Laatst had ik een afspraak met een man in het kader van mijn werk. Ik had de man vóór het gesprek niet eerder ontmoet. Dat gebeurt me vaker. Da’s het punt niet. En zelfs, wat het punt wel is, gebeurt me ook vaker. Alleen deze keer was ik me er extreem bewust van. En dat maakte het een vreemde gewaarwording.

Vanaf het moment dat we gingen zitten aan een tafel, stak hij van wal over zijn werk. Hij vertelde heel kort iets over zichzelf – en dan vooral over zijn professionele achtergrond – en ging vervolgens loos over de projecten die hij en zijn collega’s doen en liet me er allerlei PowerPoint-slides van zien. Terwijl hij dat deed, werd ik me opeens het feit gewaar dat deze man geen idee had wie ik was. Ja, hij wist voor welk bedrijf ik werk, hij wist met welk onderwerp ik me binnen zijn organisatie bezig houdt, maar hij wist helemaal niks van wie ik bén. Ik had amper drie woorden gesproken, laat staan over mezelf.

Door deze gewaarwording was het meer of ik naar hem keek, dan dat ik met hem in gesprek was. Hij was als het ware op tv en ik was de kijker. Pas toen hij na tien minuten klaar was met zijn “inleiding”, ik een aantal persoonlijke dingen over mezelf had verteld, en hij, daardoor ook verleid was tot wat persoonlijke uitspraken, was er voor mijn gevoel sprake van een dialoog, een tweegesprek.

Het is vreemd hoe dat werkt. Ik was deze keer gezegend met het feit dat ik me er extreem bewust van was, zoals ik zei. Maar op andere keren, als ik dat niet ben, gebeurt er volgens mij op subliminaal niveau ook van alles. Zonder dat ik me dat dan realiseer, praat ik helemaal niet met iemand, maar praat iemand tegen mij en praat ik tegen die iemand aan. Tot onze tijd om is. Gewoon, omdat we op persoonlijk vlak niks gedeeld hebben. En hoe vaak gebeurt dit niet per dag tussen alle andere mensen op de wereld die praten, zonder dat ze zich er van bewust zijn? Wat betekent dat voor de waarde van, wat we dan in de volksmond “gesprekken” noemen?

Nou, we blijven wie we zijn. Een snelle Wiki-search leert ons namelijk dit: ‘Volgens Montaigne […] worden we in het gesprek ons bewust van onze eindigheid en de beperktheid van de eigen levenservaring. Door het voeren van gesprekken kunnen we deze levenservaring verruimen en kennis opdoen op welke punten we nog tekortschieten wat betreft onze levenservaring. Daardoor zijn we na het gesprek niet langer dezelfde als voor het gesprek.’ En een gesprek ‘vereist volgens Gadamer goede wil en open staan voor de gesprekspartner en is niet, zoals Schleiermacher beweert, enkel objectieve reconstructie, maar een gedachtewisseling en -integratie (horizonversmelting). Een werkelijk gesprek verandert beide partners.’

Het lijkt er dus op dat we, ondanks de vele praatjes, die door moeten gaan voor gesprekken, altijd hetzelfde blijven, dat we ons niet bewust worden van onze eindigheid en dat onze horizonten niet versmelten. Jammer de bammer. Gelukkig is er nog altijd Gottfried Benn: ‘Kom laat ons praten, wie praat is niet dood.’ Dan is het feit dat we praten, ook al is het tegen en niet met elkaar, in ieder geval een teken dat we nog leven.

* Ik spreek, dus ik ben (vrij naar: cogito ergo sum (ik denk, dus ik ben), van Descartes)

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s