Mini-welles-nietes

Vrijdag kwam ik thuis met de auto. Ik woon in het bos en om bij ons huis te komen, moet je over een vrij smal bosweggetje. Vlak voordat ik thuis was, stond een Jaguar op de weg. Mijn weg. Lampen aan, motor uit, geen bestuurder. De Jaguar stond zo “geparkeerd” dat er een doorgang was waar ik met mijn auto langs kon, maar wel met een paar centimeter ruimte aan beide zijden. De Jag stond vlak bij een parkeerhaventje. Als de bestuurder daar had geparkeerd, kon ik er zonder problemen langs. Nu moest ik er stapper dan stapvoets voorbij, met mijn hoofd uit het raam, om te kijken of ik de andere auto niet zou raken.

Net op het moment dat ik mijn precisiemove aan het maken was, kwam de bestuurder er aan lopen. Ik had mijn raampje open, dus we konden elkaar gedag zeggen. Dat deed ik dan ook. Ik kon het niet laten om er aan toe te voegen: ‘U staat nét niet handig.’ De man reageerde daarop met een afgemeten: ‘Het was maar voor een minuutje.’ Ondertussen was ik langs zijn auto gemanoeuvreerd, reed without further ado verder en parkeerde bij ons huis.

Het voorval bleef bij me hangen. Ik had niets hoeven zeggen over de onhandige parkeerplek van de Jaguar. De beste man wist vast zelf ook dat hij in weg stond. Maar, gegeven het feit dat ik er toch iets over had gezegd, had de man toch ook gewoon kunnen zeggen: ‘Excuus,’ of: ‘Sorry! Ik haal hem weg.’ Waarom hadden hier, twee voor elkaar onbekende, volwassen mannen een mini-welles-nietes-discussie van twee zinnen?

Ik geef toe, het eerste wat ik dacht was dat de Jaguar-bestuurder vooral niet zo verdedigend had hoeven zijn. Ik had toch gelijk? Hij stónd niet handig. Maar, wat maakt mij de opvoeder van mijn medemens? Zoals ik zei, de man wist zelf ook wel dat hij “fout” was. En, ik heb ook meer dan eens mijn auto ergens gezet waarvan ik wist dat ik een slimmere plek had kunnen vinden en er andere mensen mee in de weg stond. Hij die zonder zonde is…

Overigens vind ik nog steeds dat die man gewoon had moeten toegeven. Als een moraalridder vindt dat hij moet zeggen dat je je auto onhandig hebt neergezet, laat het dan manmoedig van je af glijden. Wie weet houdt die moraalridder de volgende keer wel z’n kop als er weer iemand hém in de weg staat.

Wachten op een stilstaande bus

Ik rijd vaak naar Gouda de laatste tijd. De plek waar ik in Gouda moet zijn, bereik ik het snelst via Reeuwijk. Ik rijd dan langs een kanaal over een straat met veel stoplichten en geen mogelijkheid om in te halen. Er is vooral ’s ochtends veel verkeer. De stoplichten zorgen er dan voor dat je ook weg van de snelweg nog een beetje file kunt rijden. Mét uitzicht op de Reeuwijkse Plassen. Dat wel.

Laatst zat ik weer in een sliert auto’s op die weg. Vóór mij reden drie auto’s. Direct achter mij zat een streekbus en daarachter zaten een stuk of acht andere auto’s. Op zeker moment wachtten we weer met z’n allen voor een stoplicht. Bij dat specifieke stoplicht is een bushalte. Daar stond een man te wachten op de bus. De bus die achter mij stond. De bus die toen twintig meter van de man verwijderd was.

De man keek niet naar de bus, de man bleef staan waar ie stond. De bus bleef ook staan, aangezien er vier auto’s voor stonden, die voor een rood stoplicht wachtten. Het stoplicht stond een minuut op rood. Een minuut waarin de man naar de bus had kunnen lopen en in had kunnen stappen.

