Het eerste wat ik zag waren de modderige voetsporen op de trap. Daarna merkte ik dat het licht en de ventilator in het toilet nog aan waren. Ik liep er naartoe en deed de toiletdeur open. Urinespetters en niet nader te benoemen haren lagen op de rand van de wc. Ik vloekte binnensmonds. ‘Ze zijn tóch binnen geweest,’ zei ik tegen mijn vriendin Kim. In de keuken bleek dat ze ook de kraan hadden gebruikt om hun handen te wassen. De wasbak was vies en de handdoek lag op de grond.

‘Urinespetters en niet nader te benoemen haren lagen op de rand van de wc.

Het was twee uur ’s nachts. We waren net thuisgekomen na een rit van negen uur na drie weken vakantie. Ik was moe en had geen zin om het huis nog verder te inspecteren. Dat zou ik de volgende dag wel doen.

Uit de latere inspectie bij daglicht bleek dat ze ook de zoldertrap hadden gebruikt. Ook daar stonden modderpoten op. Het leek erop dat ze ook in onze slaapkamer waren geweest maar dat wist ik niet zeker. Ik belde daarom de aannemer, ‘Ton’, om erachter te komen hoe het precies zat.

Ik liet hem weten dat ik blij was met ons nieuwe dak maar wat minder vrolijk was geworden van de troep die we aantroffen in ons huis. Zonder bij mijn ongerief stil te staan legde Ton uit dat ‘de jongens’ op zolder geweest waren om iets met de dakdoorvoer van de cv-ketel te doen. Ik herinnerde hem eraan dat ik van tevoren had aangegeven dat ik het op prijs zou stellen als ze het huis niet zouden betreden omdat het wel zo fijn is om in een schoon huis thuis te komen na je vakantie. Zijn enige reactie daarop was dat ze nou eenmaal binnen hadden moeten zijn om bij de cv te komen. Ik zei dat ik daar op zich begrip voor had en dat ik dan wel graag een belletje van hem had gehad daarover. Ik benadrukte nogmaals dat ik het echt niet relaxed vond om die smeerboel aan te treffen. Kort zei hij dat hij dat begreep en bleef toen stil.

‘Goed, nou, dan was dit het, denk ik,’ zei ik maar. ‘Ja. Oké,’ antwoordde hij. ‘Oké. Dag.’ ‘Dag.’ Ik hing op.

Om de man na vijf minuten weer terug te bellen. ‘Waar zijn ze eigenlijk allemaal precies geweest?’ vroeg ik. ‘Ik heb een klein dochtertje, zoals je weet, en ik wil niet dat zij ongemerkt door de viezigheid heen kruipt.’ ‘Dat weet ik niet,’ antwoordde Ton. ‘Ik zal de jongens even bellen en dan bel ik je terug.’

‘”Ja, dat snap ik wel, ja,” zei Ton daarop, met deze keer een zweem van begrip in zijn stem.

Dat laatste gebeurde niet. Maar een half uur later stond een van de jongens, ‘Ed’, opeens bij ons voor de deur. Hij was toch verderop in de straat bezig met een klus, liet hij weten. Ed legde me uit waar ze waren geweest in huis. Het bleek dat ze ook de kamer van m’n dochtertje hadden bezocht. Verder wist hij te vertellen dat er een enorme zooi naar beneden was gekomen toen ze op zolder bezig waren geweest. Ze hadden hun leerling naar boven gestuurd om het op te ruimen.

Toen Ed klaar was met vertellen, kon ik het niet laten om hem een tip te geven. Ik zei: ‘Weet je, bij ons is het al te laat, maar de volgende keer als je bij mensen binnen moet zijn, kondig dat dan aan, doe even je schoenen uit en ruim de troep op als je klaar bent. Het was voor ons echt niet fijn om zo thuis te komen.’ Ed keek me aan met een blanco blik. Vervolgens zei hij droog: ‘Ja,’ en ging verder over wat ze buiten hadden gedaan, waarna het gesprek overging op vakanties naar Oostenrijk en meer koetjes en kalfjes.

