Als je onrecht is aangedaan of als een ander dreigt met juridische stappen, doe dan niet mee met juridiseren. Dat kost alleen maar geld. En het enige dat het oplevert is een wee gevoel in iemands buik.

Jaren geleden beschuldigde een man, ‘Jean’, mij en mijn toenmalige collega ervan plagiaat te hebben gepleegd. Terecht. We hadden voor een white paper* een model gebruikt waar hij jaren aan had gewerkt zonder hem als bron te noemen. Dat was dom.

Er valt een hoop te zeggen over de omstandigheden waaronder we vergeten waren aan bronvermelding te doen, maar die doen hier niet ter zake. Wat wij hadden gedaan – of eigenlijk: wat wij hadden gelaten – doe je niet. Wat wel relevant is hier, is dat we echt oprecht uit stomme onoplettendheid Jean niet de credits hadden gegeven voor zijn werk. We hadden er simpelweg niet aan gedacht. Misschien ongelooflijk, maar het is belangrijk voor de rest van het verhaal dat je dat gelooft.

Mijn eerste reactie was Jeans nummer achterhalen en hem bellen. Ik kreeg zijn voicemail. Ik sprak duizendmaal excuses in, probeerde uit te leggen dat het echt niet onze bedoeling was om mooie sier te maken met zijn werk en vroeg hem wat we konden doen om het goed te maken.

Jean reageerde via e-mail. Hij gaf aan dat het ‘dossier’ inmiddels in handen was van de uitgeverij van zijn boek en een gespecialiseerd advocatenkantoor dat al eerder namens hem op had getreden bij inbreuken op zijn auteursrechten. Na een uiteenzetting van onze blunders, sloot hij af met: ‘…als u echt gemeende goodwill wil tonen, dan kunnen we de stress, de tijd en de kosten van een advocatenkwestie vermijden.’

Here we go, dacht ik. Het a-woord was gevallen. 

Here we go, dacht ik. Het a-woord was gevallen. En ondertussen had ik de collega met wie ik het stuk had geschreven en mijn werkgever erover verteld, en ook mijn werkgever had besloten de huisadvocaat in te schakelen. De reden dat ik Jean meteen had gebeld was júíst dat ik wilde vermijden dat dit een advocatenkwestie werd. Ik wilde het van mens tot mens oplossen. En advocaten die aan het werk zijn, zijn de facto geen mensen. Ze schakelen hun menszijn uit. Dat komt hun werk ten goede – zegt men. Zo blijven ze objectief – zegt men. (Het toeval wil wel dat hun objectiviteit hen altijd de kant van hun cliënt laat kiezen.)

Ik liet Jean via mail weten dat wij onze publicatie direct van de website hadden gehaald, benadrukte nogmaals dat wij oprecht onachtzaam waren geweest en gaf aan dat wij zijn nadere wensen afwachtten.

Dat Jean een advocaat had ingeschakeld, bleek ook uit zijn reactie op dát bericht. Daarin sprak hij niet meer alleen over schending van auteursrecht maar ook van het oneigenlijk gebruik van een door hem ontwikkelde vragenlijst. (FYI: déze aanklacht was onterecht.) Zijn raadsman had hem op een vonnis van een rechtbank gewezen dat daarmee te maken had. Op basis van een rekensommetje kwam hij uit op een flink bedrag dat wij mochten betalen als het aan hem lag, waarvan een paar duizend euro voor consultatie van een advocaat was.

‘Ik kreeg er een wee gevoel van in mijn buik.

Ik kreeg er een wee gevoel van in mijn buik. Zulks schreef ik hem ook: ‘Het moet me […] van het hart dat uw bericht me een wee gevoel geeft in mijn buik. Dat meen ik. Zoals gezegd zijn wij vooral onhandig geweest en hebben we geen moment gedacht aan plagiaat of misbruik […]. Wij wilden enkel een vraag die ons intrigeerde onderzoeken. Uw boek […] heeft ons daarbij geïnspireerd en geholpen. Het feit dat u al zo ver bent dat u advocaatskosten heeft gemaakt en spreekt over boetes, komt voor mij als een donderslag bij heldere hemel.’

Ik dacht van mens tot mens te spreken door Jean dit bericht te sturen en daarmee de zaak
te normaliseren. Ik dacht verkeerd. In een uitgebreide mail

H&H_def voorkant
Check out m’n boek!
gaf Jean aan dat hij mijn reactie op het eerste zicht oprecht vond, maar dat een tweede en derde lezing en nieuwe bestudering van het dossier hem deed besluiten sterk te twijfelen aan onze onhandigheid. Zijn belangrijkste argumentatie daarvoor: een professioneel bedrijf als dat waar ik voor werkte weet wel beter dan bronnen niet te vermelden. Hij schreef: ‘Dit is mijn interpretatie: uw bedrijf heeft zich enorm willen verkopen en daarbij de overdrijving en de eigen loftrompet niet geschuwd.’