Toen het stoplicht op groen sprong, reden de drie auto’s vóór mij en ik weg. In mijn binnenspiegel zag ik dat de bus optrok en stopte bij de halte. De man stapte in en de bus reed vijf meter verder, om te stoppen voor het stoplicht dat inmiddels weer op rood was gesprongen. De auto’s achter de bus wachtten ook weer lijdzaam op het volgende groene sein. Terwijl de bus kleiner werd in mijn binnenspiegel, groeide mijn verbazing. Waarom was deze beste man niet eerder naar de bus gelopen? Waarom moest hij zo nodig de bus naar hém laten komen? Waarom moesten al die mensen in de bus en de auto’s daarachter extra lang wachten tot ze door konden rijden naar Gouda?

Thuisgekomen die avond vertelde ik dit verhaal aan mijn vriendin, met verontwaardiging in mijn stem. Ze reageerde alert en zei: ‘Bussen mogen mensen alleen in en uit laten stappen bij bushaltes. Dat wist die man waarschijnlijk.’ ‘Dat is ook zo!,’ bedacht ik me. In Ja, maar wat als alles lukt, een geinig boekje van Berthold Gunster, had ik ooit gelezen over iemand die niet op tijd kwam voor zijn examen. Zijn bus had vast gestaan in de file in de stad en de buschauffeur had de jongen niet uit laten stappen om de laatste meters naar school te lopen. Dat mocht niet. Het is procedure.

Wat is toch die magische wereld van procedures waarin busdeuren gesloten blijven, terwijl de buschauffeur gewoon op elk moment op de knop kan drukken waardoor de deuren wél open gaan? Waar komen die onzichtbare handen vandaan die de man bij de bushalte ervan weerhouden om naar de bus te lopen die twintig meter verderop stil staat? Wat is het dat volledig wils- en handelingsbekwame mensen verandert in willoze en bewegingloze wezens? Hoe kan het dat mensen vaker doen wat hen verteld is dan wat goed is?

Ik kan allerlei antwoorden bedenken op deze vragen, maar ze voelen allemaal niet bevredigend. De volgende keer laat ik de man gewoon bij mij instappen en breng ik hem naar waar ie maar heen wil. Dat zal ze leren!

Een Blokhypotheek aan je been

Aegon, Delta Lloyd, ING en de Rabobank lieten deze week weten de Blokhypotheek niet aan te gaan bieden. Het product zou te ingewikkeld zijn en huizenkopers vragen er niet naar. Het idee van de Blokhypotheek is dat je hypotheek bestaat uit twee delen: een deel dat je moet aflossen en een leningdeel om je aflossing deels meteen mee af te betalen (geloof ik). Omdat je over dat laatste recht hebt op belastingaftrek, vallen de maandlasten lager uit. Het hypotheekproduct is onderdeel van het Woonakkoord en bedoeld om de woningmarkt weer vlot te trekken. De minister van Wonen, Stef Blok, is de trotse persoon naar wie het ding vernoemd is.

In een reactie op dit nieuws werd een mevrouw uit de Tweede Kamer – ik heb haar naam niet geregistreerd – op de radio om haar mening gevraagd. Zij zei twee dingen die ik de moeite van het vermelden waard vind: (1) ze vond dat de hypotheekverstrekkers zich aanstellen, omdat ze het product te ingewikkeld vinden en (2) de strenge regel geldt dat íedereen vollédig annuïtair móet aflossen (dus in vaste periodieke bedragen), maar er moet altijd ruimte zijn voor maatwerk.

Het eerste ding vind ik de moeite van het vermelden waard, omdat deze mevrouw daarmee de wereld op z’n kop zet. Jarenlang is banken en verzekeraars toegestaan veel te ingewikkelde producten te verkopen. Daarmee hebben ze de financiële wereld aan het wankelen gebracht. Nu zeggen ze een keer nee tegen iets ingewikkelds, vindt mevrouw dat ze niet zo kinderachtig moeten doen. Vink vreemd.

