Vorig weekend was ik bij het concert van Maria Mena in TivoliVredenburg. We waren laat. Het voorprogramma hadden we al gemist. Het was uitverkocht. Dus de zaal zat vol.

Toch vonden we een prima plekje op het balkon. Ik hoefde maar tussen twee mensen door te kijken en als ze niet te veel zouden bewegen, zou ik Maria de hele tijd ten voeten uit kunnen zien.

Vóór Maria opkwam, ontdekte ik dat de jassen van de twee mensen voor mij op de grond lagen en dat ik er onwillekeurig af en toe met mijn schoen tegenaan kwam. Ik zei zulks tegen de dame van het tweetal en dat het me slim leek om hun jassen achter de paal te leggen die naast mij stond. Daar zouden ze veilig liggen. Ze maakte een geluid – ik kon in het rumoer niet goed vaststellen welke woorden het geluid moest vormen – draaide zich naar de mannelijke helft van het tweetal, besprak iets en zei vervolgens: ‘We houden ze wel vast. Geen énkel probleem.’ Het tweetal draaide zich weer naar het podium, met in hun armen hun jassen tegen zich aan geklemd.

‘Hier gebeurde twee rare dingen.’

Hier gebeurde twee rare dingen. Ten eerste hadden ze gewoon mijn idee kunnen opvolgen. Wat was het ergste dat er kon gebeuren? Een onbezorgd concert? Misschien vertrouwden ze me niet of dachten ze dat het achter die paal vies was. In ieder geval bewees het voorval eens te meer dat de gemiddelde mens liever zo kort mogelijk met onbekenden praat dan een buitenkansje krijgt. De angst voor gezichtsverlies, de behoefte om niet moeilijk te doen of een vorm van xenofobie zit ons geregeld in de weg. (Ik moet opeens aan verdwaalde boswandelaars denken…)

Ten tweede had ik ook gewoon kunnen denken: Oké. Jullie keus. Je had ze ook gewoon, net als iedereen, bij de garderobe kunnen achterlaten voor een euro per stuk. Of tóch achter die paal kunnen leggen. Maar ik kon het niet laten me ongemakkelijk te voelen. Ik had het idee dat ik ze van de regen in drup had geholpen: in een toch al warme zaal gingen ze nu dankzij mijn suggestie minstens anderhalf uur awkward staan met hun armen over elkaar en een lap stof ertussen.

‘Beide partijen verloren een beetje omdat ze allebei de ander niet tot last wilden zijn.’

Beide partijen verloren hier dus een beetje. Zij met hun ongemakkelijke houding en ik met m’n goeie gedrag. En waarschijnlijk omdat we allebei de ander niet tot last wilden zijn. Ik stel voor dat we vanaf nu onbekenden er iets minder gemakkelijk vanaf laten komen. Als je dus iets aangeboden wordt door een vreemde: neem het aan. En als je zelf iets aanbiedt aan iemand die je niet kent en het wordt afgeslagen: dring nog ’s aan.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s