Na mijn eerste bezoek aan de Albert Heijn sinds ik vader was geworden, draaide ik met de auto mijn parkeerplek af. Een onoplettende, luie AH-bezoeker had zijn auto naast de glascontainer neergezet, en wel op zo’n manier dat ik er bij het uitrijden nog nét, maar erg onhandig langs kon draaien. Daarvoor moest ik heel krap langs de auto die op de plek naast me geparkeerd stond, maar het paste. Door de regen, die hard op m’n auto roffelde, kon ik mijn omgeving niet helemaal goed zien, maar ik kwam ongeschonden de parkeerplaats af. Blij dat ik weer naar kersverse moeder en kersvers kind kon, gaf ik gas en reed de straat op.

Direct na mij draaide een auto ook de straat op. Het leek erop dat hij haast had, want hij was heel snel vlak achter me. Tot mijn verbazing bleef hij niet achter me rijden, maar haalde hij me in. Mijn verbazing was nog groter toen hij plots hard remde en tot stilstand kwam, vlak voor m’n neus. Noodgedwongen stopte ik achter hem. Een Turkse jongeman stapte uit en beende naar mijn auto. Wild zwaaide hij zijn armen omhoog. ‘Daar zul je het hebben,’ dacht ik, zonder te weten wat ‘het’ was. Adrenaline pompte door m’n lichaam. M’n hart bonsde tien keer harder.

Terwijl mijn autoraampje nog naar beneden bewoog, hoorde ik hem al roepen: ‘Hoorde je me niet toeteren, of zo?! Je hebt me geraakt, man! Hoorde je me niet toeteren!?’ Ik zocht terug in mijn van slaapgebrek dof geworden hoofd. Ik bedacht me dat ik bij het uitrijden inderdaad in de verte een auto had horen toeteren. Nooit geweten dat het van de auto naast me was gekomen. De regen en m’n jonge vader-dufheid hadden de registratie ervan vertroebeld. Mijn achtervolger liep naar de voorkant van zijn auto om die te inspecteren.

Ik zette mijn auto op de stoep en stapte uit. De jongen liep terug en vroeg me nog een keer of ik hem niet had gehoord en niet had gemerkt dat ik hem raakte. Z’n auto had ervan heen en weer geschud, zei hij. ‘Sorry, man,’ zei ik. ‘Het enige dat ik kan zeggen is dat het me ontzettend spijt. Ik had het echt niet door. Ik ben net vader geworden, weet je…’ Wijzend naar de achterbank van zijn auto, waar een jonge vrouw met een hoofddoek over een bundeltje textiel gebogen zat, zei hij met een stem die weerstand leek te willen bieden aan sympathie voor een collega-vader: ‘Ja, ik ook, man.’

Er viel een korte pauze. ‘Ik haalde je maar in. Ik wist niet hoe ik je anders kon tegenhouden,’ vervolgde hij ons gesprek, terwijl hij weer naar de rechter voorbumper van zijn auto liep. Er zaten een paar krasjes op. ‘Shit,’ dacht ik. In weerwil van mezelf wees ik hem erop. ‘Nee, die zaten er al,’ zei hij. We liepen naar de plek waar mijn auto de zijne had moeten raken. We bekeken de portier van de ene en van de andere kant. Niks te zien. ‘M’n auto ging helemaal heen en weer,’ zei hij nogmaals, ‘maar blijkbaar is er niks te zien.’ ‘Vreemd,’ zei ik. ‘Nogmaals sorry. Ik had het echt niet door. Wil je m’n telefoonnummer, zodat je me kan bellen als er toch iets is?’ Hij haalde zijn schouders op en zei alsof ie een besluit had genomen: ‘Oké.’ Ik vroeg zijn nummer en belde hem ter plekke, zodat hij zeker wist dat ik hem geen vals nummer gaf.

We gaven elkaar een hand ter afscheid. ‘Olav,’ zei ik. ‘Mehmet,’ zei hij. ‘Gefeliciteerd met je vaderschap, hè?,’ voegde Mehmet eraan toe. ‘Dank je. Jij ook,’ antwoordde ik. We stapten in onze auto’s en reden weg.

Een paar uur later kreeg ik een sms: ‘Hoi. Ik ben de eigenaar van die grijze renault. Ik heb niks gezien op de bumper. Alleen hele kleine krasjes maar daar ga ik niet moeilijk over doen…’

Je kunt uit dit verhaal veel lessen halen en ze zijn allemaal de moeite waard. Zo kun je er uit halen dat je niet zomaar af moet gaan op je eerste indruk, ook al haalt iemand je in de bebouwde kom in met tachtig kilometer per uur en zet ie je klem. Sommige mensen geven zich nu eenmaal niet zomaar gewonnen. Je kunt ervan leren dat mensen assertief-op-het-agressieve-af en tegelijk redelijk kunnen zijn. De meeste mensen laten immers dit soort buitenkansjes om oude schades op kosten van een ander te laten repareren niet schieten. Dat Mehmet meteen toegaf dat het om een oude schade ging, siert hem. Je kunt er uit afleiden dat het nutteloos is om in een verhaal te wijzen op het feit dat het om een Turkse moslimjongen ging. Het enige wat dat misschien bij lezers doet, is een stiekeme gedachte doen opkomen, die ze snel weer verstoppen. Maar iets toevoegen doet het eigenlijk niet. Helemaal niet als deze Turkse moslim redelijker blijkt te zijn dan de meeste Hollandse agnosten.

De bottom line is: anders is eng. Ik ben nog nooit klem gezet door een Turkse jongen die wild gebarend op me af komt lopen. Ik schrok van die grote veranderingen in mijn dagelijkse beslommeringen. En mijn onderbewuste had niet verwacht dat dit zo zou aflopen. Dat Mehmet een redelijke vent bleek te zijn die genoegen nam met mijn verontschuldigingen, had ik van tevoren nooit geraden.

En, vooral, de andere kant van die bottom line is: hetzelfde is fijn. Toen bleek dat we in hetzelfde schuitje zitten, ontdooide er iets. Ik was niet meer die Hollandse kaaskop die Mehmets auto had geschuurd en Mehmet was niet meer die Turkse druktemaker die me klem had gezet. We bleken brothers in diapers te zijn. Samenleven kost nou eenmaal veel minder moeite als we de overeenkomsten zien.


Als je mijn blog waardeert, laat dat dan zien: volg dit blog of like Fellow Man op Facebook. Dank je!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s