Als je bedenkt waar deze mevrouw vandaan komt, is het minder vreemd – maar nog steeds stom. Als lid van de Tweede Kamer heeft ze met het Woonakkoord ingestemd. Sterker nog, zij en tenminste 75 andere kamerleden hebben ervoor gezorgd dat die strenge regel van volledig aflossen minder streng is gemaakt. In het oorspronkelijke Woonakkoord was er geen ruimte voor zo’n raar product als de Blokhypotheek. Volledig annuïtair aflossen en daarmee basta. Doordat de achterban van partijen als die van die mevrouw zijn gaan zeuren, heeft men de regering gedwongen die strenge regel met ‘maatwerk’ aantrekkelijker te maken – zonder overleg met hypotheekverstrekkers, trouwens. Als deze mevrouw nu zou erkennen dat er een stom plan is bedacht, zou ze toegeven dat ze zelf ook stom bezig is geweest. En dat doen mensen, laat staan politici, niet snel. Dus moest ze wel de Blokhypotheek steunen en de hypotheekverstrekkers voor mietje uitmaken. Doelredeneren noemen we dat.

Dan blijft er nog dat ingewikkelde hypotheekproduct over. Waarom kan er nu nooit eens overheidsbeleid gemaakt worden waaruit blijkt dat de regering en de Tweede Kamer een rechte rug hebben? Een groot deel van de wereldeconomie is onderuit getrokken door mensen die leningen met leningen betaalden en banken die dat mogelijk maakten. Komt er een keer een voorstel dat daar werkelijk iets aan probeert te doen, passen we het weer aan, omdat de achterban het niet leuk vindt. Gaan we wéér leningen verstrekken om een lening af te kunnen lossen. We zijn met z’n allen volgens mij echt te gewend geraakt aan kunnen hebben wat we willen. Daarvan afkicken is blijkbaar nog te veel gevraagd.

Ik maak het vast allemaal veel te simpel en ik heb er ook niet voor doorgeleerd. Maar dit ruikt naar penny wise, pound foolish. Daar hoef je geen hypotheker voor te zijn.

Mobiele toeschouwers

Wat is dat toch dat mensen overal een mobiele foto van willen maken? Niet zo lang geleden reed ik op de A13 langs een redelijk heftig ongeluk met een stuk of vijf auto’s. Twee van de vijf automobilisten stonden met hun mobieltje foto’s te maken van de ravage. En niet voor de verzekering, want ze maakten geen foto’s van hun eigen auto.

Gisteren zag ik tijdens K(r)oning(inne)(s)dag op tv de hele dag mensen met hun mobiele telefoon verslaglegging doen van hoogtepunten. Tientallen mensen maakten bijvoorbeeld op de Dam met hun mobieltje foto’s en filmpjes van de oranje rookbom die afgestoken was. Zelfs de historische mevrouw Daniela Hooghiemstra in het glazen huis van Astrid Kersseboom en Rob Trip maakte een foto van haarzelf met op de achtergrond de balkonscène. Ze was nota bene al vier uur op tv. Hoe veel bewijs wil je hebben dat je erbij was?

Door deze rage van mobiele verslaglegging staan smartphones, Facebook en Twitter vol met real life events. Iedereen is hierdoor overal ontzettend bij. Maar, mensen plaatsen zich er ook mee buiten dat wat er gebeurt. Je bent zo namelijk meer bezig met het te laten zien dan met het te beleven. Continu beschouw je dingen op hun nieuwswaarde en ben je op zoek naar de volgende scoop. In plaats van – om het maar op een nare manier te zeggen – “in het moment” te zijn, ben je al met je gedachten bij de reacties van je vrienden op het feit dat jij erbij was. Veel mensen zijn daardoor tegenwoordig meer toeschouwer dan deelnemer. Ze plaatsen zichzelf buiten het (be)leven. Je kunt dan wel zeggen: ‘Kijk, ik was er ook,’ maar het is eigenlijk minder waar dan als je niet had gezorgd voor het fotobewijs dat je er was.

Trouwens, om het gevoel te hebben dat je erbij was, om écht deelnemer te zijn, had je gisteren beter toeschouwer kunnen zijn en naar de NOS kunnen kijken. Dat hebben wij gedaan. We konden alles goed zien, alsof we er bovenop zaten. En, we hadden alle rust en privacy om de stomme of slecht geklede mensen de wind van voren te geven en lekker vrijblijvend emotioneel te doen op de dramatische momenten.