Het weeë gevoel in mijn buik werd erger. Schijnbaar was de man zo overtuigd van onze kwade bedoelingen dat hij een bericht om het even niet te hebben over de inhoud maar de mens erachter interpreteerde als een sluwe tactiek om zijn aandacht van de zaak af te halen. Zoals zo vaak bij mensen die elkaar niet kennen, gaf hij mij het nadeel van de twijfel. Wat me hielp om hem het vóórdeel van de twijfel te geven was een alinea in zijn e-mail waarin hij mij attendeerde op de vele jaren werk en grote financiële investeringen die hij had gedaan om zijn model te ontwikkelen. Ik begreep daardoor waar zijn woede vandaan kwam.

Ik besloot hem weer te bellen – vast tegen de wens van mijn werkgever in, omdat ik de huisadvocaat niet had geraadpleegd. Nu kreeg ik hem wel te pakken. Met bonzend hart betuigde ik mijn spijt voor de ontstane situatie en probeerde ik duidelijk te maken dat ik echt niet zo in elkaar zit als hij leek te denken. Vervolgens bespraken we de verschillende kanten van de zaak. Uiteindelijk sloten we zelfs af met het voornemen een gezamenlijk vervolg te geven aan ons eerdere, gewraakte onderzoek.

‘Zoals zo vaak bij mensen die elkaar niet kennen, gaf hij mij het nadeel van de twijfel.

Daarna ging het snel. Met collega’s stelde ik een e-mail op met daarin een tegenvoorstel. Dat kwam op een bedrag uit dat een tienvoud lager was dan Jean in zijn eerdere mail had geëist. Hij accepteerde het voorstel. Nadat hij van ons het papierwerk op zijn kantoor had ontvangen, mailde hij nog één keer. Hij bedankte me voor ‘de constructieve en oplossingsgerichte houding’ en stelde voor om, als wij verder wilden met het onderzoeksresultaat, op zijn kantoor af te spreken.

Ik kan het niet bewijzen maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het vooral het laatste telefoontje van mij aan Jean is geweest dat ervoor heeft gezorgd dat dit voor een relatief klein bedrag in der minne is geschikt. En dat is het vreemde aan deze en vele andere zaken die hierop lijken: we geven (vaak veel) geld uit aan advocaten, ook voor kleine zaken als deze, terwijl een normaal gesprek amper iets kost en vaak veel meer oplevert.

Dat is niet alleen een ervaringsfeit, het is wetenschappelijk te onderbouwen. Uit onderzoek blijkt dat in situaties waarin vertrouwen heerst, kosten naar beneden gaan (bijvoorbeeld omdat er geen ‘professionele hulp’ ingeschakeld hoeft te worden) en de snelheid omhoog (omdat men onder andere sneller genoegen neemt met een antwoord van de ander).

‘Wanneer mensen zich met elkaar kunnen identificeren, zijn ze eerder geneigd elkaar iets te gunnen.

Bovendien blijkt uit ander onderzoek dat wanneer mensen zich met elkaar kunnen identificeren, ze eerder geneigd zijn elkaar iets te gunnen. En hoe kun je vaststellen of je iets met een ander gemeen hebt, als je iemand nog nooit hebt gesproken? Sterker nog, als je enkel contact met hem hebt via mails die gedicteerd zijn door je advocaat? Voordat ik Jean sprak, was ik een opportunistische consultant die mooie sier wilde maken met het werk van de wetenschap, zíjn wetenschap. Tijdens ons gesprek werd ik een mens, net als hij, dat wilde snappen hoe organisaties werken, net als hij. Uiteindelijk werd zijn eis niet alleen minder pittig, hij wilde zelfs met me samenwerken aan een vervolg.

De enige reden die ik kan bedenken voor het standaard inschakelen van advocaten en soortgelijke professionals is dat het een gevoel van zekerheid geeft. Zij hebben er verstand van, denken we. Ook verleggen we de verantwoordelijkheid ermee, naar hen en van ons af. Dat gevoel van zekerheid is echter meestal onterecht. Vaak behoeft iets helemaal geen juridische (of andere technische) onderbouwing en gaat het gewoon om gevoelens die gekrenkt zijn. Daar hebben juristen (of andere experts) helemaal geen verstand van en dús moet je de verantwoordelijkheid niet naar hen verleggen. Juristen juridiseren; net zoals financieel adviseurs alles in geld uitdrukken en communicatieadviseurs in alles een communicatieprobleem zien.

Doe je zelf dus sociaal én financieel een lol en houd de advocaten en andere van-de-regen-in-de-drup-professionals buiten de deur, en haal vooral je tegenpartij in huis.


* Een white paper is een document dat beschrijft hoe een specifiek probleem opgelost kan worden. In de consultancy wordt het vaak als aardigheidje aan relaties gegeven.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s