Gisteren liep ik hard langs een typische N-weg in de bossen op een van de twee ventwegen die langs beide zijden lopen van de hoofdweg. Op de ventweg aan de andere kant zag ik uit mijn ooghoek een zwart Mercedes-busje staan. Het had geblindeerde ramen. Toen ik ernaar keek, zag ik net de arm van de bestuurder omhoog gaan. Een onbestemd maar duidelijk negatief gevoel bekroop me bijna ongemerkt.

‘Een onbestemd maar duidelijk negatief gevoel bekroop me bijna ongemerkt.’

Toen ik beter keek, zag ik dat langs de bovenkant van het busje de rand van een ingeschoven luifel zat. Ik weet dat vlakbij de plek des onbestemdes onheils een camping was. Ik begreep dat het hier om een camper ging. Ik voelde me een klein beetje ontspannen. Ook zag ik een ANWB-busje op de hoofdweg rijden, die ik even eerder de weg vanaf de ventweg had zien op draaien. Toen begreep ik ook: de arm van de bestuurder die ik net daarvoor omhoog had zien gaan was als groet bedoeld voor de ANWB-monteur die hem net had geholpen met het weer aan de praat krijgen van zijn camper. Gerustgesteld rende ik door.

How tricky the mind works. Zwart busje, geblindeerde ramen… onwillekeurig maken mijn hersenen hiervan iets obscuurs. Niks om echt bang van te worden. Gewoon onbestemde gevoelens. Extra alertheid. Dat soort dingen. Dat het woord ‘obscuur’ ook donker betekent, zegt al veel. Als iets donker is, is het dubieus, geheimzinnig, louche, op z’n minst twijfelachtig.

En bij twijfel over de goede bedoelingen van een onbekende gaan mijn hersenen voor het gemak maar uit van de slechte bedoelingen. Mensen en andere dieren geven onbekenden nou eenmaal instinctief het nadeel van de twijfel. Dat is evolutionair gezien wel zo handig gebleken.

‘We geven onbekenden instinctief het nadeel van de twijfel.’

Nou ging dit om een camper met panne aan de overkant van een drukke straat. Niks bijzonders en geen kans dat ik door mijn wantrouwende hersenen deze situatie de verkeerde kant op kon sturen. Maar hoe vaak gebeurt dat wel? Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat zowaar námen die we verbinden aan mensen met een donkere huidskleur zorgen voor een negatieve associatie, zélfs bij mensen die zelf een donkere huidskleur hebben. Dat betekent dat mensen met dat soort namen vaak onterecht met een achterstand beginnen.

Daarnaast zijn er tal van andere cues waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat ze ons brein in een stand zetten die onrecht kan doen aan wat er echt aan de hand is. Als iemand iets doet wat niet past bij onze verwachtingen of er anders uitziet dan de mensen met wie we op dagbasis omgaan, wantrouwen we die persoon. Als we een potlood tussen onze neus en bovenlip knellen, vinden we alles wat we zien minder leuk dan wanneer we dat potlood tussen onze tanden klemmen (probeer het eens). Als iemand van het vrouwelijk geslacht is, denkt iedereen, ook de vrouw zelf, dat ze minder goed is in exacte vakken. Als we woorden lezen die we associëren met bejaarden, gaan we langzamer lopen. En ik zou nog heel lang door kunnen gaan met deze lijst.

‘Vertrouw wat minder snel je eigen wantrouwen en wat sneller een onbekende.’

Wat ik maar wil zeggen: we dénken misschien dat we niet bevooroordeeld zijn maar we zijn het, per definitie. Als we niet instinctief een aantal vuistregels mee hadden gekregen van onze voorouders en niet de aanleg hadden gehad om culturele vooroordelen op te slaan, hadden we het waarschijnlijk als diersoort gedurende de evolutie niet overleefd. Dan waren we fluitend donkere grotten met gevaarlijke dieren ingelopen en hadden we mensen uit andere stammen die onze vrouwen wilden meenemen maar zéíden dat ze alleen maar even kwamen kijken op hun blauwe ogen vertrouwd (wat lang geleden héél verdacht zou zijn, blauwe ogen, want die kregen we pas toen we ook Europa waren binnengetrokken).

Vuistregels, vooroordelen: goed dat ze er zijn, dus. Het is alleen jammer dat veel ervan ontstaan zijn in een tijd waarin de situaties nooit voorkwamen waarin we ons nu dagelijks bevinden. Ons leven is veel afwisselender, ingewikkelder en vooral minder gevaarlijk geworden. Vertrouw dus wat minder snel je eigen wantrouwen en wat sneller een onbekende. In 99 van de 100 gevallen heeft je instinctieve wantrouwen namelijk ongelijk.


Nog meer vuistregels van de mens ontdekken? In m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn staan er nog véél meer, inclusief wetenswaardigheden die aantonen dat ze inderdaad hun beste tijd hebben gehad.


 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s