Sociaaleconomische welvaart zorgt niet per se voor sociaal welzijn

Drie kinderen springen wat ongemakkelijk op een trampoline. Twee andere kinderen staan ernaast en roepen naar hun vader en moeder dat zij oooook willen. Drie mensen steken tegelijkertijd op verschillende plekken op het terras weifelend hun hand omhoog om contact te krijgen met de serveerster – tevergeefs. Een jongetje wordt door z’n moeder terechtgewezen omdat hij in de stellage van de schommel was geklommen. De serveerster rekent snel af met één stel terwijl ze tegen het andere zegt dat ze er meteen aankomt. Een meisje huilt omdat ze zand in haar ogen heeft gekregen. Een ander meisje roept dat ze nóg hoger wil met de schommel. Dezelfde serveerster – er is er maar één – rent naar binnen met een verhit hoofd en haar handen vol lege glazen om de volgende bestelling door te geven en een andere op te halen. Twee kinderen rennen tussen de stoelen door achter elkaar aan. Een jongetje huilt omdat hij geen ijsje krijgt. Twee stellen lopen tegelijkertijd op dezelfde twee vrijkomende plekken af en proberen awkward en met zo min mogelijk woorden te bepalen wie op de plekken mag gaan zitten. Een hond hijgt zenuwachtig. Een andere trekt blaffend aan de lijn van zijn baas.

‘Het voelt misschien als ongewoon hectisch en ongemakkelijk maar dat is het niet.

Lunchtijd op een terras van een hut in de Oostenrijkse bergen in de zomer. Een alledaags tafereel. Als je het zo achter elkaar zet, voelt het misschien als een ongewoon hectisch en ongemakkelijk gebeuren. Maar dat is het niet. Het is gewoon voor dit terras rond lunchtijd in de zomer in deze Oostenrijkse bergen. En ook niet veel anders dan een terras rond lunchtijd aan een Spaanse costa, een kinderspeelparadijs in het weekend of een strand in Nederland tijdens een warme dag.

Het boeiende is dat, ondanks de hectiek van al die tientallen mensen die bovenop elkaar zitten en elkaar nog nooit eerder hebben gezien, er niks fout gaat. Dat líjkt gewoon maar ís bijzonder, al realiseren we ons dat niet vaak.

Een bekende gedragsbioloog schreef mij ooit via de mail: ‘Het is enorm opmerkelijk dat we met vreemden overweg kunnen binnen een samenleving, zelfs al zijn we niet zo aardig als u graag zou zien. Er zijn talloze dieren die alleen maar vijandig tegen vreemden kunnen zijn. Dus [ik zou] benadrukken hoe goed we het doen gezien de omstandigheden, in plaats van hoe slecht.’

‘Het is enorm opmerkelijk dat we met vreemden overweg kunnen binnen een samenleving.

De mens is een groepsdier, geëvolueerd om van zijn eigen, bekende mensen te houden en andere, onbekende mensen (in het beste geval) te wantrouwen. Als je dit beseft, kun je zelfs genieten van die door en om elkaar heen hannesende mensen. Het lukt ons toch maar om te genieten van een hapje en een drankje terwijl we direct en indirect met allerlei vreemden moeten dealen. Goed, het geeft ons – al dan niet ongemerkt – stress. (Uit onderzoek van diezelfde gedragsbioloog blijkt dat met anderen in een beperkte ruimte zitten leidt tot een verhoogd niveau van het stresshormoon cortisol.) Maar we doen het. Zonder bang in een hoekje weg te kruipen of elkaar de hersens in te slaan.

De vraag die dan opkomt is: gaan we naar zo’n plek ondanks of dankzij al die onbekenden? Zoeken we zo’n terras op omdat daar het voedsel, het drinken en de speeltuin zijn? Of zijn die versnaperingen een excuus om ergens te zijn waar anderen zijn?

Veel mensen zouden desgevraagd hebben gezegd dat ze ook voor ontspanning naar het terras waren gekomen. Ik wás daar op dat terras van die hut in de Oostenrijkse bergen. Mijn vriendin en ik hadden stevig gewandeld, ik met dochter in een rugzak op m’n rug. We waren toe aan eten en rust. En daarom kozen we deze plek.

‘Als je het puur biologisch bekijkt, slaat zo’n verklaring nergens op.

Maar we waren net neergeploft op een ligstoel toen onze dochter al naar de trampoline rende (zij wilde oooook). En ik was een van die drie mensen die zijn hand omhoog stak omdat-ie tevergeefs contact zocht met de serveerster. Kwamen we hier inderdaad voor onze rust, net als al die andere tientallen mensen?

Als je het puur biologisch bekijkt, slaat zo’n verklaring nergens op: het dier de mens is graag bij zijn eigen mensen en ontwijkt onbekenden. Eten en drinken konden we prima zelf regelen. Ontspannen hadden we ook ergens in een verlaten bergweide kunnen doen. En een zandbak, trampoline en schommel stonden ook bij ons vakantiehuis.

