Ruim 40 procent van de werknemers tussen de 25 en 30 jaar slaapt niet goed of slecht, tegenover een gemiddelde van zo’n 22 procent. Dat blijkt uit een analyse die arbodienst ArboNed maakte. De verschillen blijken niet te worden verklaard door gebroken nachten die kleine kinderen met zich meebrengen. Onderzoekster Anna Geraedts van ArboNed verklaart het verschil tussen 30-minners en -plussers als volgt: ‘Mogelijk zijn factoren als het net starten met werken na studeren, een sterke wil om carrière te maken of problemen met het in balans houden van een sociaal leven naast het werk nog van invloed.’

Dat is natuurlijk hartstikke vervelend, dat jonge mensen zich zo druk maken dat ze niet goed slapen. Maar wat ik vervelender vind zijn de reacties van de werknemers- en werkgeversorganisaties.

In een mondelinge reactie zegt een woordvoerder van de vakbond FNV dat jongeren zo slecht slapen omdat ze geen baanzekerheid hebben. Ze moeten van baan naar baan migreren en dat geeft onrust en angst. De werkgeversorganisatie VNO-NCW laat weten dat de werknemer het bespreekbaar moet maken als-ie zo slecht slaapt vanwege zorgen rondom z’n baan. Dan zal z’n baas vast zorgen voor verlichting van de stress.

Wat ik toevallig vind is dat de verklaring van de partij die staat voor het vastkitten van mensen aan hun werkgever is dat mensen onvoldoende zijn vastgekit aan hun baan, en de duiding van het kamp dat staat voor het goede imago van de werkgever is dat de werkgever geen blaam treft. Curieus. Het is niet zo dat het een niet waar kan zijn als het ander dat wel is maar het is toch opvallend dat geen van beiden de andere zijde belicht. (Sowieso: ik denk dat ouderen ook best baanonzekerheid voelen tegenwoordig, aangezien 55-plussers het slechtst aan het werk komen van de hele beroepsbevolking; en de meeste bazen hebben geen idee hoe ze stress bij zichzelf kunnen voorkomen, laat staan bij hun werknemers.)

Ik weet dat ik het gevaar loop kinderachtig over te komen en, ja, ik zet het een beetje aan. Maar deze heren van de FNV en VNO-NCW lopen datzelfde gevaar. Want wie ziet niet wat ik zie, dat het prekers zijn voor de eigen parochie die altíjd preken voor eigen parochie? En ik ben bang dat de heren dat allang niet meer in de gaten hebben. Ze zijn zo vastgeroest in het systeem van belangenbehartiging dat ze niet meer nadenken over hoe je belangen behartigt. Dat heb je met systemen: ze zetten het denken uit.

De verklaringen van deze mannen zijn een symbool van lose-lose-situaties. De twee verenigingen hebben geleerd dat je het minst van je eigen standpunt hoeft in te leveren als je maar ver genoeg van de ander z’n standpunt begint. Ze staan uit principe altijd tegenover elkaar en luisteren, vanuit datzelfde principe, nooit naar elkaar. En dat terwijl ze er altijd samen uit moeten komen in ons polderlandje.

Ik geloof in overvloed: als je maar dicht genoeg bij het standpunt van de ander begint, hoef je het minst van je eigen standpunt in te leveren. Meneer FNV had kunnen zeggen dat jonge werknemers hun goede ideeën over werkdrukvermindering eens wat vaker zouden moeten delen met hun werkgever. Meneer VNO-NCW had kunnen verkondigen dat bazen eens wat beter naar hun medewerkers zouden moeten luisteren. Dan zouden ze samen een idee hebben gelanceerd dat ook nog eens kon werken; niet omdat het zo goed was maar omdat het uit onverwachte hoek kwam én omdat ze iemand aanspraken die uit principe wél naar ze luistert: hun eigen parochie.


Je kunt dit blog volgen via Twitter of Facebook. En, mijn boek Hufters & helden. Waarom we allemaal aardiger moeten zijn kun je lezen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s