Iedereen die regelmatig op de snelweg rijdt zal eens in de zoveel tijd ergens rijden waar een van de rijbanen wordt afgesloten. Ver voordat je echt niet meer op die rijbaan kunt rijden, staat er in zo’n geval een witte pijl naar rechts op de matrixborden. De meeste auto’s gaan dan al naar rechts, maar sommigen blijven nog een stukje doorrijden op de baan die even verderop afgesloten is. Op een gegeven moment staat er een rood kruis op het matrixbord. Tegen die tijd zijn meestal alle auto’s al van de bewuste baan vertrokken. In een enkel geval rijdt een automobilist door tot ie de laatste barrière tegenkomt: zo’n vrachtwagen met een soort van hek erachter met een grote pijl erop die bestaat uit flitsende witte lampen.

Veel mensen vinden die automobilisten, die tot het laatst blijven rijden op de af te sluiten rijbaan, asociaal. Als iedereen netjes op tijd naar rechts gaat, kan die aso namelijk nog even lekker een paar honderd meter vrije snelweg pakken en op die manier veel auto’s inhalen. Dat voelt oneerlijk. Ik denk dat je kunt zeggen dat het oneerlijk ís.

Niet zo lang geleden reed ik op zo’n rijbaanafkruising af. Het verkeer was al een stuk daarvoor tot een slakkengang afgeremd. Toen ik bijna bij de definitieve barrière aankwam, belette de automobilist vóór mij een andere, die nog op de linkerbaan reed, in te voegen. De linker auto probeerde door af te remmen zich te laten zakken achter de auto voor mij, hij probeerde door gas te geven er juist weer voor te komen. Elke keer als hij zijn snelheid veranderde, deed de rechter auto dat op dezelfde manier. Deze tango ontvouwde zich over nog geen tien meter.

Het ging door totdat de vrachtwagen-met-een-soort-van-hek-erachter-met-een-grote-pijl-erop-die-bestaat-uit-flitsende-witte-lampen echt bereikt was. De twee auto’s bleven een seconde of vijf zij aan zij staan en bewogen beide, als laatste saluut aan elkaar, nog een halve meter naar voren. Toen kon de rechter auto het niet langer uitstellen. De rij auto’s vóór hem was te ver weggereden. Hij gaf gas en de linker auto reed het gat tussen mij en mijn voorganger dicht.

Ik vermaakte me gedurende dit schouwspel prima. Ik vermaakte me met het schouwspel zelf én met de vraag: als iemand een ander wijst op zijn ethische fout en daar niet mee op kan houden, wie heeft er dan uiteindelijk gelijk? Natuurlijk had de linker auto al veel eerder in kunnen voegen en het was ook netjes geweest als ie dat ook had gedaan. En op zich had de rechter auto, die voor rechter speelde, gelijk dat hij de voordringende auto niet beloonde voor zijn voordringen. Maar dacht ie nou echt dat de linker auto zich aangesproken voelde? Helemaal als je zo lang en irritant de weg verspert van de ander, verwacht je dan dat die ander tijdens zo’n autotango de tegenwoordigheid van geest heeft of het mededogen op kan brengen om zich te schamen voor zijn egoïstische gedrag?

Ik heb nog altijd de oplossing niet voor voordringende automobilisten, maar de tactiek van de rechterauto is zeker níet de oplossing. Voor nu doe ik het maar met het voorlaten van de voordringers, met een vriendelijk gebaar en een grote, gemeende glimlach, in de hoop dat ze me vriendelijk gaan vinden, zodat ze een volgende keer denken: ‘Er zitten zo veel vriendelijke mensen in die rij auto’s, die kán ik niet allemaal inhalen. Laat ik deze keer gewoon op tijd invoegen.’

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s