Dreetje Hazes schalde ‘wie kan mij vertellen wat ik gisteren heb gedaan’ door onze achtertuin. De stem van de jonge volkszanger kwam me tegemoet toen ik de tuin in liep om mijn vader te helpen de achtergevel van ons nieuwe huis in de grondverf te zetten.

‘Hallo! Kan die radio wat zachter?! Het is door het hele bos te horen!’

Het kwam van het silhouet van een man dat te zien was door de rieten schutting van onze achtertuin. ‘Natuurlijk!’ riep ik terug. ‘Sorry! Mijn vader is al wat ouder. Hij hoort niet meer zo goed,’ zei ik er nog snel met een lachje achteraan. Het silhouet verdween zonder verder iets te zeggen uit het zicht.

De radio hadden we tussen de huisraad van de vorige bewoners gevonden. Terwijl ik de ramen aan de zijkant aan het verven was had ik al gehoord dat mijn vader het oude Philips-ding, waar hij alleen 100% NL op had kunnen vinden, nogal hard had gezet.

Als je er wél over nadenkt is dit eigenlijk gewoon raar gedrag.

Het silhouet had gelijk, dus. Maar was het niet een beetje te kortaf geweest?

Als je er niet over nadenkt, is dit een gangbaar ritueel: radio staat hard, buurman is boos, buurman roept. Maar als je er wél over nadenkt is dit eigenlijk gewoon raar gedrag.

We wonen nog maar drie weken in dit huis. Met onze achterburen hadden we nog niet kennisgemaakt. Dit was dus onze eerste ontmoeting met een van hen.

Een bruusk ‘hallo!’ was het eerste woord dat hij koos om die ontmoeting in te luiden. Een kort retorisch verzoek was zijn tweede zin en een insinuerende overdrijving zijn derde. En als slot koos hij ervoor om zonder meer weg te lopen. Nogal onbeschoft.

Ik denk dat er meerdere dingen speelden die ervoor zorgden dat het silhouet zich zo gedroeg.

Dit is hoe we het doen. In onze cultuur praat je nou eenmaal kort en to-the-point met onbekenden.

Allereerst denk ik dat mijn achterbuurman zich al een tijdje op had zitten vreten. Hij moet hebben zitten luisteren en op een gegeven moment gedacht hebben: nu is het klaar, het is door het hele bos te horen! Dat dat fysiek onmogelijk was, maakte niet uit. In zijn hoofd was het inmiddels zo. Hierdoor had hij vol adrenaline gezeten toen hij bij de schutting aan was gekomen.

Daarnaast moet er angst in het spel zijn geweest. De man zal nooit toegeven dat hij bang was geweest en hij had vast niet staan trillen als een rietje. Maar íéts van angst speelde zeker een rol.

We hadden elkaar immers nog nooit ontmoet. De belangrijkste info die hij over ons had was dat we heel hard 100% NL luisteren. Wist hij veel wat voor toeren een paar onbekende oer-Hollandse herriemakers zouden uithalen als hij ze zou aanspreken?

En als je bang bent voor iemand, kun je maar beter niet te dichtbij komen.

Tot slot, en wat mij betreft het erg(erlijk)ste: dit is hoe we het doen. In onze cultuur praat je nou eenmaal kort en to-the-point met onbekenden.

Het is schijnbaar oké als je bozig en lafhartig je ongenoegen uit.

Of het nou de kijk-uit-je-doppen is naar de voetganger die het fietspad oversteekt, de ssssjt naar de pratende tieners in de stiltecoupé of de claxon naar iemand die in de weg staat met zijn auto: het gaat allemaal met zo min mogelijk woorden en contact.

Ook aan dit gebruik liggen de frustratie en angst ten grondslag die mijn silhouetbuurman moet hebben gevoeld. Het punt is, de uiting van die frustratie en angst is geaccepteerd. Het is schijnbaar oké als je bozig en lafhartig klaagt. Niemand zegt daar immers wat van. Dát maakt er iets aan doen zoveel moeilijker.

En daarom wil ik juist iedereen oproepen om iets te doen wat ingaat tegen deze gewoonte: als iemand iets doet wat je niet zint, maak er een ontmoeting van.

Bel aan bij die nieuwe buurman met die schallende radio en stel je voor en maak een praatje. Stop voor die voetganger, kijk hem aan en zeg met een glimlach: ‘Ga je gang! En de volgende keer oppassen, hè?’ Loop naar die herriemakers in de stiltecoupé toe, en gebruik woorden met klinkers erin. Stap uit je auto en vraag of je kan helpen met het uitladen van de auto die midden op de weg staat.

En als iemand bozig en lafhartig zijn ongenoegen uit, maak dan ook daar een ontmoeting van.

Ik bel in ieder geval vanavond aan bij de onbekende silhouetbuurman. Dan stel ik me voor en maak ik een praatje. Dat begint met: ‘We hebben elkaar zaterdag al ontmoet, toen u vroeg of de radio zachter kon…’


Olav de Maat is schrijver, sociaalgedragscoach en organisatieadviseur (en soms spreker). Hij heeft een boek, een Facebookpagina, een website, een dochter, een hond en een vriendin.


 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s