Zoals ik al eerder vertelde huur ik kantoorruimte in een verzamelgebouw. Sinds een maand is de hoofdhuurder verhuisd naar een andere locatie. Op het moment van verhuizing huurden ze nog maar een klein deel van het pand, terwijl ze eerst het hele gebouw bezetten. In de afgelopen jaren zijn ze flink gekrompen in personeel. Dankzij die krimp was het pand al voor een groot deel leeg komen te staan. Nu ze vertrokken zijn is het in sommige delen van de kantoorvilla helemaal verlaten.

Toch zitten er nu nog steeds een stuk of tien bedrijfjes in het gebouw. Ik deel de gang met twee daarvan, één eenmans- en één tweemanszaak. Tot voor kort kregen wij ons internet van de hoofdhuurder. Laatst kwam ik daarover in gesprek met een van de twee jongens van de tweemanszaak. We vroegen ons af hoe lang we nog internet zouden krijgen. We hadden van de verhuurder daar niks meer over gehoord, ondanks het feit dat we hem al meerdere keren hadden gevraagd hoe het daarmee verder zou gaan na het vertrek van de hoofdhuurder. Meer dan een geïrriteerde reactie dat hij ermee bezig was had hij niet gegeven.

Al pratende kwamen we tot de conclusie dat de verhuurder eigenlijk überhaupt niet zo hard zijn best deed om ons van dienst te zijn. Zo had ik voor een workshop een zaal gehuurd in het pand maar daar bleek een dag tevoren uiteindelijk helemaal niks in te staan; geen stoel, geen tafel, geen beamer, geen flip-over, niks. Ook was het glas van een deur al een tijdje stuk. En de sfeer in het pand was sinds de verhuizing van de voormalige hoofdhuurder helemaal weg vanwege het feit dat alle aankleding van hen was geweest en er nu veel lege ruimtes waren.

Nog verder denkend over de situatie vonden we dat we beter konden krijgen en vroegen we ons hardop af waarom we niet op een andere locatie gingen huren. De service van de verhuurder was slecht en de sfeer was weg. Wat hadden we hier nog te zoeken?

Toen we op dit punt in het gesprek kwamen, veranderde onze toon ineens. We moesten ook niet te hard van stapel lopen. We hadden het toch best goed? Het was toch een fantastisch pand? De huur was lekker laag. En wie weet kwam er wel weer een nieuwe grote huurder in. Dat zou weer wat leven in de brouwerij brengen.

Psycholoog Daniel Kahneman heeft het over het bezitseffect. Als je bijvoorbeeld een concertkaartje hebt gekocht voor 20 euro en iemand biedt je daar 40 euro voor, dan zou je het eigenlijk moeten verkopen. Je kunt er immers 20 euro winst op maken, of bijvoorbeeld twee nieuwe kaartjes kopen voor een ander concert. Als je een mens bent, is de kans echter groot dat je je kaartje niet verkoopt. Vanwege het bezitseffect: iets dat in ons bezit is, wordt meer waard doordát het ons bezit is.

Een ander psychologisch effect is iets dat altruïstische bestraffing heet. Uit onderzoek blijkt dat mensen die iemand bestraffen voor oneerlijk gedrag toegenomen activiteit hebben in de genotscentra van de hersenen. Blijkbaar belonen mensen zichzelf als ze de sociale orde handhaven door overtreders te berispen, of, in de woorden van de onderzoekers, altruïstisch te bestraffen.

Ik en mijn medehuurder vonden het dus vast lekker om onze verhuurder (in zijn afwezigheid weliswaar) eens goed de les te lezen. Maar we wilden niet kwijt wat we hebben, om het simpele feit dát we het hebben; hoe crappy dat wat we hebben ook is.

Dit tafereel kom ik vaker tegen: een beetje vitten op een ander of een bepaalde situatie maar niet de consequenties ervan willen dragen. Denk maar aan mensen die over hun relatie zeuren, die hun werk verschrikkelijk vinden of die een stevige mening hebben over de politiek. Die hebben de volgende dag echt geen nieuwe relatie en ze hebben hun baan ook niet opgezegd om hun leven te slijten als volksvertegenwoordiger.

Het complexe van deze gevallen is echter dat je niet goed kunt zeggen welk deel van het gevit veroorzaakt wordt door het genotseffect van de altruïstische bestraffing en welk deel oprechte onvrede is. En áls er sprake is van oprechte onvrede kun je niet zeggen of er niets mee doen komt door het bezitseffect of door simpele lafheid.

Je kúnt hierover dus niet te streng zijn voor anderen omdat je niet zeker kunt weten hoe het zit. Een beetje zaniken moet sowieso mogen als dat een goed gevoel geeft, zolang niemand kwaad wordt aangedaan. Maar als je bij jezelf merkt dat je ergens oprecht van baalt, is het misschien goed om te kijken of je niet in het bezit bent van een gouden kooi.


Volg dit blog (knop rechtsonder) of like Fellow Man op Facebook. En, koop nu mijn boek Hufters & helden. Waarom we allemaal aardiger moeten zijn.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s