Iedereen heeft vast wel de verkeersregel ‘rechtdoor gaat voor’ geleerd vroeger op school. Niet iedereen schijnt te weten dat dat ook geldt als een voetganger degene is die rechtdoor gaat en een auto afslaat. Tijdens rijles voor mijn rijbewijs heeft mijn rij-instructeur mij dat laatste doen onthouden door een geweldig rijmpje: “Zie je een voetganger kop of kont, stop terstond. Zie je hem echter van opzij, ga er dan ras voorbij.” (Ik heb in Enschede rijles gehad. Met een Twents accent uitgesproken, klinkt het nóg beter.) Ondanks de charme van het rijmpje, stel ik voor niet te veel op je strepen te gaan staan met die regel.

Laatst liep ik in m’n woonplaats op de stoep naast een doorgaande weg. In tegenovergestelde richting kwam een busje me tegemoet. Hij sloeg linksaf (voor de kijker rechts), de straat in die ik net op het punt stond over te steken. Ik had voorrang. Maar, de chauffeur leek niet van zins om mij die verlenen, want met amper zijn rem te gebruiken draaide hij de bocht in. Ik voelde een klein mannetje in mezelf opstaan, dat op het punt stond (in mijn gedachten) hard te gaan roepen dat die man mij van mijn recht beroofde om voor te gaan. Een gevoel van onrechtvaardigheid dreigde de kop op te steken. Dreigde.

Net voordat dat kon gebeuren, stak de chauffeur in een simpel gebaar van verontschuldiging en dank zijn hand op. Ik keek wat beter naar de situatie. Er zaten een paar auto’s achter het busje en er kwam een auto uit mijn richting. Als het busje niet snel doorreed zou hij de auto’s achter zich ophouden, omdat hij moest stoppen voor de tegemoet komende auto.

Ik realiseerde me ineens wat een onzin deze voorrangsregel is – in ieder geval op dat specifieke moment. Als ik die regel af had gedwongen, zou ik zelf 3 seconden sneller zijn overgestoken en zouden het busje en drie auto’s met daarin in totaal minstens vier mensen langer moeten wachten. Dat wachten van die auto’s en het busje stelt in the grand scheme of things natuurlijk ook niks voor, maar mijn vertraging was vele malen minder groot die van hen tesamen. Bovendien, het was zaterdagochtend. Ik wandelde in het zonnetje naar huis. Ik had geen haast. Met een vriendelijke knik en een vredig gevoel liet ik het busje voor gaan.

Ik snap wel dat dit een voorbeeld is in de Microkosmos van Onbelangrijke Dingen, maar hoe vaak komt het niet voor dat je het gevoel krijgt dat je onrecht aan gedaan wordt, alleen maar omdat je récht hebt op iets, terwijl het veel beter is als je dat recht niet uitoefent? Bijvoorbeeld als iemand je onderbreekt met iets dat veel belangrijker is dan wat jij aan het zeggen bent, en dat je zegt: “Sorry, mag ik éven m’n zin afmaken?” Of als je in de rij bij de kassa staat, er een nieuwe kassa open gaat, de mensen achter jou snel naar die nieuwe kassa rennen en je denkt: “Da’s niet eerlijk! Ik stond hier eerder in de rij!” Voor iedereen geldt een andere situatie, maar iedereen heeft wel eens van dit soort onnodig opkomende onrechtsgevoelens. Vraag je je na zo’n situatie, achteraf wel eens af hoe nodig het was, al die drukte?

En dan zijn er ook nog rechten die veel meer ellende kunnen veroorzaken, omdat mensen op hun strepen gaan staan. Zoals recht op vrijheid van meningsuiting, salarisverhoging, alimentatie, privacy, schadevergoeding, noem maar op. Zo vaak eisen mensen hun recht op, terwijl ze er zelf minder beter van worden dan ze er anderen mee schaden. Onrechtvaardigheid bestrijden is goed, maar dat is wat anders dan altijd je recht halen. Dat kan soms júist onrechtvaardig zijn.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s