Wat is belangrijker: ongestoord van de rust genieten in je Overijsselse hotel of je laten gaan bij je eerste lip dub performance, zonder je beoordeeld te voelen door chagrijnige buitenstaanders? Whose side are you on?

Op de een na laatste mooie zaterdag van dit jaar zat ik met collega’s op het volgens sommigen mooiste terras van Nederland bij Mooirivier in Dalfsen. Vraag me niet waarom, maar we waren met een stuk of 25 man bezig een lip dub op te nemen. Voor wie het geluk heeft niet belast te zijn met de kennis van wat dat is: een lip dub is playbacken op video. Heel erg ‘nu’. Vraag me ook niet waarom we dat deden op Umbrella in de versie van de vermaarde Duitse band The Baseballs. Dat was gewoon zo.

Hoe dan ook, in de herfstzon, verspreid over dit uitgestrekte terras van twee verdiepingen aan de Overijsselse Vecht, was iedereen in groepjes van vier of vijf zijn deel van het beeld- en geluidspektakel aan het oefenen. Lipdubben gaat immers niet alleen om playbacken, je moet er ook vooral ludiek bij dóen. Het idee was dat de video aan het ene eind van het terras begon om, alle playbackende en dansende groepjes langsgaand, te eindigen in de foyer van het hotel. De schrijver, regisseur en cameraman van het geheel liep de groepjes langs om aanwijzingen te geven en de muziek te laten horen middels zijn boom box. En dat is waardoor het euvel begon.

Wij waren namelijk niet de enigen op het terras. Het was zaterdagmiddag en, zoals gezegd, een van de laatste mooie zaterdagen van het jaar. De meeste mensen bekeken ons lachend – in alle varianten, van laatdunkend tot meegenietend. Een ouder koppel kon echter niet lachen. Op een zeker moment hoorde ik de vrouwelijke helft ervan zeggen: ‘Ik kom hier voor m’n rúst!,’ terwijl het paar voor de derde keer een plekje zocht op het terras.

De eerste keer had de mannelijke helft mij gevraagd of ze konden gaan zitten aan een tafeltje naast mij. Ik vermoed dat ze daar naar vroegen, omdat het deel van het terras waar ik zat wat rommelig was. Mijn collega’s en ik hadden er truien, half lege glazen en papieren achter gelaten toen ieder op zijn plek ging oefenen. Omdat er verder niet zo veel mensen zaten in dat deel, leek het alsof het was gereserveerd voor ons. Ik zei dat ze er zeker konden gaan zitten. Het kon later wel wat rumoerig worden, voegde ik er aan toe. De vrouw had mij niet aangekeken (misschien omdat ik een enorme oranje zonnebril en een gouden glitterhoedje op had, die hoorde bij mijn lip dub outfit) en was al mompelend door gelopen naar een tafeltje het verst in de hoek van het terras. De man liep er wat afwezig achter aan.

Even later, toen het stel had ontdekt dat ze op een deel van het terras terecht waren gekomen waar ze geïsoleerd zaten van de “normale mensen”, vertrokken ze naar plek nummer twee, op het lager gelegen deel van het terras. Blijkbaar waren ze ook daar verstoord, want ze kwamen even later de trap weer op lopen. Dat was het moment dat ik de vrouw hoorde zeggen dat ze voor haar rust was gekomen. Ze voegde er vervolgens iets aan toe dat klonk als: ‘Ze lopen hier met muzíek rond!’ Haar man liep weer wat dromerig achter haar aan. Het leek erop dat hij zich niet zozeer ergerde aan ons, maar vooral verlegen was met de situatie.

Op plek nummer drie aangekomen, keek de vrouw bijna onafgebroken stuurs naar onze groepjes oefenende lipdubbers. Toen een kelner hun bestelling kwam opnemen, bleek uit de paar woorden die ik opving en vooral haar gezichtsuitdrukking, houding en gebaren dat ze haar beklag deed. De ober glimlachte vriendelijk, keek wat verontschuldigend naar ons en liep naar binnen.

Aan “onze kant” was de klagende dame niet onopgemerkt gebleven. Verschillende collega’s maakten onder elkaar snerende opmerkingen: ‘O nee, we maken geluid!,’ en: ‘Verschrikkelijk! Er hebben mensen plezier op het terras!’ Ik geef toe dat mijn eerste (en tweede) reactie ook was om de vrouw een zeurpiet te vinden en me te ergeren aan haar negatieve uitdrukking. Een van mijn collega’s gaf toe dat hij waarschijnlijk net als de vrouw zou hebben gereageerd als hij in haar positie zou zijn geweest. Je wilt toch geen drukke groep als je van de zon en de lunch wilt genieten?

Later, toen ik er over na lag te denken in de zon op datzelfde terras, bleef ik de vrouw een negatief mens vinden. Helaas veranderde dát niet. Wat wel veranderde was mijn idee over wat ik had kúnnen doen: ik had op de vrouw af kunnen stappen. Niet om verhaal te halen of het mijne te doen, maar gewoon, om met haar te praten. Kennis te maken. En dan kijken wat er gebeurt.

Door haar (en ons) gedrag werden we twee kampen. En, zo gauw mensen in twee kampen zitten, vinden ze het andere kamp stom. Helemaal als beide kampen zich totaal anders gedragen en er zeer verschillend uitzien. Door letterlijk nader tot elkaar te komen, worden twee kampen minder twee kampen. Ik zeg niet dat het altijd één kamp wordt. Dat hoeft ook niet per se. Als mensen maar iets meer van hun identiteit laten zien, simpel door met elkaar te praten als mensen, worden grenzen tussen kampen vanzelf vager.

De reden dat ik niet met the happy couple ben gaan praten? Ik was te brak. De avond ervoor had íets te veel gedronken en te weinig geslapen. Maar anders…

Advertisements

One thought on “Kampen in Dalfsen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s