik niet snapte, was: waarom daar, waarom toen, waarom zo? Een klacht indienen achteraf kan ook. Vragen of je een andere plek kunt krijgen aan het begin van de voorstelling kan ook. Gewoon je mond houden en genieten van de sfeer kan ook.

Ik denk dat de man zichzelf echt even verloor. Misschien dacht hij dat hij écht Frits Bolkestein was en meer had verdiend. Wellicht was hij even onder de indruk dat hij en Herman elkaar tutoyeerden en Herman hem de best seats in the house gunde. Of misschien, en dat hoop ik vooral, was het zo dat hij even vergeten was dat er nog ruim 1.700 andere mensen waren. Dat het Herman van Veen gelukt was van Carré een huiskamer te maken, waarin iedereen zijn enige gast was. Laat ik dus maar niet Frits de schuld geven, omdat hij zo egocentrisch is, maar Herman, omdat hij gewoon te goed is in wat hij doet.

Second Love van de jager-verzamelaar

Pas geleden hoorde ik de oprichter van Second Love op de radio (www.secondlove.nl). Uiteraard ging het gesprek met deze meneer over de publieke verontwaardiging die er over dit internet-initiatief is uitgestort. Veel mensen vinden het namelijk niet kunnen dat niet alleen voor singles liefde bemiddeld wordt, maar ook voor mensen in een relatie. Het is niet netjes om mensen op het idee te brengen vreemd te gaan, vinden de tegenstanders.

Ik ben het niet per se met die tegenstanders eens. Mensen geef je niet ineens het idee dat vreemdgaan een optie is. Als je relatie niet meer spannend is, dan is dat idee al zelf in je hoofd ontstaan. En als je relatie bevredigend is, dan gaat zo’n site echt niet opeens je op een idee brengen. Of misschien is het nog anders: iedereen weet dat vreemdgaan kan. Dus het idee bestond al in ieders hoofd, long before Second Love came along.

Bovendien, als mensen het idee al hadden, maar altijd te laf waren om de daad bij het woord te voegen, wat verpest je dan met zo’n site als je die laffe mensen ertoe aanzet om dan nu wel vreemd te gaan? Als zo’n pipo dan dankzij zo’n site vreemdgaat en daarmee z’n relatie op het spel zet, dan maakt dat de situatie alleen maar transparanter. Dat lijkt me beter dan wanneer zo iemand jarenlang stiekem gaat zitten dromen over een slippertje, terwijl ie z’n vrouw verwaarloost. Dan heb je het ook maar gehad als je dankzij Second Love naast de pot piest, zogezegd.

Wat ik vooral laakbaar vind aan dit hele verhaal, is dat het een trend bevestigt, die ik heel erg niet ondersteun: de alles-vanuit-je-luie-stoel-trend. Geneticist Spencer Wells maakt in z’n boek Pandora’s Seed duidelijk dat we heel ver van onze voorouder de jager-verzamelaar zijn afgedwaald. Hij zegt dat we tegenwoordig het dichtst bij die jager-verzamelaar-status in de buurt komen als we op zoek zijn naar een parkeerplaats in de stad. Ik denk dat Spencer gelijk had. Eerder had ik misschien gezegd dat Spencer zich aanstelde en dat het jagersinstinct ook nog aan stond als ongelukkige mannen en vrouwen stiekem op jacht waren naar een stoute scharrel. Maar, dankzij Second Love hoef je ook voor dat soort dingen niet meer het huis uit. Je hoeft nu dus zelfs dát niet eens meer te verdienen.

Mensentrucjes voor mensapen

Van de week is een medewerker van een klant helemaal los gegaan tegen mij. Als ik rationeel samen zou vatten wat hij mij verweet, dan is het dat ik mijn werk doe. Ik ben volgens hem kritisch, kom vaak met modellen om dingen te verduidelijken en neem te vaak initiatief. In een project waar ik als extern adviseur bij betrokken ben om de kwaliteit te verhogen en de voortgang te bespoedigen, lijkt me dat niet per se negatief.

Maar, zoiets is natuurlijk niet rationeel. De beste man zat met andere dingen, die niet goed in een tirade zijn te vatten. En op mij had de situatie ook niet puur rationeel effect. Het duurde ongeveer een uur vóór ik m’n hartslag weer onder controle had en niet de neiging had om te gaan huilen als iemand me vriendelijk vroeg of het wel ging.

