“Mensen zijn betekenisgevende machines,” zei een bevriende psychiater en vrijetijdsfilosoof eens tegen mij. Hij had gelijk. Het leventje van een individueel mens is in the grand scheme of things waarschijnlijk betekenisloos en dat kan een mens niet aan. En, als het leven van een mens geen betekenis heeft, dan geeft hij zichzelf er wel een. Je ziet dat in (vooral christelijke) godsdiensten, maar ook de gemiddelde goddeloze ziel geeft zichzelf en het leven dat hij leidt een betekenis, zelfs als er overduidelijk geen is.

Organisaties zijn toonzalen vol betekenisgevende machines. Daar vliegt het bewijs, dat de mens niet kan functioneren zonder doel voor zichzelf, je om de oren.

Laat ik beginnen met mezelf. Da’s wel zo eerlijk. Twaalf jaar geleden was ik hoofd Communicatie. Het was mijn eerste serieuze baan – ‘serieus’ als in, waar ik een grote-mensensalaris voor betaald kreeg. Vóór ik daar kwam, bestond die functie niet en toen ik wegging is er ook niemand geweest die het gapende gat dat ik achterliet vulde. En toch zat ik elke werkdag rond 8:00 achter m’n bureau, deed ik mee aan overleggen, stelde ik beleid op en ging ik rond 17:00 weer naar huis. Ik waagde het niet om aan iemand te vragen of ik wel nodig was en niemand vroeg het aan mij. Op het moment dat iemand die discussie zou openen, zou wie weet welk kaartenhuis instorten. Immers, iemand had me ook aangenomen. Bovendien, meerdere mensen hadden al dingen gedaan die ik van ze had gevraagd. Ik was niet de enige die chantabel was. Dan maar onszelf vertellen dat ik en wat ik deed inderdaad betekenis hadden.

Laatst kwam ik ook weer zo’n geval tegen. Een vriend van mij, ik noem hem Piet, had een gesprek met zijn manager. Laten we hem Kees noemen. Kees had gezegd dat een nieuwe manager bij het gesprek aanwezig zou zijn. Let’s call him Sjaak. Ook Sjaak had, net als ik twaalf jaar terug, een staffunctie die vóór zijn komst niet bestond. Kees zei letterlijk tegen Piet: “Ja, Sjaak zit erbij. Die wil graag bij dit soort gesprekken zijn. Dan kan hij een beetje zien hoe hij zijn rol kan pakken.” Hoe hij ‘zijn rol kan pakken’? Geniaal. Er was geen rol, maar Sjaak ging toch kijken hoe hij die kon pakken. Tijdens het overleg gebeurde het geregeld dat Sjaak een vraag stelde of een opmerking maakte, die nét niet relevant was, precies op het moment dat Kees en Piet net goed in gesprek waren. Dus, het was niet genoeg dat Sjaak er alleen nutteloos bij zat. Hij moest ook nog eens het gesprek verstoren. Maar, geen van de drie heren zei er wat van. Niemand die zei: “Gôh, Sjaak. Wat doe je eigenlijk hier?” Dat zou te gênant worden.

En Sjaak zelf kijkt wel helemaal uit. Het is crisistijd. Bovendien, en dat is veel fundamenteler, toegeven dat je niks betekenisvols te doen hebt, is je eigen waarde ontkennen. Sjaak is vast geen domme jongen. Hij heeft hard gestudeerd, stevig aan zijn carrière gebouwd, zware sollicitatierondes doorgemaakt. Hij is toch niet gek? Bekennen dat je iets doet dat nergens op slaat, zou gelijk staan aan zelf(beeld)moord.

“En weet je wat nou zo gek is,” zei mijn vriend Piet, “die Sjaak is me een partij druk de hele dag, jongen. Hij heeft nooit tijd om iets voor me te doen!”

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s