Nadat Ed vertrokken was, belde ik zijn baas weer. ‘Ik wil niet alleen maar zeuren maar ook mijn waardering uitspreken waar dat kan. Dus dank dat je Ed hebt langs gestuurd,’ zei ik. Ook nu reageerde Ton laconiek: ‘Ja, het leek me het handigst, als hij toch in de buurt was, dat hij het je zelf kwam vertellen.’ Ik was even stil en kon het toen niet laten: ‘Je blijft er nogal onbewogen onder. Snap je dat ik dit echt niet leuk vind? Kun je je voorstellen hoe het is om zo thuis te komen?’ ‘Ja, dat snap ik wel, ja,’ zei Ton daarop, met deze keer een zweem van begrip in zijn stem.

‘Voor sommigen was het al een inzicht dat je je voeten kunt vegen vóór je binnenkomt.

Ik ben het al zó gewend, de vanzelfsprekendheid waarmee klusjesmannen mijn huis besmoezelen, dat ik me – na de eerste verontwaardiging van onze aankomstnacht – er relatief snel bij neer heb gelegd. Ik had m’n zegje gedaan tegen Ton en Ed en na een uur boenen zag alles er weer schoon uit. En tóch…

Want: hoe moeilijk ís het om je in te beelden hoe het is om thuis te komen na een lange reis in een huis dat tegen de verwachtingen in onder de modderpoten, pisvlekken en konthaar zit? Blijkbaar – en dit bedoel ik niet cynisch – heel moeilijk voor bepaalde mensen.

Ik heb eens een communicatietraining mogen verzorgen voor installatiemonteurs. Een van de hoofdvragen ervan was: op welke manier maak je je entree bij de klant? Bij de voorbereiding van de training gingen we ervan uit dat een praatje maken met de klant een belangrijk leerpunt was, maar wat bleek: voor sommigen was het al een inzicht dat je je voeten kunt vegen vóór je binnenkomt.

‘Sommige mannen weten nou eenmaal niet beter dan dat de troep die een man maakt in huis door vrouwenhanden verdwijnt.

Ik denk dat veel van ‘dit soort mannen’ in hun jeugd niet anders hebben meegekregen dan dat moeders zonder zeuren de troep achter je kont opruimt. Zo zei laatst iemand – een man uit een echt mannengezin – tegen mij: ‘Ja, weet je, wij hebben ook geen idee hoeveel werk het is om al die kleren te wassen. Wij gooien ze gewoon bij de wasmachine en zijn er klaar mee.’ En met ‘wij’ bedoelde hij niet alleen zichzelf en zijn zoons, maar mij, hem en alle andere mannen van de wereld. Sommige mannen weten nou eenmaal niet beter dan dat de troep die een man maakt in huis door vrouwenhanden verdwijnt.

Veel mannen met zo’n opvoeding hebben dus niet geleerd zich te verplaatsen in (vrouw)mensen die in huis de troep opruimen. Zo zullen de mannen die ons dak hebben gemaakt ook hebben verwacht dat Kim zonder morren hun troep zou opruimen. Zij is immers de vrouw in huis. Hoe gek is het dan dat een mán belt om over hun troep te klagen? Geen wonder dat ze zo blanco reageerden op mijn gezeur. Ze konden het niet plaatsen. Het paste niet in hun wereldbeeld.

Gelukkig kun je op latere leeftijd ook nog leren om je te verplaatsen in een ander. Het kost alleen iets meer moeite. Laten we daarom met z’n allen alle dichtgetikte timmermannen, emotioneel verstopte loodgieters en achteloos-kladderige schilders continu wijzen op de troep die ze maken. Maar niet klagend of vragend om financiële genoegdoening. Vertel ze hoe het voor je is en vraag of ze het bij de volgende klant zelf opruimen. En vertel ze: ik ben je moeder niet. Misschien gaat er dan langzaam een lichtje bij ze branden.

H&H_def voorkant
Krijg je er geen genoeg van? Koop het boek!
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s