Gisteren heb ik met groeiende verbazing geluisterd naar iemand die weigerde toe te geven dat Amerikanen en Europeanen anders zijn. De man was corporate partner van de Nederlandse vestiging van het Amerikaanse advocatenkantoor Jones Day. Hij werd geïnterviewd op Business News Radio (BNR) door Paul van Liempt. Van Liempt probeerde tot vier keer toe om de man te laten zeggen dat er inderdaad verschil is in stijl tussen de Amerikaanse advocaten van Jones Day en de Europese. De man vertikte het te doen.

Ik vond de vraag van Van Liempt niet raar of aanstootgevend. Het antwoord ligt bovendien nogal voor de hand. Amerikanen en Europeanen zíjn anders. Dat kan elke gemiddelde Europeaan of Amerikaan die wel eens in Amerika respectievelijk Europa is geweest je zeggen. Maar deze meneer bleef volhouden dat de advocaten op beide continenten hetzelfde zijn in alles. Ze hebben binnen Jones Day allemaal hetzelfde DNA, zei hij. En juist, doordat deze corporate partner stelselmatig weigerde het voor de hand liggende antwoord te geven, raakte ik geïntrigeerd. Of eigenlijk, ik raakte achterdochtig. Wat is hier aan de hand…? Waarom kon de beste man niet gewoon een simpele vraag met het obvious antwoord beantwoorden? Je maakt jezelf er niet geloofwaardiger op als je dat soort vragen gaat behandelen als impertinent. Het is alsof je ontkent dat je vader ouder is dan jij. Iedereen wéét dat ie ouder is en niemand vindt het erg, ook je vader niet.

Het gedrag van deze advocaat leidde tot allerlei beelden in m’n hoofd van bedrijfspresentaties en -trainingen, gegeven door Amerikanen in pak zonder humor, waarbij unity of purpose (volgens de website een van de basic values van Jones Day) als een monotoon mantra herhaald wordt, totdat je als medewerker niet alleen unity of purpose hebt, maar ook unity of purpose bent. Dit is (waarschijnlijk) een karikatuur van de werkelijkheid, maar het idee van een soort van assimilatie van alle Jones Day-kantoren over de wereld laat me niet los. De corporate meneer die bij BNR te gast was, leek er zo trots op dat ie bij die grote Amerikaanse familie hoort. Hij wilde dat zijn vader in de VS geen enkel moment zou twijfelen over de vraag of hij een trouwe zoon is.

Het is een heel simpel, onschuldig voorbeeld van iets dat veel ernstiger vormen aan heeft genomen op andere manieren in het bedrijfsleven, vooral van dat van grote, corporate bedrijven. Ik moet denken aan een anecdote die psycholoog Daniel Kahneman beschrijft in zijn boek Ons Feilbare Denken. Hij vertelt daarin over een lezing die hij zou geven voor beleggingsadviseurs. Ter voorbereiding daarop had hij van het bedrijf een overzicht gekregen van de beleggingsresultaten van 25 adviseurs over acht jaar. Kahneman deed een statistische analyse van die resultaten en kwam tot de conlusie dat er geen enkel verband was tussen de afzonderlijke prestaties van een adviseur. Met andere woorden, de winsten of verliezen die de beleggingsadviseurs maakten waren allemaal het gevolg van toeval. (Dit correspondeert trouwens met wat beursgorilla Jacko al heeft bewezen (www.beursgorilla.nl/). Deze aap heeft in twaalf van de dertien jaar dat hij belegt beter gepresteerd dan de AEX en een positief rendement van 49% op zijn beleggingen gehaald, enkel door bananen te kiezen die elk staan voor een beursfonds.)

Het leuke was dat deze adviseurs elk jaar een bonus kregen als ze goede resultaten haalden. Toen Kahneman de resultaten van zijn analyse met een van de topmanagers van deze adviseurs deelde, deed de man alsof er niks aan de hand was. De bonussen worden waarschijnlijk as we speak nog steeds betaald. Ook de adviseurs zelf werd het statistische bewijs geleverd, maar ook zij reageerden laconiek.

Wat heeft dit te maken met de meneer van Jones Day? Welaan, mensen die in (grote) bedrijven werken, waar geld en status de waarde van dingen bepalen, raken hun gevoel voor realiteit kwijt. Je kunt ze 20 keer vragen of ze echt geen verschil zien tussen Europeanen en Amerikanen, je kunt ze met alle harde bewijs om de oren slaan dat hun mensen heel veel betaald krijgen voor werk dat letterlijk door een aap gedaan kan worden, maar ze zíen het niet meer. Ze maken zichzelf belachelijk, maar ze vóelen dat niet zo. Het enige dat zij zien zijn de persoonlijke voordelen die ze ermee behalen. Het enige dat zij voelen is de warme deken van hun corporate vrienden die hun bevestigen in hun tunnelvisie – omdat die vrienden zelf net zo veel tunnelvisie hebben. Bovendien, zelfs áls ze hun ogen zouden openen, zou de waarheid zo onwelkom zijn, dat ze alsnog blind werden. Of, zoals Kahneman himself het zegt: “Feiten die zulke fundamentele aannames ter discussie stellen – en bedreigend zijn voor het bestaan en de eigenwaarde van betrokkenen – worden domweg niet geaccepteerd. De geest kan ze niet verwerken.”

Advertisements

One thought on “Corporate na-apen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s