Het was voor mij de eerste keer dat iemand over zoiets totaal onverwacht en op zo’n manier tegen me uitviel. En de plek waar hij het deed, leverde ook bonuspunten op: bij zijn bureau, midden op de werkvloer van zo’n verdieping met open flexplekken zonder tussenmuren. En dát heeft meer te maken met waar het me nu om gaat. Ik kan namelijk uitvoerig beschrijven hoe dit zo ver had kunnen komen en een psychologische verhandeling over deze man schrijven, maar daar gaat het niet om. Dit is ook niet de plek om dat te doen. Het zou niet kies zijn.

Nee, waar het me om gaat, is dat deze man een paar minuten tegen me aan het uitvaren was, terwijl een collega van hem tegenover ons zat te werken achter z’n pc. Die deed alsof er niks aan de hand was. Hij keek amper tot niet op, stopte niet met werken, liep niet weg, vroeg niet om stilte. Hij was vooral bezig te doen alsof hij niks met ons te maken had. Pas toen ik tegen mijn verbale aanrander zei: ‘Is dit wel de plek om dit zo te bespreken?,’ zei de collega-aan-de-overkant: ‘Eh, ja. Die ruimte daar is nog vrij,’ terwijl hij naar een openstaande deur wees. Hij zei het met een toon die hij ook zou gebruiken als je hem zou hebben gevraagd waar je met een collega kon overleggen over iets onspannends als de jaarrekening. Alles straalde uit: ‘Alles is oké. Ik zie niks raars gebeuren. Jullie?’

Gek, vind ik dat. Het was overduidelijk dat hier wél iets raars gebeurde. Het is niet normaal dat je collega een tirade afsteekt tegen iemand, terwijl jij zit te werken.

Gedragsbioloog Frans de Waal heeft het over the elevator effect, het gedrag dat mensen vertonen als ze in een volle lift met onbekenden staan: niet praten, niet bewegen, niemand aankijken. De Waal doet veel onderzoek met chimpansees. Bij die dieren ziet hij hetzelfde. Hoe meer dieren er in een ruimte gestopt worden, hoe minder opvallend ze zich gaan gedragen. Daarbij hoort trouwens ook agressief gedrag. Chimps worden minder agressief als ze met meer op een kluitje zitten. Het “grappige” is wel dat de apen dan meer stress hebben. Dat blijkt uit de mate waarin ze zichzelf krabben – schijnbaar een teken van stress bij apen – en de hoeveelheid cortisol in hun ontlasting. Cortisol wordt ook wel het stresshormoon genoemd.

De verklaring die Frans geeft, is dat de chimpansees zich inhouden om te voorkomen dat er situaties ontstaan die niet zijn te voorspellen of beheersen in zo’n kleine ruimte. Niemand kan vluchten als de tering uitbreekt. Met andere woorden, het is verstandig om je onopvallend te gedragen in onvoorspelbare sociale situaties, maar het kost je wel energie. Het levert stress op.

Ik vermoed dus dat de mensaap die aan de overkant van de tafel zat zich ook liet leiden door die oeroude instincten. Want, hij deed niet dat wat logisch lijkt. Hij hield zich dus in, als je het mij vraagt. En, ik vermoed ook dat hij stress ervaarde bij het net doen alsof er niks aan de hand was. Dan komt bij mij wel de vraag op hoe slecht getraind hij is c.q. wij allen zijn in het doen wat logisch en goed is op het moment zelf. Dat klinkt als een rare zin, but allow me to explain.

Veel mensen denken dat we afgeleerd hebben om in te grijpen als andere mensen ruzie hebben. Ik denk dat niet ingrijpen juist in onze genen zit – zie de chimps – en dat wél iets doen aangeleerd moet worden. Genen zijn namelijk geprogrammeerd voor 9-van-de-10-gevallen. Het zijn vuistregels. Het ís over het algemeen beter om je niet in de nesten te werken in sociale situaties. Het ís vrijwel altijd beter om niet hard pratend, veel bewegend, iedereen aanstarend in een volle lift te staan. Het ís meestal beter om twee vechtende mensen het zelf uit te laten vechten (uit ander onderzoek blijkt dat trouwens ook beter te zijn voor de relatie tussen de vechtjassen op de langere termijn).

Maar, als een collega van je openbaar een ander voor van alles en nog wat uitmaakt, dan mag je uit je apenbrein stappen en op z’n minst duidelijk maken dat het niet normaal is wat er gebeurt. Dat deze man, en vele mensen met hem in soortgelijke situaties, dat niet doen, komt volgens mij omdat zij dat niet geleerd hebben. Het is tijd dat wij, de mensapen, wat meer mensentrucjes leren.