Terwijl ik dit schrijf, zit ik aan een kunstmatig aangelegd meertje dat hoort bij een kunstmatig aangelegd natuurpark dat ligt naast een inspiratieloos voetbalveld dat hoort bij een inspiratieloze woonwijk in Delft-Zuid. Vraag me niet hoe ik hier ben gekomen. Daar gaat het nu niet om. Het gaat erom dat ik me hier op m’n gemak voel. Dat kan komen, doordat het zonnetje schijnt en ik een bankje heb gevonden dat precies zó staat dat ik met m’n gezicht in de zon zit. Het kan komen, doordat ik net een goed gesprek heb gehad met een vriend tijdens een ontspannen lunch in Amsterdam. Het kan komen, doordat ik nu gewoon een uurtje voor mezelf heb.

Die zon, die lunch, die tijd voor mezelf, ze zullen vast allemaal meehelpen, maar ik wil de invloed van dit kunstmatig stukje natuur niet uitvlakken. De meerkoeten, die driftig herrie maken, de aalscholvers, die druk aan het duiken zijn, en de reigers, die suf en lijzig langs de kant staan, geven me het gevoel dat het hier oké is. Maar ook de lege bierblikjes die verfrommeld op het gras naast me liggen en het geluid van de trein, die een paar honderd meter naast me voorbij komt, maken de ervaring beter. Er ís iets met dit soort plekken. Dat iets is denk ik de onschuld.

De onschuld van de mensen die hier wonen en ‘recreëren’ (echt een woord voor een ambtenaar stedelijke ontwikkeling). Ze hebben zich neergelegd bij de situatie. Ze zien allang de lelijkheid niet meer van de zes verdiepingen tellende zeshoekige woontoren met z’n blauwe houten schotten, z’n lichtgrijze bakstenen en gele ‘decoratieve’ buizen langs de gevel. Ze hebben vrede met het geluid van de A4, de trein en de vliegtuigen die onderweg zijn naar Schiphol. Ook de viesgroene golfplaten sporthal naast het voetbalveld deert ze niet. Ze zien enkel het feit dat ze een park hebben. Daardoor lijkt het alsof ze buiten wonen. En dat is genoeg. Dat is toch mooi?

Het is ook, en vooral, de onschuld van de natuur, die er niks aan kan doen dat ze overal haar best doet. Zelfs als het een plek is die Moeder Natuur zelf nooit voor haar zou hebben uitgekozen. De natuur heeft zich er ook bij neergelegd dat ze het moet doen met dit soort left-overs van de maatschappij. Dat park lijkt namelijk niet alleen op natuur, het is gewoon natuur. Kunstmatige natuur bestaat niet. Vol goede moed doen de planten en dieren alsof ze het niet erg vinden dat ze moeten doen alsof ze thuis zijn en gaan ze aan de slag met groeien alsof het de Hof van Eden zelf is.

Die nederige onverschilligheid van de natuur, voor de lompe lelijkheid van de mens, maakt dat ík me nederig voel. Ik leg me er bij neer. En dat voelt goed. Ik voel me op m’n gemak.

(Getypt op maandag 4 februari.)

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s