Ik had een afspraak bij de tandarts, op een maandag. Op vrijdag kreeg ik een e-mail: ‘Herinnering aan uw afspraak bij de preventieassistente. Deze afspraak vindt plaats op de Huppeldepupweg 9 Baarn en NIET op de Zusenmezolaan 21. Dit in verband met dat er op de Zusenmezolaan geen tandarts die dag aanwezig is.’ Ik wist dat de afspraak niet op mijn eigen locatie was, dus ik deletete het bericht.

Op maandag werd ik gebeld. De assistente van de tandarts. Of ik wist dat mijn afspraak op de Huppeldepupweg was en niet op de Zusenmezolaan, zei ik. ‘Ja, precies!’ zei de tandartsassistente lachend. We hingen snel maar plezierig weer op.

‘De assistente werd wat schichtig en kreeg rode vlekken in haar nek.’

Op de praktijk op de Huppeldepupweg meldde ik me bij de assistente achter de balie. ‘Meneer de Maat…’ zei ze, zoekend in het systeem, ‘u komt voor de preventieassistente.’ Ik keek haar vragend aan. ‘De mondhygiëniste,’ verduidelijkte ze. ‘Eh, nee,’ zei ik, ‘ik kom om een vulling te laten vervangen.’ De assistente werd wat schichtig en kreeg rode vlekken in haar nek.

De preventieassistente van dienst kwam er net aan lopen. ‘Deze meneer heeft een afspraak met jou maar hij zegt dat dat niet klopt,’ zei de tandartsassistente op gedempte toon. Kordaat zei haar collega: ‘Ik kijk er wel even naar,’ en ze beende terug naar haar kamer.

Even later riep dezelfde mondhygiëniste mijn naam. Toen ik haar kamer binnen liep, zeiden we gedag, waarna ik haar de situatie nog een keer uitlegde. Alsof ze me niet gehoord had, wees ze naar de behandelstoel: ‘Ga zitten.’ ‘Ik ben pas geleden nog naar de mondhygiëniste geweest. Is het niet slimmer als ik een nieuwe afspraak maak voor mijn vullingen? Dan besparen we elkaar de tijd,’ stelde ik voor zonder haar instructie te volgen.

‘Alsof ze me niet gehoord had, wees ze naar de behandelstoel: “Ga zitten.”’

De preventiemevrouw leek nu pas door te hebben wat er aan de hand was en zei: ‘Ja, dat is zo.’ Ze keek in haar pc en stelde vast dat ik inderdaad een afspraak voor het repareren van een vulling had moeten krijgen. Ze verontschuldigde zich voor de stommiteit en escorteerde mij naar terug naar de receptie. Daar kreeg ik met de hulp van een verontschuldigende en nog altijd wat schichtige tandartsassistente een nieuwe afspraak, deze keer met de tandarts.

Nu zou dit verhaal kunnen gaan over de werking van een systeem: hoe tandarts- en preventieassistentes zich laten leiden door het afsprakensysteem en zich geen raad weten met een patiënt die duidelijk probeert te maken dat wat in de digitale agenda staat niet klopt en pas gerust zijn als ze in de pc zien dat de patiënt gelijk heeft. Dat is óók boeiende materie. Maar daar gaat mij dit verhaal niet over.

Voor mij gaat dit verhaal over de werking van e-mail- versus menselijk contact. Ik had in de eerste zin van de herinneringsmail op vrijdag kunnen lezen dat ik een afspraak had met de zogenaamde preventieassistente. Ik hád dat ook gelezen. Ik weet zelfs nog dat ik even een unheimisch gevoel kreeg. Zo van: irgendwo klappt hier etwas nicht. Maar ik weet ook dat ik dat heel snel negeerde en weer doorging met m’n dag.

‘Een recept voor sociale slordigheid.’

Pas toen ik de tandartsassistente voor me had en ik het haar hoorde zeggen, drong het tot me door en sprak ik het ook uit: ik moet helemaal geen afspraak hebben met de preventieassistente! Hoe simpel en suf het ook klinkt, pas toen ik een echt mens live voor me had, verbond ik een consequentie aan de term ‘preventieassistente’. (Inmiddels kan ik de term niet meer horen, schrijven of lezen, maar da’s wéér een ander verhaal.)

En zo gaat het heel vaak met e-mail- versus menselijk contact. Denk bijvoorbeeld aan een digitaal bericht in je inbox waar je geen antwoord op geeft. Dat heb je vast wel ’s. Vergelijk dat eens met iemand die jou op straat begroet. Beantwoord je die ook niet? Het zou gek zijn als je dat niet doet, toch? Desalniettemin is het niet gek als we iemand negeren die ons schriftelijk begroet.

Onze sociale hersenen zijn geprogrammeerd voor face-to-face contact, niet voor schriftelijke correspondentie. Ze gaan pas aan als we iemand anders tegenover ons hebben. Gooi daar de massa aan mail overheen die we dagelijks in onze inbox krijgen en je hebt een recept voor sociale slordigheid.

Door deze praktijkles ben ik weer wat meer bij de les. Maar ik ben benieuwd wanneer mijn hersenen weer werken zoals ze bedoeld zijn en opnieuw iemand virtueel negeren.


Wil je meer van dit soort verhalen, maar dan met een kaft eromheen? In m’n boek Hufters & helden. Waarom we allemaal een beetje aardiger moeten zijn staan er nog véél meer, plus een hoop biologische, psychologische en historische wetenswaardigheden over de mens.


 

Advertisements

2 thoughts on “E-mails negeren is menselijk

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s