Gisteravond liep ik op m’n dagelijkse laatste-rondje-van-de-dag-rondje met onze hond Cisco over het park waar we wonen. In deze tijd van het jaar is het dan allang donker en daar kunnen de paar lampen, die in het park langs de zandweggen tussen de huizen staan, weinig aan doen. Alleen op de plekken waar een straatlamp staat en een paar meter daar omheen, zie je de omgeving redelijk. Maar op de andere plekken zijn opritten zwarte gaten en struiken en boomstronken kunnen in het duister allerlei dingen of dieren zijn. En van wat er op de grond ligt, zie je alleen maar de vage omtrekken, en pas als je er vlak bij in de buurt bent.

Dus de drol waar ik in stapte, bemerkte ik pas toen ik hem onder m’n schoenzool plat drukte. Ik vloekte hoorbaar. Omdat het op die plek te donker was, liep ik, trekkend met m’n been om de poep met het zand van de weg van mijn schoen te schrapen, naar een straatlamp om te zien hoe groot de schade was. Terwijl ik tegen de lamp aangeleund stond en m’n schoen inspecteerde, dacht ik: ‘Welke lul laat z’n hond nou weer in het midden van de weg poepen?!’ (Ik nam voor het gemak maar aan dat het een hondendrol was waar ik in was gestapt.)

Vrijwel meteen daarna bedacht ik me dat ik, nog geen vijftig meter van de plek des onheils vandaan, weken daarvoor Cisco had betrapt toen ie voor me uit was gelopen. Ik vond hem op het midden van een weggetje, waar hij tien seconden daarvoor in was gerend, en daar zat ie: met zo’n typisch gekromde hondenrug, in opperste concentratie. Ook toen was het te donker om te zien wat ie daar achterliet, maar z’n houding liet geen twijfel. Omdat het zo donker was, kon ik de drol niet goed genoeg identificeren om zeker te weten dat ik hem in zijn geheel zou verwijderen. Bovendien had ik geen poepzakjes bij me, dus ik liet het maar zo. Ik baalde er wel van, want ik wist ook toen al hoe irritant het is om in een drol te stappen. Dat wens ik niemand toe.

Dus daar stond ik, met de drol van andermans hond aan mijn schoen, te vloeken op anderman. De frons op m’n voorhoofd veranderde echter snel in een glimlach toen ik besefte dat ik iemand allerlei nare eigenschappen aan het toedichten was (het zijn nou eenmaal mensen van het onachtzame en asociale type, die hun hond midden op straat laten kakken) en mezelf vrijpleitte van die onachtzaamheid en asocialiteit (ik had immers wél een goed excuus waarom ik m’n hond er niet van had kunnen weerhouden op straat te poepen en zijn drol niet van de straat had opgeruimd).

Kortom, ik ben ook maar een mens. Ik laat m’n hond ook wel eens per ongeluk op straat poepen. Ik ruim het dan ook wel eens niet op. En, ik heb ook last van het Muhammad Ali-effect: ik vind mezelf niet per se slimmer dan anderen, maar wel moreler.*

*Muhammad Ali heeft ooit gezegd, nadat hij er op was gewezen dat hij slecht had gescoord op een intelligentietest: ‘I only said I was the greatest, not the smartest.’

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s