Zaterdag reed ik met het gezin terug van een heerlijke vakantie in Oostenrijk. We waren ergens op de A3 tussen Oberhausen en Arnhem. Ik reed op de linker baan. Net daarvoor had ik een auto ingehaald, een paar honderd meter voor mij reed een vrachtwagen en ik dacht dat er niemand achter me zat.

Voor mijn gevoel dook uit het niets opeens een VW Golf met Nederlands kenteken op in mijn buitenspiegel. (Door mijn binnenspiegel kon ik de weg achter me niet zien omdat de achterbak vol was gepropt met koffers en tassen.) De auto zat zowat op mijn bumper.

Snel ging ik naar rechts. Het duurde even voordat de wagen langszij kwam – het was een wat oudere Golf type 4 met erin vier mannen. Alle vier lieten ze me met nijdige kale koppen hun middelvinger zien.

Meteen daarna voelde ik een stoot adrenaline door mijn lijf gaan.

Ik zwaaide met een vrolijk gezicht terug en gaf ze een bemoedigende duim omhoog. ‘Goed bezig, jongens,’ zeiden mijn lippen geluidloos maar met uitvergrote bewegingen, zodat ook de mindere liplezers in de Golf het zouden kunnen snappen.

Meteen daarna voelde ik een stoot adrenaline door mijn lijf gaan. Ik maak er al een tijd een gewoonte van om met overdreven vrolijkheid en bemoediging naar asociale rijders te reageren. Maar erna voel ik altijd een flinke dosis irritatie en frustratie.

Ik kan er niet tegen als mensen wegkomen met asociaal gedrag. En niks is erger dan asociaal gedrag op de snelweg omdat er altijd blik en hoge snelheden tussen mij en die asociale rijders in zitten. Ik kan niet even verhaal gaan halen. Laat staan dat ik ervoor kan zorgen dat ‘dat soort mensen’ voor eens en voor altijd ophoudt met dat agressieve gedoe.

Dus ben ik het laatste stuk naar huis gaan nadenken over manieren om wel iets terug te kunnen doen.

Het eerste wat in me opkwam was een pistool trekken.

In ieder geval, bedacht ik, moest ik iets doen wat de aandacht trekt op een snelweg. Een goed gesprek met argumenten en nuance viel dus af.

Het eerste wat in me opkwam was een pistool trekken. Vanaf nu zou ik een niet-van-echt-te-onderscheiden nepgun in m’n handschoenenvakje hebben liggen. Het gaf me even een lekker gevoel. Go ahead, punk, make my day, dacht ik.

Maar al snel kreeg ik angstbeelden van rechtshandhavers die dit blog zouden lezen en me zouden aanklagen voor aanzetten tot geweld.

Bovendien moest ik wel iets doen waar ‘dat soort mensen’ ontzag voor heeft maar ik moest me niet verlagen. ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama al.

Ik was wanhopig. Ik wilde beleefd blijven. En ik wilde hun respect.

Wat me wel aanstond in het pistool is dat het iets is wat agressieve mensen respecteren. Want als je mensen wilt aanspreken, moet je contact met ze maken. Toen dacht ik, dankzij dat idee van contact maken én Michelle Obama, aan een mooie uitspraak: l’humour est la politesse du désespoir.

Humor is de beleefdheid van wanhoop. Ik was wanhopig. Ik wilde beleefd blijven. En ik wilde hun respect. Humor!

Daarom ga ik binnenkort borden laten maken met snedige replieken erop. Die leg ik dan in de auto, klaar voor de eerstvolgende snelwegaso.

De eerste ideeën: ‘Ik weet jouw huis te wonen,’ ‘Je hebt vast een heel kleine piemel,’ (oké, niet zo heel beleefd) en: ‘Voor elke middelvinger doneer ik 1.000 euro aan Natuurmonumenten.’

Ik hou me aanbevolen voor betere ideeën in de comments! Van de beste drie ga ik echt borden laten maken.


Olav de Maat is organisatieadviseur, sociaalgedragscoach en schrijver (en soms spreker). Hij heeft een boek, een Facebookpagina, een bedrijf, een dochter, een hond en een vriendin.


 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s