Gisteren pakte ik een pak rigatoni uit het schap bij de Albert Heijn. Terwijl ik het pakte, duwde ik een ander pak uit zijn blijkbaar precaire balans, want het viel uit het schap. Met een vrij harde klap kwam het op de grond neer. Een meter naast me stond een meisje van eind twintig met haar hoofd naar beneden, te zoeken in een van de laagste schappen. Ondanks de harde klap van de zak pasta naast haar hoofd, keek ze niet op of om. Ze vertrok geen spier. Pas toen ik het gevallen pak met een hoorbare verontschuldigende lach oppakte, keek ze half op en glimlachte wazig.

Vreemd. Vreemd hoe normaal deze situatie eigenlijk is. Het is namelijk helemaal niet normaal. Welk ander dier staat een meter naast een onbekende soortgenoot en doet alsof er niks aan de hand is als er onverwachts met een harde klap iets in zijn ooghoek tussen hem en de ander in valt? En wie kijkt er überhaupt niet op als er vlak naast zijn hoofd iets neerploft?

Eerder (ziehier) had ik het over het elevator effect, het gedrag dat mensen vertonen als ze in een volle lift met onbekenden staan: niet praten, niet bewegen, niemand aankijken. Gedragsbioloog Frans de Waal heeft dat beschreven bij chimpansees. Hoe meer apen in een ruimte, hoe minder opvallend ze doen. En, hoe meer stress ze hebben. In een kleine ruimte zonder gemakkelijke uitgang willen ze nu eenmaal geen bonje met de buren.

Is een grote winkel als mijn Appie op een maandagmiddag dan al te krap voor de mens? Zat het meisje naast me in een stresskramp te wachten tot die enge man naast haar weg ging met z’n zak pijpjespasta? Klinkt niet logisch. En toch is het eerder dat dan dat ze écht niet de neiging had om te kijken wat er met zo’n knal neerviel. Zo blasé zag ze er niet uit. Haar centraal zenuwstelsel of tenminste haar amygdala (haar angstencentrum) móet toch wel aanstalten hebben gemaakt om haar nek- en oogspieren in werking te zetten om zich te draaien naar de gevallen zak. Dus, haar cortex (waar zelfbeheersing zetelt) móet haar primitieve aansturing hebben tegengehouden. En dat wijst erop dat ze zich inhield. Ook het feit dat ze pas opkeek toen ik een verontschuldigend geluid maakte, is bewijs dat ze zich in eerste instantie moest beheersen om niet naar me te kijken. Pas toen ik onderdanig, kalmerend gedrag vertoonde – om het biologisch te duiden – durfde ze oogcontact te maken.

Blijkbaar is zij zo getraind in het negeren van onbekenden dat ze onbewust tegen haar primaire ingeving, om zich te richten naar de vermoede onraad, in kon gaan en strak naar haar schap kon blijven kijken. En ik denk dat het veilig is om te zeggen dat de meeste mensen zo getraind zijn. Ik vermoed dat de meesten van ons zo vaak teleurgesteld zijn door of zelfs gestraft zijn voor het contact maken met onbekenden die onverwachte geluiden maakten, dat zij zichzelf maar hebben aangeleerd dat het beter is om die mensen te negeren.

Doe alsof ze niet bestaan. Dat is gemakkelijker. Gemakkelijker, ja. Maar wel eenzaam voor al die jongens met een gevallen zak.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s