Lang genoeg geleden om er nu wat over te schrijven hadden twee mensen met wie ik samenwerkte ruzie. Hij, ‘Piet’ de projectleider, had iets niet opgeleverd aan haar, ‘Olga’ de opdrachtgever, en haar laten weten dat hij dat ook niet ging doen. Op zich had hij daar een goede reden voor, maar de manier waarop hij het liet weten verdiende niet de schoonheidsprijs, om het zacht uit te drukken. Zij had daar onvoldoende handig op gereageerd en hem vooral het gevoel gegeven dat ze hem niet vertrouwde, en volgens mij vloeiden er zelfs tranen. Bovendien was de relatie daarvoor er al niet een die blaakte van gezondheid.

Omdat ik met beiden te maken had, vond ik mezelf op een gegeven moment tussen hun twee vuren in. Ik sprak er met Olga over. Ik sprak er met Piet over. Ik probeerde in individuele gesprekken met beiden hun de kant van de ander te laten inzien. Maar van de ene gebrouilleerde kreeg ik de melding dat Piet moest beseffen dat zij gevoelens had en van de andere dat Olga moest beseffen dat hij gevoelens had.

Fantastisch vind ik dat. Beide partijen eisten in wezen dat de ander hen zag als mens, met gevoel en zo. Ze schortten als het ware het mens-zijn van de ander op, totdat ze zelf als mens erkend werden. Want, eisen dat gezien wordt dat je gevoelens hebt, voordat je ook maar wilt denken aan luisteren naar die ander, en denken dat dát een oplossing zal zijn voor de ruzie, is impliciet zeggen dat jouw gevoelens belangrijker zijn dan die van de ander; alsof je er meer en betere hebt en dus meer mens bent.

(Ik moet onwillekeurig denken aan mensen die op het gemeentehuis protesteren tegen de komst van een vluchtelingenopvang in hun buurt, omdat ze bang zijn voor de veiligheid van hun kinderen. Ze willen niks horen van het feit dat veel groepen vluchtelingen uit gezinnen met kinderen bestaan, net als die van hen, die huis en haard achter hebben gelaten om hun kinderen een veilig leven te kunnen bieden, net als zij dat willen. Totdat zij door de burgemeester gehoord worden, zijn ze blind en doof voor de menselijkheid van de vluchtelingen.)

Wat ik het meest interessant vind is het feit dat het pleit zijn doel voorbij schiet. Als je eist dat de ander beseft dat je gevoelens hebt, zeg je impliciet dat je er van uitgaat dat de ander empathisch is. Zonder empathie kán die ander namelijk helemaal niet beseffen dat je gevoelens hebt. Empathie is immers de vaardigheid om te voelen wat een ander voelt. Een empathisch persoon heeft per definitie gevoel. Dus, toen Olga getormenteerd uitriep dat Piet moest beseffen dat ze gevoelens heeft, zei ze eigenlijk dat hij die ook heeft. En daarmee kwam ze indirect aan zijn grote wens tegemoet: zij gaf toe dát hij gevoelens heeft. Jammer genoeg hadden Piet en Olga dat op dat moment niet door.

Het is wel goed gekomen tussen de twee. Ze hebben alleen wat tijd en een ongemakkelijk gesprek nodig gehad om elkaar weer de hand te kunnen schudden. En ik heb het nu over Piet en Olga, maar ik heb zelf ook vaak genoeg dezelfde redeneertrant gebruikt als ik me verongelijkt voelde, met net zo weinig succes.

Laten we het anders gaan doen. Laten we proberen dat onnodige energieverlies en ongemak wat meer te beperken. Bedenk je de volgende keer, als je in frustratie uitroept dat de ander je moet begrijpen, dat hij moet voelen wat jij voelt of dat je niet snapt waarom hij je niet snapt, dat je hiermee toegeeft dat je verwacht dat hij een empathisch wezen is, net als jij, die vast ook gevoelens heeft, net als jij. Of is het onmenselijk om dat van je te vragen?


Als je dit blog waardeert, laat dat dan zien: meld je aan als e-mail-volger of like Fellow Man op Facebook.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s