Vorig weekend had ik een stiltedag in het kader van een training mindfulness die ik volg. Voor de niet-kenners: mindfulness is een vorm van meditatie waarin je je op een niet-reactieve manier bewust bent van de fysieke en geestelijke sensaties en situaties van het moment. Met andere woorden, door een mindfulnesstraining leer je dingen te accepteren zoals ze zijn doordat je leert er niet op te reageren (dat is dus die ‘niet-reactieve manier’). Het is goed tegen en voor van alles. Ik doe de training om mezelf beter te leren kennen. Maar dat is een ander verhaal.

Het was een stíltedag, maar dat betekende niet alleen dat we niet mochten praten. Het was de bedoeling dat we überhaupt niet communiceerden met de andere deelnemers. Het betekende dus ook geen oogcontact maken of via andere body language elkaar dingen duidelijk maken. Dat zou alleen maar afleiden van het bewustzijn van jezelf en je eigen sensaties.

Tijdens de pauzes werden we aangemoedigd om mindful een wandeling te maken door het bos dat onze stiltedaglocatie rijk was. Dat betekende bijvoorbeeld bewust lopen, bewust kijken of bewust luisteren. Ik koos voor bewust kijken. En zo liep ik door het Naardense bos. Ik bekeek takken, lucht, blaadjes, gaatjes in boombast en uit het bladerdek opschietende krokusjes met alle aandacht die ik kon verzamelen. Het voelde goed. Ik zag alles kristalhelder en voelde me op en top rustig en aanwezig.

Tot ik op een gegeven moment in mijn ooghoek een medecursist aan zag komen lopen. Ik wist dat hij dezelfde instructie had gekregen als ik, met dezelfde intentie door dat bos liep en dus helemaal oké zou zijn met een situatie waarin we elkaar straal voorbij zouden wandelen, volledig in onze mindful wereld verzonken. Desalniettemin tilde ik mijn hoofd een graad of drie omhoog, keek mijn tegenligger kort maar recht in de ogen en knikte nauwelijks merkbaar maar als een onmiskenbaar teken van erkenning van zijn aanwezigheid. Hij glimlachte amper zichtbaar terug. We vertraagden onze passen niet en op een afstand had niemand iets gemerkt.

Maar ik wist wel beter. Het was me niet gelukt niet-reactief bewust te zijn van de aanwezigheid van een ander. Ik voelde mijn lichaamstemperatuur een half graadje stijgen, mijn coconnetje van ontspanning dat was ontstaan door messcherpe observatie kreeg een barstje, en iets in mij dat sterker was dan de mindfulness van de wandelmeditatie vroeg om aandacht en bracht mijn blik uit focus.

Wat me nog meer uit het ‘nu’ haalde was de reflectie op deze ervaring. Zelfs op een wandelmeditatie tijdens een stiltedag, dacht ik, waarin alles ten dienste staat van bewustzijn, aandacht en observatie, kan mijn geest het niet laten zich te laten vertroebelen door de aanwezigheid van een ander, die bovendien in dezelfde op zichzelf gerichte staat is als ik. Kun je nagaan hoe dat gaat in ons dagelijks leven, waarin we interacteren met tientallen, zo niet honderden mensen. Dan is het bijna onmogelijk om helder en onbeïnvloed te observeren.

Rationalisten denken misschien dat emoties de grootste vijand zijn van de ratio maar ik durf te zeggen dat sociale drijfveren op dat vlak op z’n minst emoties evenaren. Het boeiende is dat we juist in samenwerking en interactie met anderen tot de mooiste en meest innovatieve dingen komen. Misschien is de rede dan toch niet de meester van alle denkwerk en is uit focus raken dan juist goed om vooruit te komen…?


Als je dit blog waardeert, laat dat dan zien: volg dit blog of like Fellow Man op Facebook. Dank je!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s