Om vijf voor negen liep ik naar de ruimte waar ik om half tien een workshop zou leiden. Vlak voor ik het zaaltje had bereikt schoot een man naar binnen. Hij ging zitten aan de vergadertafel, mobiel in de aanslag.

‘Ik moet bellen,’ zei de man toen hij mij in de deuropening zag staan. ‘Ik heb hier zo meteen een werksessie en ik wilde even een en ander voorbereiden,’ was mijn openingszin. ‘Hoe laat is die sessie?’ vroeg de man afgemeten. ‘Half tien,’ zei ik. ‘Dan kom je om half tien terug.’

Ik gaf niet meteen op. ‘Sorry dat ik aandring, maar hoe lang hebt u nodig, voor het bellen?’ ‘Tien minuten,’ antwoordde de man. ‘Dan kom ik over tien minuten wel weer terug,’ zei ik terwijl hij de deur voor mijn neus dichtdeed.

‘Er zit een chagrijnige meneer te bellen.’

Mompelend over zoveel onvriendelijkheid liep ik de lange gang naar de afdeling van mijn opdrachtgever om daar de tijd te doden.

Een van haar secretaresses stond op toen ze mij zag, beamer in de aanslag. ‘Zullen we?’ vroeg ze, ‘we kunnen deze het beste zo snel mogelijk aansluiten.’ ‘We kunnen de vergaderzaal nog niet in.’ Ik kon het niet laten eraan toe te voegen: ‘Er zit een chagrijnige meneer te bellen.’

‘O…’ zei de secretaresse, ‘maar ik heb de zaal vanaf negen uur gereserveerd.’ ‘Hij is over tien minuten klaar, zei hij, dus ik wacht wel even,’ zei ik met nonchalante nobelheid. ‘Oké,’ en ze ging weer zitten.

Hoe snel is mijn mond om mijn oordeel te delen met anderen.

Om vijf over negen liepen we met z’n tweeën naar het zaaltje. De man was nog altijd aan het bellen. Kordaat deed de secretaresse de deur open: ‘Wij hebben deze ruimte gereserveerd vanaf negen uur.’ Zonder zijn telefoongesprek te onderbreken liep de man de kamer uit.

Toen de beamer aangesloten was, de secretaresse me alleen had gelaten en ik de rest ook klaar had gezet, kwam de man weer terug. ‘Excuus voor zojuist. Dat was niet mijn bedoeling,’ zei hij. ‘O… ja… dank u. En ik wist niet dat de zaal al om negen uur voor mij was gereserveerd…’ reageerde ik wat onhandig, vooral om iets terug te zeggen.

Hoe snel is mijn brein toch met oordelen. En dat niet alleen. Hoe snel is mijn mond om mijn oordeel te delen met anderen. Ik kón niet anders dan deze meneer onvriendelijk vinden en ik móést mijn mening over deze meneer ventileren bij de eerste die ik tegenkwam. Gaf me een goed gevoel.

Het enige wat ik weet is dat hij naderhand zijn excuus aanbood. En dat moet genoeg zijn.

Natuurlijk, deze man had me wel iets vriendelijker te woord kunnen staan. Maar wie weet waar zijn telefoontje over ging? Misschien had hij wel een grote fout bij zijn opdrachtgever gemaakt en kon hij die goedmaken. Misschien had hij ruzie gemaakt met zijn vrouw en probeerden zij het bij te leggen. Of wie weet belde zijn arts met de uitslag van een belangrijk onderzoek.

Point is, ik wist het toen niet en ik weet het nog steeds niet. Het enige wat ik weet is dat hij naderhand zijn excuus aanbood. En dat moet genoeg zijn.

Genoeg om hem te vergeven. En vooral genoeg voor mij om de volgende keer dat iemand iets dóét wat lomp lijkt, mezelf ervan te proberen te weerhouden te denken dat hij lomp ís.

En ik zeg met nadruk ‘proberen’ me ervan te weerhouden. Ik blijf immers een mens met een stel laffe, gemakzuchtige, zelfgenoegzame hersens.


Olav de Maat is organisatieadviseur, sociaalgedragscoach en schrijver (en soms spreker). Hij heeft een dochter, een hond, een vriendin, een boek, een bedrijf en een Facebookpagina.


 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s