Dit is dan ook niet biologisch maar cultureel te verklaren. Het is een teken van welvaart als je op een terrasje met mooi uitzicht lekker kunt eten en drinken. Vroeger hoorde het bij bergwandelen als je je eigen bammetjes meenam met een homp kaas. Die kon je dan op een rotspunt weghappen. Net als dat ik vroeger op het strand van m’n ouders lauwe frisdrank en slappe voorgesmeerde boterhammen uit de koelbox kreeg.

‘Met de almaar groeiende middenklasse is de terrassenwelvaart tegenwoordig voor bijna iedereen bereikbaar.

Met de almaar groeiende middenklasse is de terrassenwelvaart tegenwoordig voor bijna iedereen bereikbaar en ben je dus een nerd of stumper als je voor je eigen natje en droogje zorgt. Nu hoor je er alleen nog bij als je die bij een berghut of strandtent haalt. En als je je kinderen dan even ‘lekker’ daar laat spelen.

We doen onszelf geweld aan (lees: geven onszelf onnodig hoge cortisolshots) door te doen wat we nou eenmaal doen. En niet alleen op terrassen, in speelparadijzen en op stranden. Denk maar aan de IKEA op Tweede Paasdag – tussen onbekenden je nieuwe bed uitproberen, je kind ophalen bij de ballenbak en in lange rijen staan bij de kassa. Aan winkelen op zaterdag – in de winkelstraat in de weg gelopen worden door vreemde mensen. Of aan tussen negen en vijf werken – in de file of de trein staan tussen allemaal mensen die je niet kent.

Laten we dus maar benadrukken hoe goed we het doen gezien de omstandigheden die we voor onszelf creëren.


Meer verklaringen voor hectische en ongemakkelijke situaties? Check m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn!

Advertisements

Het leven is natuurlijk een spel, net als Miljoenenjacht

Op 13 september aanstaande doet de rechter uitspraak in de zaak Van den Hurk-Endemol. Als het goed is, komt er dan na bijna drie jaar een eind aan deze miljoenenjacht. Voor ons mensen is dit een heel interessant dispuut. Maar als we ernaar kijken als elk ander dier, is dit een no-brainer: Arrold wordt geen miljonair.

Eind 2014 drukte Arrold van den Hurk als kandidaat bij Miljoenenjacht op de rode knop. Dat werd gezien als teken dat hij het bod van de bank van 125 duizend euro accepteerde. Niet mis, zou je zeggen. Hij liep daarmee alleen 39 keer zoveel geld mis. In zijn koffer zat 5 miljoen euro. Om het erger te maken, Van den Hurk had nooit op de rode knop wíllen drukken. Het ging per ongeluk. Dat zei hij ook direct erna. Maar de aanwezige notaris had dat weggewuifd.

In eerste instantie nam Arrold genoegen met zijn troostprijs. Advocaat Peter Plasman belde hem echter daags na de uitzending op en overtuigde hem een zaak aan te spannen tegen de producent van Miljoenenjacht. Sindsdien zijn de koekenbakker (Van den Hurk heeft als nine to five een baan als bakker) en de tv-producent juridisch in gevecht.

‘Stel, Arrold had iemand om het leven gebracht.

Plasman voert aan dat enkel in de spelregels staat dat de kandidaat het bod van de bank moet accepteren. Er wordt niks gezegd over een rode knop. Het feit dat Arrold direct aangaf dat hij het bod niet had willen accepteren, betekent volgens de advocaat daarom meer dan het indrukken van de knop. Dat argument is alleen niet zo sterk. Het is gebruik in het spel dat je de rode knop indrukt ten teken dat je akkoord gaat met het bod van de bank. Dat kun je niet ineens verjudiseren en zeggen dat het eigenlijk niks hoeft te betekenen.

Het gaat dus niet om de betekenis van de knop maar om het al dan niet wíllen indrukken ervan. Om dat ‘willen’ te onderzoeken kunnen we de casus-Van den Hurk vergelijken met een bekender juridisch feit.

Stel, Arrold had iemand om het leven gebracht. In een speelse bui had hij gedaan alsof hij in het circus werkte en geprobeerd een bijl naast het hoofd van een vriend te gooien. Op het moment dat hij had gemerkt dat de bijl ín het hoofd van zijn vriend stak en niet in het hout náást het hoofd, had hij geroepen: ‘Nee, dit wil ik niet!’

‘Hij had beter moeten weten: hij is immers bakker, geen circusartiest.

Volgens de wet zou Van den Hurk dan schuldig zijn aan dood door schuld omdat het ongeluk voortkwam uit verwijtbaar gedrag. Hij had beter moeten weten: hij is immers bakker, geen circusartiest. Op dood door schuld staat maximaal twee jaar cel of 19.500 euro boete.

