Psycholoog Dan Ariely zegt: “…labor enhances affection for its results.” Hij omschrijft hiermee wat hij en zijn collega’s van Duke University het IKEA-effect noemen. Je bent meer aan iets gehecht als je het zelf hebt gemaakt. Je vindt het mooier. Klinkt logisch, toch? En voorbeelden genoeg. Het projectteam dat zijn kansloze project niet wil stoppen. De moeder die haar kind het slimst vindt van allemaal en geen kritiek van de leraar duldt op zijn schoolprestaties. De help-mijn-man-is-klusser-klusser die een half-affe, foeilelijke, slecht geconstrueerde badkamer laat zien en aan John Williams vertelt dat het helemaal goed gaat komen, terwijl zijn vrouw in tranen de ravage met lede ogen met dikke wallen d’r onder bekijkt.

Het besef dat er zoiets is als een IKEA-effect levert wel wat mededogen op voor al die doe-het-zelvers die door knutselen met hun projectje. Dat is goed. Mededogen is goed. Dat is ook een van de goede dingen aan het feit dat Ariely ons het begrip ‘IKEA-effect’ heeft gegeven.

Maar, ik zou er voor willen pleiten hier te stoppen met enkel mededogen te tonen. We moeten stoppen om hoofdschuddend, met liefdevolle blik de knutselaars te laten doorprutsen. Mededogen is goed. Prutsen niet. Ariely zegt dat werk de affectie voor het resultaat van het werk vergroot? Ik zeg dat vakmanschap de waarde van het resultaat vergroot. Ik zou daarom tegenover het IKEA-effect het Apple-effect willen zetten.

Steve Jobs had van zijn (stief)vader geleerd dat je, als je een kast maakt, ook de achterkant van mooi kwaliteitshout moet maken – en dus niet van dat buigbare, goedkope perspex zoals bij een IKEA-kast. Daarom zorgde Steve er voor dat zelfs de printplaten in Apple-pc’s mooi zijn bevestigd. En daarom kun je een Apple-product niet zomaar zelf openmaken. Je moet respect hebben voor het vakmanschap, de liefde voor het product en het streven naar perfectie, vond Steve. En dat ben ik met Steve eens. Wat je ook van Apple vindt, ik vind dat je die houding moet waarderen en dus ook het resultaat ervan.

Ik kon vroeger al niet goed tegen de meisjes die giechelend tijdens gymles de basketbal uit hun handen lieten glippen of stuntelig de bal drie meter onder de basket wisten te gooien bij een poging te scoren (FYI: een basket hangt op een hoogte van 10 voet, dus 3,048 meter). Dat ze het niet konden, vond ik niet erg. Dat ze erbij giechelden, dát vond ik erg. Ik kon jaren geleden ook niet goed tegen mezelf toen ik, na zes jaar niet meer te hebben getennist, weer probeerde te tennissen en er geen reet van bakte. Ik heb het even geprobeerd, maar ik ben er snel weer me gestopt. En ik heb er niet bij gegiecheld.

Ik kan genieten van mensen die iets doen wat ze echt goed kunnen. En ik kan dus niet tegen mensen die iets doen wat ze echt niet kunnen. Niet omdat ik een naar mens ben (denk ik), maar omdat ik geloof dat mensen die iets doen wat ze niet goed kunnen, andere mensen én zichzelf gefrustreerder maken, het leven onhandiger en de maatschappij ingewikkelder. En vooral geloof ik dat mensen die iets doen wat ze echt goed kunnen de wereld een beetje beter maken. Of het nou een tastbaar product is, een dienst of overheidsbeleid. Als mensen iets goed kunnen, doen ze iets goeds. Die mensen maken andere mensen blijer, het leven prettiger of de maatschappij menselijker. Bovendien worden ze er zelf ook beter van: het vóelt goed om iets goed te doen.

Dus, prima dat IKEA mensen in huis laat knutselen en ik ben IKEA dankbaar dat ze er zo voor zorgen dat zelfs prutsers mooie meubels kunnen maken. Maar laten we het daarbij laten.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s