Van je sokkel voor een sukkel

Even geleden was ik aan het werk bij een klant in een kamer die uitkeek op de parkeerplaats van het kantoor. Die was afgeschermd van het publiek met een elektrisch toegangshek. Buiten het hek stond een busje te wachten. Mijn oog viel er op, omdat het een vrij oud en beschadigd busje was en de bestuurder onhandig en ongemakkelijk uit zijn raam hing om bij de intercom te komen om met de mevrouw van de receptie te praten. Hij moest blijkbaar moeite doen om de receptioniste te overtuigen dat hij binnen mocht, want het duurde even. Uiteindelijk ging het hek toch open en reed hij met z’n busje de parkeerplaats op.

Een kwartier of wat later stond het busje weer voor het hek. Deze keer stond hij binnen het hek, zo’n tien meter vóór de toegangspoort. Hij keek wat vragend en ongeduldig, dan weer naar de receptie binnen, dan weer naar de poort. Een man in pak liep via de voetgangerspoort de parkeerplaats op voorbij het busje. Hij keek ernaar en naar de inzittenden, maar hield niet in en liep door, het pand in. Binnen gekomen voegde hij zich bij een aantal andere heren in pak die zaten te wachten bij de receptie. Vanuit mijn kamer zag ik ze met elkaar praten en wijzen naar het busje op de binnenplaats. Ze keken naar het tafereel van de bestuurder die wat dommig stond te wachten voor het hek, zoals je naar een attractie in de dierentuin kijkt

Het was duidelijk dat de busjesbestuurder weer naar buiten wilde, maar niet snapte hoe hij het hek weer open kreeg. Ik liep naar buiten naar het busje. Daarin zat de bestuurder, een man met een getinte huid, een lange baard en een thoub. Naast hem zat een vrouw met een hoofddoek. Ze keken me vragend aan. Ik vroeg: ‘Wilt u naar buiten?’ De man knikte. ‘Dan moet u iets dichter bij het hek gaan staan. Dan gaat ie vanzelf open.’ De man glimlachte en bedankte me vriendelijk. Terwijl ik naar binnen liep, zag ik het busje een stukje naar voren rijden, even wachten terwijl het hek open draaide, om vervolgens de binnenplaats uit te rijden.

Het leek erop dat de bezoeker in pak noch zijn vrienden binnen hadden bedacht dat ze de man konden helpen. Ik weet niet of het uiterlijk van het busje of de inzittenden de doorslag hebben gegeven, maar in ieder geval denk ik dat het kwam door de aanblik van het geheel. Die was er een van een stel dat “hier niet hoorde”. Mensen die een kantoorpand bezoeken weten immers hoe het toegangshek werkt en, als ze het niet weten, laten ze dat zeker niet merken. En, als jezelf respecterend kantoorbezoeker laat je je niet in met bezoekers die zichzelf blijkbaar niet voldoende respecteren om op stijlvolle manier een toegangshek te passeren. Nee, die bekijk je van een afstand met andere zichzelf respecterende kantoorbezoekers. Zeker als die andere bezoekers ook nog ’s niet in een strakke nieuwe (lease-)auto rijden, maar in een brak busje, en niet in (mantel)pak zijn.

Een mens is nou eenmaal een zelfbewust dier, dat moet denken om zijn status. Of, nou ja, denken. Het zit zo in ons primitieve brein gebakken om niet van onze sokkel te vallen. Er is juist een bewust denkproces nodig om eens in de zoveel tijd van je sokkel af te dalen en een ander, die een andere definitie heeft van wat eer is, te helpen.


Als je mijn blog waardeert, laat dat dan zien: volg dit blog of like Fellow Man op Facebook. Dank je!

Advertisements