Arrold zou dus bij Miljoenenjacht technisch gezien op de blaren moeten zitten. Hij hoeft dan wel geen 19.500 euro te betalen maar hij krijgt wel 4 miljoen 875 duizend minder dan als hij niet zo dom was geweest.

Maar Plasman gaat verder. Hij haalt aan dat het hier gaat om een koekenbakker die op een moment van hoogspanning in een voor hem abnormale omgeving een foutje maakte. Dat kún je hem niet verwijten, pleit de raadsheer.

Plasman beroept zich hier op het juridische verschil tussen schuld en verantwoordelijkheid. Iemand kan wel schuld hebben aan iets – zoals een bijl in het hoofd van een vriend gooien – maar er niet verantwoordelijk voor zijn – de vriend had een formulier getekend waarin hij alle verantwoordelijkheid voor de gevolgen van de circusact op zich nam. Iemand die schuldig is is degene die feitelijk iets heeft gedaan. Iemand die verantwoordelijk is is degene die je het feit kunt toerekenen.

‘Iemand kan wel schuld hebben aan iets maar er niet verantwoordelijk voor zijn.

Dus als Endemol inderdaad de situatie ernaar had gemaakt dat Arrold niet anders kon dan op de rode knop drukken, dan zou hij wel schuldig aan maar niet verantwoordelijk zijn voor het knopdrukken.

Dat laatste bewijzen laat ik graag aan Plasman over. Voor nu is dat bewijs ook niet relevant. Het gaat mij om iets anders.

Miljoenenjacht is een spel, net als voetbal. Ook bij voetbal zijn er veel discussies over beslissingen van de scheidsrechter, de notaris van het voetbalveld. Het grote verschil echter met de discussie tussen Van den Hurk en Endemol is dat het bij voetbal altijd gaat om de juistheid van de call; of de scheids of grensrechter het wel goed zág. Het gaat nooit over de bedóéling van de voetballer; of hij wel buitenspel wílde lopen of of hij zijn tegenstander wel omver had wíllen schoffelen.

En als een voetballer uithaalt en het doel mist, zal hij ook niet aandragen dat hij eigenlijk had willen scoren maar dat zijn been de verkeerde beweging had gemaakt. Laat staan dat de scheidsrechter dan alsnog een doelpunt toekent – ook niet als het gaat om de spits van DVS’33 Ermelo die met zijn club in de bekerfinale in de Kuip tegen Ajax speelt. Feitelijk is dat wel wat Plasman en Van den Hurk vragen van de rechter.

‘Geen leeuw of das die zich beroept op het feit dat hij misschien wel schuldig was maar niet verantwoordelijk.

We kunnen het ook vanuit het oogpunt van de natuur bekijken. Geen enkel dier speelt zoveel spelletjes als de mens. Aan de andere kant, net als in voetbal en veruit de meeste andere spellen gaat het bij andere dieren altijd om hetgeen feitelijk gedaan is. Als een leeuw een gazelle doodt omdat het prooidier de verkeerde keus had gemaakt toen het besloot naar rechts te springen, kan het zich niet beroepen op zijn intentie om naar links te springen. Als een das zijn burcht onder een boom graaft en daarmee de wortels van de boom dermate aantast dat die sterft, maakt het niks uit dat de das dat helemaal niet had gewild.

En, het belangrijkste: geen leeuw of das die zich beroept op het feit dat hij misschien wel schuldig was aan maar niet verantwoordelijk was voor de dood van de gazelle of boom. Wij mensen hebben bedacht dat er een verschil kan zijn tussen schuld en  verantwoordelijkheid. Dat is geen natuurlijk gegeven. In de natuur wordt gehandeld en die hándelingen hebben gevolgen. That’s it. Geen geleuter over intenties, toerekenbaarheid of rechtvaardigheid.

Begrijp me goed, ik gun iedereen miljoenen, dus ook Arrold van den Hurk. En ik hoop voor hem dat-ie wint van Endemol. (Het productiebedrijf heeft geld genoeg en mag zich ook wel wat grootser opstellen in plaats van zich te verbergen achter kleine lettertjes en notarisjes.) Maar we mogen allemaal wel eens wat meer denken over het leven, de dingen die we doen en de dingen die ons overkomen als een spel of, beter nog, als onderdeel van de natuur.

We doen dingen die consequenties hebben, hoe bedoeld of onbedoeld ze ook zijn. En we komen in situaties die maken dat ons dingen overkomen, hoeveel verantwoordelijkheid we ook dragen voor die situaties. De mens heeft in wezen niet meer of minder recht op vluchtroutes dan andere dieren. Die hebben er ook mee te leven. Laten we daarom minder piepen en wijzen en vaker gewoon verder leven. Dat is tenminste natuurlijk én verantwoordelijk gedrag.


Meer weten over ons natuurlijke en onnatuurlijke sociale gedrag? In Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn staat het allemaal.